Organisatieactivist.nl, 23 februari 2007
Uit de vele ideaal-typische beelden een legering smeden, dat is de taak van een bestuurder
Frits Bolkestein is als bestuurder regelmatig in de wielen gereden
door kamergeleerden. Bollebozen die met hun enthousiasme voor abstracte
beginselen, niet gehinderd door bestuurlijke ervaring, politieke
bestuurders langs de ideologische meetlat legden.
Door Steven de Jong
In het weekblad Opinio probeert de VVD-coryfee deze intellectuelen te
diskwalificeren, maar komt daarbij met zichzelf in de knoop.
Zijn essay, getiteld ‘Waarom houden intellectuelen niet van het
kapitalisme?’ (16 februari 2007), vangt aan met een determinatie van
‘de intellectueel’. Dankbaar citeert Bolkestein de franse filosoof
Jean-Paul Sartre (1905 – 1980). Intellectuelen zijn volgens Sartre
“mensen die zich bemoeien met zaken die hun niet aangaan”.
Nog lyrischer is Bolkestein over de meer specifieke omschrijving van de
Franse denker én politicus Alexis de Tocqueville (1805 – 1859). Die
vond net als Sartre dat intellectuelen zich overal tegenaan bemoeien en
verklaarde die bemoeizucht door een gebrek aan bestuurlijke ervaring.
Hun overmatig enthousiasme voor abstracte beginselen zou hun opinies
over bijzondere onderwerpen waardeloos maken, omdat ze ideaal-typisch
en irreëel zijn.
Volgens Bolkestein is dit de reden dat de geestelijke voorhoede veelal
als laatste inziet dat bepaalde maatschappijvormen, zoals het
communisme, in de praktijk meer onheil dan heil brachten. Via
Tocquevilles determinatie van de intellectueel probeert Bolkestein in
zijn essay de intellectuele kritieken op het liberale kapitalisme (in
wezen ook een ideaal-typisch beeld) te pareren. Om niet in dezelfde
valkuil te stappen als de schrijftafelgeleerden die hij de maat neemt -
althans een poging daartoe, hanteert hij - zonder het te benoemen – de
magere argumentatie van Winston Churchill (”Democracy is the worst form
of government except for all those others that have been tried”). Met
dien verschille dat Bolkestein een paar duizend woorden nodig heeft om
‘democratie’ te vervangen voor ‘kapitalisme’.
Bolkesteins betoog blijkt vooral een aanval op intellectuelen die
blauwdrukken voor heilstaten produceren, maar in zijn verdediging van
het kapitalisme doet hij precies hetzelfde: “Wat heeft het kapitalisme
nodig om goed te kunnen functioneren? In de eerste plaats duidelijke
regels, te stellen door de overheid.”
Toch bedoelt hij dat niet helemaal zo, getuige zijn bewondering voor
het gedachtegoed van Deng Xiaoping. Deze voormalig leider van China -
die door zijn voorganger Mao beticht werd van kapitalistisch
leiderschap - zei ooit: “Het maakt niet uit of de kat wit of zwart is,
als hij maar muizen vangt”. Bill Gates heeft die strategie met succes
in de praktijk gebracht. En Bolkestein was degene die in 2004 voor
Gates in de bres sprong toen zijn collega-eurocommissaris Microsoft
wilde bestraffen voor het onmogelijk maken van de ‘liberaal
kapitalistische voorwaarde voor concurrentie’.
Bolkestein laat zich in Opinio kennen als de vleesgeworden tragiek van
‘de intellectuele bestuurder’. De kritiek die hij pleegt op
intellectuelen, legt zijn eigen schizofrenie bloot: als bestuurder werd
Bolkestein continu gedwongen zijn gedachtegoed aan te passen aan de
werkelijkheid. Bolkestein legt dat uit als een diskwalificatie van de
‘intellectueel zonder bestuurservaring’, maar hij had er beter aan
gedaan een essay te schrijven over hoe bestuurders moeten omgaan met
intellectuele input. Want uiteindelijk was Bolkesteins grote voorbeeld
John Maynard Keynes (1883 – 1946) ook niet meer dan een wensdenker.
Keynes theorie heeft in de loop der tijd grondige correcties moeten
ondergaan om schending van universele mensenrechten te voorkomen. En
het definiëren van die mensenrechten is op zijn beurt ook en vooral
weer een verdienste van intellectuelen.
Bestuurders hebben de taak uit de vele ideaal-typische beelden de meest
werkbare legering te smeden. Hoe een bestuurder dat het beste kan doen?
Daarop blijkt Bolkestein geen antwoord te kunnen geven.
Link: 'Bolkesteins aanval op de intellectueel'
Regelzucht.nl, 21 februari 2007
Wetgevers laten zich niet de wet voorschrijven
Dat de begrippen parlementariër en volksvertegenwoordiger niet
naadloos op elkaar aansluiten, wordt duidelijk als het eigenbelang van
een politicus op het spel staat. Op zo’n moment is het van belang dat je
- à la Moszkowicz - een vurig pleidooi voor jezelf houdt.
Door Steven de Jong
Als gemeenteraadslid maakte Gonny van Oudenallen zich bijvoorbeeld druk
om zwerfkeitjes in de stad. Die brachten onherstelbare schade toe aan
haar pumps. Later, toen ze eenmaal in het parlement een zetel bevuilde,
ging haar eerste kamervraag over de veiligheid van haar kleurspoeling.
Maar wat te doen als je eigen werkkring een regel door het parlement
jast die je diep in je persoonlijke vrijheid raakt? Ook dan is het zaak
op te treden, want dergelijk oncollegiaal gedrag hoef je als politicus
niet te pikken. Als dat gebeurt rest maar één middel: de boel saboteren!
Een dergelijk voorval trof het Europarlement, u weet wel; die club die
zich altijd tegen ons aanbemoeit zonder dat we daarom gevraagd hebben.
In de gebouwen in Brussel en Straatsburg mocht per 1 januari niet meer
gerookt worden. De rokende parlementsleden die zich door hun collega’s
genaaid voelden, besloten demonstratief in de gangen te paffen en in de
koffieruimtes stug door te roken.
Vandaag werden ze beloond voor hun assertiviteit. “Het lukte niet
iedereen zich aan het verbod te houden”, aldus een woordvoerster van
het EP. Het rookverbod wordt nu afgezwakt. “Omdat het niet meer te
handhaven is”, aldus een Brussels comité. Zo zie je maar: wetgevers
laten zich niet de wet voorschrijven.
Regelzucht.nl, 19 februari 2007
De hints van Balkenende IV
Halverwege de jaren tachtig bracht de KRO het spel ‘Hints’ op
televisie. Doel van het spel: probeer je teamgenoten in een zo kort
mogelijke tijd duidelijk te maken welk woord of welke woordencombinatie
je van de spelleider moet uitbeelden. Vaak bleek dat ontzettend lastig.
Door Steven de Jong
Het spel lijkt mij daarom een educatieve bezigheid voor reclamemakers,
en ik vermoed dat het marketingbureau van Philips er zijn voordeel mee
heeft gedaan. Hun slogan ‘Sense and Simplicity’ suggereert dat
producten van Philips intuïtief te bedienen zijn, zonder de
gebruiksaanwijzing te hoeven lezen. Het beeldmerk is een wit doosje op
een hand. De boodschap is helder: technologie moet net zo
vanzelfsprekend zijn als de doos waar ze inzit. De campagne bleek een
succes, of om in de woorden van Philips te spreken: “Ons merk
weerspiegelt nu ons geloof dat eenvoud een doel kan zijn van
technologie. Het is eigenlijk vanzelfsprekend.”
Mensen die ook wat van ‘Hints’ kunnen leren, zijn politici. Die hebben
als het goed is een visie en moeten die aan de man brengen. In
campagnetijd wordt daar helaas op een ordinaire en populistische manier
gebruik van gemaakt. De VVD haalde bijvoorbeeld beelden van de
Holocaust uit het stof om het belang (”dit nooit meer”) van een
Europese Grondwet uit te drukken. Een ander wapenfeit van de VVD is de
karaktermoord op Wouter Bos. Die werd in februari 2006 ingeluid met een
animatiespot waarin een roos (het traditionele PvdA-symbool) naar links
en naar rechts buigt. Met dit beeld en de titel ‘Roos weet het ook niet
meer’ suggereerde Mark Rutte dat Wouter Bos een zwabberende koers
vaart. Campagne-experts noemden het een “geraffineerde campagne”.
Ook bij de formatie speelt het uitdrukken van visies een rol. Met name
in de functieomschrijving van ministers zonder portefeuille. Door een
ministerschap los van een departement in het leven te roepen en te
koppelen aan een bepaald beleidsterrein, kan de regering het accent
leggen op specifieke thema’s. In de Koude-oorlogssfeer van de jaren
vijftig was er bijvoorbeeld behoefte aan instructies en middelen voor
zelfredzaamheid. Een aparte minister voor ‘Bescherming bevolking en
burgerlijke verdediging’ zette dit op de agenda en tilde een civiele
beschermingsorganisatie van de grond. Een ander voorbeeld is het
ministerschap voor ‘Hulp aan ontwikkelingslanden’, dat later hernoemd
werd tot ‘Ontwikkelingssamenwerking’.
Sommige ‘ministerschappen zonder portefeuille’ werden zo belangrijk
geacht dat ze op den duur versmolten in nieuwe benamingen voor
departementen. Zo maakt het oude ministerschap ‘Wetenschapsbeleid’ nu
deel uit van het ministerie van Onderwijs, Cultuur & Wetenschappen
en valt het voormalige ministerschap ‘Overzeese Gebiedsdelen’ nu onder
het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
In de eerste drie kabinetten van Balkenende kregen we naast een
minister voor Ontwikkelingssamenwerking ook twee nieuwe: één voor
Bestuurlijke vernieuwing en één voor Vreemdelingenzaken en Integratie.
Of dit goede aanduidingen zijn kun je toetsen met het spel ‘Hints’.
Probeer maar eens ‘bestuurlijke vernieuwing’ met handen en voeten uit
te beelden. Dat lukt met geen mogelijkheid. En dat is misschien ook de
oorzaak van het niet al te vruchtbare werk van Thom de Graaf en
Alexander Pechtold.
Interessanter is echter het uitbeelden van ‘vreemdelingenzaken en
integratie’. Dat blijkt heel eenvoudig. Hier een instructie. 1) Stap
met een pan stamppot de supermarkt in. 2) Probeer een donkere meneer
zover te krijgen dat hij het opeet. 3) Doet hij dat niet, wijs hem dan
het gat van de deur. De doelgroep ziet hierin ongetwijfeld de
Verdonkiaanse hint ‘Pas aan of rot op’, maar zal zich er volkomen
terecht niets van aantrekken. Als vrije burger moet je namelijk wel
heel weinig zelfrespect hebben om je door zo’n ex-gevangenisdirecteur
de les te laten lezen.
Gelukkig is het beleidsterrein ‘Integratie’ in het Kabinet-Balkenende
IV uit de sfeer van justitie gehaald. En wordt deze niet meer gekoppeld
aan het akelige begrip ‘Vreemdelingenzaken’, maar aan ‘Wijkverbetering’
in een extra ministerschap op VROM. Ook kunnen we de
Nederlands-Marokkaanse Ahmed Aboutaleb nu toejuichen als
staatssecretaris voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Waarom
toejuichen? Dat legde hij 17 februari in NOVA zelf uit: “U mag zich
geen moment vergissen in hoe groot de symboliek is van het feit dat
iemand zoals ik een plek krijgt in het Nederlandse kabinet.”
Het wordt me nu duidelijk waarom de formatie achter gesloten deuren
plaatsvond. Onder de bezielende leiding van quizmaster Herman Wijffels
hebben Rouvoet, Balkenende en Bos gewoon ‘Hints’ geoefend. Een goed
voorteken! We krijgen een minder hardvochtig, meer humaan
integratiebeleid. Waarin niet de excessen, maar de goede voorbeelden
centraal staan. Nu maar hopen dat het beleid net zo aanslaat als het
door Philips en Douwe Egberts ontworpen Senseo-koffiezetapparaat.
Regelzucht.nl, 17 februari 2007
Balkenende: handen weigeren mag niet, homoparen weigeren mag wel
In het Belgische stadje Sint-Niklaas hebben drie stellen hun geplande bruiloft afgezegd toen ze te horen kregen dat hun trouwambtenaar zwart is.
Door Steven de Jong
Wat blijkbaar wel kan, is burgers weigeren om hun geaardheid.
Ambtenaren die gewetensbezwaren hebben, hoeven volgens het nieuwe
regeerakkoord geen huwelijken te voltrekken tussen mensen van hetzelfde
geslacht.
Eerlijk gezegd vind ik dit veel schokkender dan die zes racistische
Belgen. We hebben het hier over een overheid die toestaat dat de
individuele geloofsovertuiging van een ambtenaar zijn functioneren
beïnvloedt.
In de discussies over het dragen van hoofddoekjes en het niet-schudden
van handen ging het nog om de suggestie dat de neutrale overheid in het
geding zou zijn. Maar in het geval van dit merkwaardige privilege voor
gelovige trouwambtenaren, is het gewoon een feit dat de neutrale
overheid in het geding is.
Ik kan het niet rijmen met de kritiek die premier Balkenende een aantal
maanden geleden uitte op de Commissie Gelijke Behandeling (CGB). Hij
was het niet eens met de CGB-uitspraak dat een islamitische docente van
een school in Utrecht mag weigeren mannelijke collega’s de hand te
schudden.
Resumerend: een docent mag van Balkenende niet weigeren handen te
schudden, maar een ambtenaar mag van hem wél weigeren homo’s te
trouwen. Wie kan mij dit uitleggen?
Regelzucht.nl, 9 februari 2007
Nieuw regeerakkoord: ‘Samen spelen, eerlijk delen!’
Bos, Balkenende en Rouvoet willen met hun regeerakkoord ‘Samen
werken, samen leven’ duidelijk maken dat ze ‘bondgenoot van de burger’
zijn.
Door Steven de Jong
Maar u en ik weten wel beter. Het is niets meer dan een berisping van de nieuwe Vadertje Staat: ‘Samen spelen, eerlijk delen!’
Om het nieuwe regeerakkoord te duiden, publiceerde NRC Handelsblad
gisteren het pamflet ‘Gezinsherstel brengt volksherstel’, van vlak na
de Tweede Wereldoorlog. ‘Bouwt aan saamhorigheid, weest eerlijk, hebt
eerbied, houdt u aan de orde, en beheerst u in uw gedragingen’, luiden
de uit het stof gehaalde credo’s.
Nemen we het nieuwe regeerakkoord ter hand, dan lezen we hoe dit in een
nieuw jasje is gestoken met kreten als ‘handvest voor verantwoordelijk
burgerschap’ en het ‘doe normaal-model’. De kernwoorden zijn zekerheid,
rust en groei. Kortom, met de aardappels op schoot de wereldeconomie
veroveren!
Dat het de broeders menens is, blijkt uit de omvang van hun
coalitieakkoord. Meer dan vijftig pagina’s. Dat betekent niet alleen
dat de grote lijnen zijn uitgezet, maar dat er ook flink is
gemiereneukt. Koopzondagen worden waar mogelijk teruggedraaid in
kerkzondagen, om maar een voorbeeld te noemen. Om het akkoord met hand
en tand te verdedigen, zullen Bos, Balkenende en Rouvoet zelf zitting
nemen in het kabinet. Het is een merkwaardige uitwerking van de
zogenaamde ‘bondgenoot van burgers’-belofte.
Uit het te pas en te onpas gebruik van het begrip ‘innovatie’ moet ons
duidelijk worden dat dit kabinet wil investeren in de kennis- en
dienstensamenleving. Bij nader inzien blijkt echter dat de nieuwe
bewindsvoerders van mening zijn dat “geëmancipeerde en goed opgeleide
mensen” in Nederland niets te klagen hebben, en dat de mensen “die niet
zelfstandig kunnen meekomen” toerusting nodig hebben van de overheid.
Een sympathieke gedachte, die tegelijkertijd blijk geeft van onbenul:
gemeenschapszin, creativiteit en doorzettingsvermogen worden in één
adem genoemd. Het noodzakelijke onderscheid tussen verzorgingsstaat
(zorg voor de zwakkeren) en kenniseconomie (ontplooiing van talenten),
en hoe die zich tot elkaar verhouden, blijft uit.
“Het ideaal om samen te werken aan de toekomst”, tekenden de politici
als ‘visie’ op. Om vervolgens af te sluiten met de bewering dat “dit
alles een stevige basis vormt om de vragen van de 21ste eeuw te
beantwoorden”.
Een stevige basis is het allerminst. Hoewel de politici benadrukken dat
mensen zich steeds meer in snel wisselende netwerken bewegen en zich
minder ophouden in vaste gemeenschappen, laten ze het na hierop in te
spelen. Sterker nog, ze weigeren de samenleving ervan bewust te maken
dat na de ‘globalisering van de staat en de bedrijven, het nu de tijd
is van de globalisering van het individu’ (Thomas Friedman). Dat
gemeenschappelijke kaders geen veilige havens meer zijn voor het
individu, maar dat iedereen met iedereen op microniveau met elkaar zal
moeten concurreren.
Over de methode-Wijffels heb ik dus mijn twijfels. Het klassieke
polderen waarin de informateur zijn strepen heeft verdient, geeft geen
antwoord op de uitdagingen van de 21ste eeuw. Een echte ‘bondgenoot van
burgers’ is in deze tijd geen overheid die in overleg treedt met
maatschappelijke organisaties, vakbonden en kerken, maar een overheid
die individuen klaarstoomt voor het mondiale netwerk van kennis- en
dienstenuitwisseling. Terwijl ‘You’ door Time Magazine als ‘Person of
the Year’ is uitgeroepen, neemt het nieuwe kabinet afscheid van het
individu.
Bos, Balkenende en Rouvoet constateren dat het “met ieder van ons
individueel wel goed gaat, maar met ‘ons samen’ minder”. Maar eigenlijk
bedoelen ze: we zijn bang, hebben heimwee naar vroeger, dus als we
elkaar nu maar stevig vasthouden, dan komt het allemaal wel goed. Als
je het mij vraagt waren we met de slogan ‘Bemoei je met je eigen
zaken!’ beter af geweest. Want naast spelen, heeft een volk nog altijd
brood nodig.
Burgercentraal.nl, 1 februari 2007
Gemeente bestolen van rolstoel en gehandicaptenfiets
Enige tijd geleden was het gemeentehuis van Schouwen-Duiveland in rep
en roer. Alarmbellen rinkelden, want uit het Bevolkingsregister rolde
een verontrustende mededeling.
Door Steven de Jong
Een inwoonster had zich ingeschreven in Groningen, en was nu
automatisch geen Duivelander meer. Nu verhuisde er wel vaker iemand
naar een andere gemeente, maar dit keer was er toch echt stront aan de
knikker. Ze had haar aangepaste fiets en rolstoel, die ze in bruikleen
had van de gemeente, zomaar meegenomen. Onrechtmatig ontvreemd, zoals
dat in ambtenarenjargon heet.
Daar lieten de alerte ambtenaren geen gras over groeien. Al het werk
werd neergelegd, en binnen twee dagen stonden ze op de stoep bij de
inwoonster om de voorzieningen terug te vorderen. De Mobiele Eenheid
was nog net niet opgetrommeld.
Het bleek dat het om een meisje ging die vier dagen per week in
Groningen ging studeren, en de andere drie bij haar ouders bleef wonen.
Omdat ze in Groningen kamerbewoner werd, had ze zich daar netjes als
nieuwe inwoner opgegeven. Na een jaar zou ze zich weer inschrijven in
Schouwen-Duiveland.
Dat kon allemaal wel wezen, zeiden de ambtenaren van de gemeentelijke
afdeling Werk, Inkomen en Zorg (WIZ), maar volgens het computersysteem
waren hun gehandicaptenvoorzieningen toch echt met de noorderzon
vertrokken. De ambtenaren namen daarom, zonder pardon, de fiets en
rolstoel in en brachten het naar een gemeentelijk depot. De fiets, die
wegens een ouderdom van 10 jaar niet meer voor hergebruik in aanmerking
kwam, zou later naar het grof vuil worden gebracht.
Zonde natuurlijk, maar regels zijn nu eenmaal regels. Na vele malen
heen en weer bellen mocht het meisje haar gehandicaptenfiets en
rolstoel terug. Maar niet voordat ze duizend euro had afgerekend, want
alleen echte bewoners hebben recht op gratis voorzieningen.
In al hun barmhartigheid bleken de dienstdoende ambtenaren evenwel
bereid te zijn een oplossing te verzinnen voor het meisje. “Als je over
een jaar of zo weer terug bent op Schouwen-Duiveland, heb je volgens de
geldende normen gewoon weer recht op een nieuwe rolstoel plus
aangepaste fiets”, merkten ze op, alsof ze zojuist het wiel hadden
uitgevonden.
De bureaucraten adviseerden haar nieuwe voorzieningen in Groningen aan
te vragen voor de tijd dat ze daar is. Een aanvraag die weken, zo niet
maanden, in beslag neemt. In de tussentijd zou ze maar kruipend door
het leven moeten. Dat het meisje van plan is na haar studiejaar weer
permanent terug te keren naar Schouwen-Duiveland, doet er volgens de
gemeente niet toe. Het zal er dus op neerkomen dat Schouwen-Duiveland
bij haar terugkeer de voorzieningen opnieuw moet aanschaffen, en dat
haar nieuwe voorzieningen in Groningen aldaar naar het depot gaan.
Een meneer, die het meisje bijstond in de Duivelandse bureaucratie,
heeft verhaal gehaald bij de ambtenaren. Hoe kan dit meisje, met al die
goedbedoelde regelgeving, toch tussen wal en schip belanden? Het
antwoord van de gemeente luidde klip en klaar dat “wij gewoon de regels
hebben nageleefd.” En durf ze eens ongelijk te geven!
Onthutst door deze ambtelijke logica, vroeg meneer zich af of er nog
zoiets als gezond verstand bestaat: “Is de belangrijkste regel niet dat
iedereen in een nieuwe situatie eerst logisch moet nadenken?”
Organisatieactivist.nl, 29 januari 2007
De American Dream van de digitale revolutie
De ‘Person of the Year’, een jaarlijks verkiezingsgeintje van het
weekblad Time, is in 2006 gewonnen door niemand minder dan ‘You’.
Door Steven de Jong
Oftewel, de internetgebruiker van vandaag. Kunnen we als moderne
burgers nu de macht grijpen, of worden we voor de gek gehouden met een
virtuele ‘American Dream’?
“Voor het grijpen van de teugels van de media wereldwijd, voor het
oprichten en vorm geven aan de nieuwe digitale democratie, voor al het
gratis werk en het verslaan van de professionals op hun eigen terrein
ben jij de persoon van het jaar”, schreef het weekblad in december 2006.
Revolutie
U begrijpt, ik voel me vereerd, ondanks het feit dat ik het podium moet
delen met zo’n 1 miljard andere internetgebruikers. Journaals van over
de gehele wereld dichtten u en mij, als internetgebruikers, macht en
invloed toe. Dat is nogal wat! Er verschenen tal van analyses,
commentaren en debatten in de conventionele media. De teneur was deze:
de digitale informatierevolutie, waarin de burger en de consument de
stuurknuppel van ruimteschip Aarde hebben overgenomen, heeft voet aan
de grond gekregen.
Manifestaties
Journalisten, internetdeskundologen en cybergoeroes haalden tal van
voorbeelden aan die deze historische gebeurtenis moesten illustreren.
Een boze klant die met ronkende weblog-artikeltjes de multinational
Dell ernstige imagoschade had berokkend, een depressief meisje dat met
haar videoblogs op Youtube duizenden lotgenoten in haar verdriet liet
delen, een heimelijk opgenomen schoolpleingevecht dat een nationale
golf van verontwaardiging initieerde, twee Apeldoornse vriendinnen die
met een lollig amateur-clipje wereldsterren werden in Google Idols, een
Brit die met een internetactie landelijke aandacht genereerde voor het
lot van zijn buurthuis, een inwoner van Bagdad die de wereld
informeerde over de plaatselijke bommenregen, etcetera, etcetera. Stuk
voor stuk voorbeelden van mensen die dankzij internet een breed
publiek, op een laagdrempelige manier en buiten de gebaande paden,
aanspraken. Ze oefenden op een eigentijdse wijze een zekere vorm van
invloed uit op de samenleving.
Digitale platforms als Hyves.nl, Kieskeurig.nl, Wikipedia.org,
Ebay.com, Youtube.com en Blogger.com verschaffen de moderne burger een
podium; niet alleen om zichzelf te manifesteren, maar ook om kennis te
verspreiden, te handelen in producten en diensten, sociaal te
netwerken, de gevestigde orde het vuur aan de schenen te leggen of
zelfs, met behulp van het simulatiespel Second Life, een virtueel
bestaan te creëren waarin echt geld is te verdienen.
Success stories
Tot zover wil ik enthousiast meebrullen in de hype van Web 2.0. Want
alle invloed die Time u en mij toedicht, verdwijnt als sneeuw voor de
zon als we uit de context van het collectief getrokken worden. De echte
‘You’ is namelijk vooral Jan met de Pet die weblogt over de avonturen
van zijn goudvis, en daarmee nauwelijks een groter publiek aanspreekt
dan zijn moppentappende kameraad in het buurtcafé. ‘You’ is ook de
consument die een mp3-speler van Sony afkraakt op Kieskeurig.nl, en een
paar minuten later door een andere consument gecorrigeerd wordt. Niets
geen koersval, weglopende aandeelhouders of aftredende CEO’s, maar
slechts een roepende in een digitale woestijn van meningen.
De success stories van de ‘You’s’ die de media aanhalen, zijn in
principe vergelijkbaar met die van de BN’ers In Real Life. Mensen die
zich door talent onderscheiden van hun medeburgers. Wat het
toonaangevende weekblad dus eigenlijk heeft gedaan, is ons gek maken
met een virtuele ‘American Dream‘. Of om het oneerbiedig te zeggen; het
sprookje dat iedere randdebiel miljonair of president van de Verenigde
Staten kan worden. Definiëren we macht als de mate van invloed die een
persoon op een x-aantal personen kan hebben, dan heb je nog steeds niks
in de melk te brokkelen als je tot die x-aantal personen hoort.
Opgaan in de massa
De zogenaamde tsunamie van User Generated Content die nu over de wereld
raast, bestaat nog steeds uit druppels op een gloeiende plaat:
machtsbolwerken raken pas ontregeld als bepaalde druppels het
klaarspelen zich inventief en effectief te verenigen.
Neem bijvoorbeeld ‘Action Network‘, een e-democracy project van de BBC
waarin probleemeigenaren zich organiseren, oplossingen verzinnen en die
op de politieke agenda zetten. Ook hier worden de meest inventieve
ideeën en acties uitgelicht en gehyped, terwijl het gros ervan ongezien
in de vergetelheid raakt. Net als de talloze demonstraties in het echte
leven, die geen verslaggever de moeite waard acht om te verslaan.
We zullen ons daarom moeten neerleggen bij het feit dat we als de
‘You’s’ van nu en in de toekomst altijd moeten blijven concurreren
danwel samenwerken met medeburgers. Internet kan dan wel de wereld
reorganiseren (nationale grenzen vervagen, bewoners van
ontwikkelingslanden krijgen toegang tot kennis en markten,
internationale politiek wordt achtertuin politiek en machtsstructuren
globaliseren), maar de invloed van ‘You’ als individu of als
manifesterende menigte blijft beperkt. Zelfs al wordt de traditionele
gevestigde orde vervangen door een organische, meer gemeenschappelijke
en virtuele variant, dan nog worden we in ons doen en laten geremd door
het handelen van anderen.
Chung - Rockefeller
De omgang met en totstandkoming van wetten en regels gaan mogelijk
veranderen, zowel op schaalniveau als in de handhaving, maar we zullen
altijd geneigd zijn ze anderen voor te schrijven. De universele waarden
in de echte wereld zijn bijvoorbeeld niet anders dan die in Second
Life. Wie zich in de virtuele wereld van Second Life misdraagt, wordt
gecorrigeerd door het collectief. En wie als ‘You’ aldaar macht en
invloed wil, zal anderen moeten overstijgen.
Anshe Chung, de Chinese internetmiljonair die haar fortuin als speler
in Second Life verdiende met handel in digitale grond en huizen, wordt
daarom niet voor niets vergeleken met de tycoon John Davison
Rockefeller (1839-1937). Macht en invloed komt nog altijd met
individuele, uitmuntende capaciteiten – en niet met internetgereedschap
dat gemeengoed is geworden.
Link: 'De American Dream van de digitale revolutie'
Politiek-digitaal.nl, 17 januari 2007
Stadsdeel koppelt klachtenloket aan Google Maps
Waar de rijksoverheid om veiligheidsredenen vooral met argusogen kijkt naar Google Maps, slaat de lokale overheid haar slag.
Door Steven de Jong
Het Amsterdamse stadsdeel Geuzenveld-Slotermeer grijpt sinds deze week
de populaire dienst aan om haar burgers te informeren over openstaande
klachten en de afhandeling daarvan.
Op de online luchtfoto van het stadsdeel zijn alle openstaande
meldingen gevisualiseerd met een rood ballonnetje. Met een klik op de
melding kan de bewoner zien wat er in zijn buurt gemeld is. Wethouder
Tys de Ruijter ziet het als een belangrijke serviceverbetering. “We
laten onze bewoners zien welke meldingen en klachten zijn binnengekomen
en wat ermee gebeurt.”
Boom omgewaaid
De bewoners van de Dudok de Withof hebben een zwaar bestaan, zo blijkt.
Maarliefst twee rode ballonnetjes zweven boven hun straat. De melding
van 11 januari 2007 luidt: "Boom omgewaaid voor de deur van mijnheer
zijn huis." En de status van de melding: "Toegewezen aan behandelaar."
Even verderop blijkt een uitgebrande aanhangwagen te staan, de melding
hiervan is "in behandeling".
Sloot vol fietsen
Maar ook elders is er leed in het stadsdeel. Zo heeft een meneer in de
Dirk Bonsstraat al weken een berg zand voor zijn deur van onbekende
herkomst, en klagen de mensen van de Burgemeester Fockstraat over de
vervuiling van hun sloot. Die ligt namelijk vol met winkelwagens,
fietsen en stapels straattegels. "Kunt u de sloot eens schoonmaken, en
houden?"
Al klikkend klikken
Het meldpunt van de gemeente blijkt echter ook gretig gebruikt te
worden door klikspanen. "Ondanks het parkeerverbod buiten de daarvoor
aangegeven vakken, staat iedere dag weer een auto verkeerd geparkeerd
in dit straatje. Het is erg vervelend dat het net een paar maanden
geldende verbod, totaal niet gecontroleerd wordt. Zo lukt het dus
nooit", luidt een melding van een anoniem iemand. Een andere melder is
weer wat bondiger: "Tegenover de telefooncel ligt een boomstronk, svp
opruimen."
Digitaal meldformulier
Op de digitale kaart kunnen bezoekers via een link een nieuwe melding
toevoegen. Ze worden dan doorverwezen naar een multiple choice
vragenlijst op de gemeentesite. Dat formulier is zeer gedetailleerd,
zodat een toelichting van de klacht bijna niet meer nodig is en de
klacht zelf voor de gemeente doeltreffend verwerkt kan worden.
In de rubriek 'Milieuhandhaving' kunnen mensen bijvoorbeeld één van de
volgende opties aanvinken: (Brom)fietswrakken, Aanhangwagens /
caravans, Autowrakken, Bodemverontreiniging, Graffiti, Illegale
huisvuilzakken, Illegale reclame, Lpg-tank, Racistische leuzen,
Sleutelaars, Vervuild oppervlakte water en Overig. Ook is er een aparte
rubriek voor kapot of verdwenen straatmeubilair, met ook hier weer een
keur aan opties.
Het digitale formulier was al eerder online. Van de ruim 4.000
meldingen die het stadsdeel in 2006 kreeg, zijn er 1500 via dit
formulier binnengekomen. Meldingen worden niet direct op de site
geplaatst. "Om misbruik te voorkomen vindt eerst een toetsing plaats.
Ook kunnen meldingen buiten het zicht afgehandeld worden indien nodig",
aldus het stadsdeel. Het stadsdeel hoopt met haar ‘redactionele beleid’
ook te voorkomen dat dezelfde meldingen meermaals op de kaart
verschijnen.
Geuzenveld-Slotermeer is volgens het ambtenarentijdschrift Binnenlands
Bestuur de eerste (deel)gemeente die Google Maps op deze manier
gebruikt. Veel bedrijven zijn de ambtenaren echter al voorgegaan. Want
het merendeel van de internetters gebruikt Google Maps slechts om hun
eigen buurt vanuit helikopterview te verkennen, en dan is het handig
als ze weten waar de dichtstbijzijnde Chinees of platenwinkel zich
bevindt.
Onnodige kap van bomen
Naast service voor burgers, geeft deze toepassing eindelijk ook inzicht
in de soort meldingen die gemeenten binnenkrijgen. Zo blijken er ook
klachten te komen over ambtenaren die iets te voortvarend te werk zijn
gegaan. "Onnodige kap van bomen tijdens een storm op 9 januari, terwijl
die bomen er al jaren staan", zo heeft een bewoner van de Burg
Hogguerstraat laten weten.
Politiek-digitaal.nl, 17 januari 2007
NCTb: Gematigde moslims moeten zich profileren op internet
De verspreiding, vertaling en professionalisering van
instructiemateriaal voor het plegen van aanslagen neemt een vlucht op
internet.
Door Steven de Jong
Na handleidingen duiken nu ook video’s op, waarschuwt Tjibbe Joustra,
de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding, in zijn rapport
‘Jihadisten en het internet’. Bestrijding op nationaal niveau acht hij
een onbegonnen zaak. Om radicalisering tegen te gaan moedigt hij
moslims “met een gematigder interpretatie van de islam” aan ook eens te
verschijnen op internet.
9 februari 2005 werd het kabinet in een Kamerbrede motie verzocht een
grootscheepse opsporingsactie te starten naar haatzaaiende websites,
deze uit de lucht te halen en de verantwoordelijken strafrechtelijk te
vervolgen. Inmiddels, bijna twee jaar later, constateert Tjibbe
Joustra, Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding (NCTb), dat er in
Nederland tussen de honderd en tweehonderd jihadistische sites worden
gehost. De wens van de Kamer om die Nederlandstalige sites uit de lucht
te halen is nauwelijks gerealiseerd. "In een aantal gevallen is ten
aanzien van de inhoud van die sites wel opgetreden, maar dat zijn een
zeer beperkt aantal gevallen. Dat is op de vingers van een hand te
tellen", aldus Joustra 15 januari in het tv-programma NOVA.
Nederlandse jihadsites op buitenlandse servers
Volgens internetonderzoeker Matthijs van der Wel is de bestrijding van
dit soort sites een onbegonnen zaak. "Als je één site uit de lucht
haalt, zullen twee of drie kopieën ergens anders opnieuw opduiken." Ook
internetsocioloog Albert Benschop uitte zijn bedenkingen tegen NOVA.
Hij geeft toe dat MSN Nederland heeft meegeholpen met het uit de lucht
halen van websites van Nederlandse jihadisten, maar waarschuwt dat dit
soort websites meer en meer verschuiven naar servers in het buitenland.
“Waar de Nederlandse regering er geen invloed op heeft”, aldus
Benschop. Een voorbeeld is de in Amerika gehoste Nederlandstalige
jihadsite www.freewebs.com/aqeedah/, met daarop artikelen van Mohammed
B., de moordenaar van Theo van Gogh én een uitgebreide, gewelddadige
uitleg van diverse Koranverzen. In één van de teksten staat het
volgende: “Zich terugtrekken van de ongelovigen betekent: hen haten,
hen vijandschap tonen, hen verafschuwen, een afkeer van hen hebben en
hen bestrijden.”
Professionalisering van online terreurinstructies
In het dinsdag verschenen rapport ‘Jihadisten en het internet’
beschrijft de NCTb-topman nog een andere, mogelijk nog zorgwekkender,
ontwikkeling. De verspreiding, vertaling en professionalisering van
instructiemateriaal voor het plegen van aanslagen. Naast handleidingen
zijn nu ook video’s in opmars. Het gaat dan bijvoorbeeld om
instructievideo’s waarin uitgelegd wordt hoe bomgordels, buskruit en
slagpijpjes te maken zijn. “Het risico dat van dit laagdrempelige
beschikbare trainingsmateriaal uitgaat is aanzienlijk te noemen, zeker
wanneer daarvan in het Nederlands vertaalde versies beschikbaar komen”,
schrijft de NCTb. “Het is slechts een kwestie van tijd of Nederlandse
vertalingen verschijnen.” Ironisch genoeg zond NOVA een instructievideo
voor het maken van een bomgordel uit, en bracht daarin zelf de
ondertiteling aan.
Gesproken tekst instructievideo voor bomgordel: "Je moet de kogeltjes
nauwkeurig aanbrengen, zodat elk kogeltje bij de ontploffing zijn werk
kan doen. We gieten de lijm over de kogeltjes in de mal. Je moet altijd
goed opletten dat de kogeltjes aan de voorkant komen en de explosieven
aan de achterkant. Dat betekent: de explosieven moeten aan de kant van
het lichaam zitten en direct daarvoor de kogeltjes."
De NCTb heeft deskundigen gevraagd hoe educatief de video’s zijn. “Zij
zeggen: als je het op deze manier doet, dan kom je een heel eind”,
aldus Joustra.
Inmenging jihadisten op neutrale fora
Eén van de conclusies van het rapport luidt ook dat jihadisten, die
zich voorheen vooral concentreerden op radicale websites, zich ook
actief inmengen op neutrale discussiefora van niet-jihadistische
signatuur. Met een beperkter gevaar voor ingrijpen door overheden,
bereikt de jihadistische boodschap zo een veel breder publiek en kan
zelfs nieuwe aanwas plaatsvinden.
Voor hoe internetgebruik het proces van radicalisering ondersteunt,
heeft de NCTb de volgende lezing: "Voor iedere fase van radicalisering
is er aanbod beschikbaar. Met behulp van het internet kan een
potentiële jihadist processen doorlopen van ideologievorming,
ideologieversterking en ideologische indoctrinatie.” Nader
wetenschappelijk onderzoek naar groepsprocessen via het internet en de
invloed van het internetgebruik op radicalisering acht de NCTb echter
gewenst.
Google Earth potentieel gevaar
Zonder een uitspraak te doen over gewenst overheidsoptreden, wordt in
het rapport ‘Jihadisten en het internet’ beweert dat de innovatie van
het internet potentieel bijdraagt aan het plegen van terroristische
activiteiten, temeer omdat professionele hulpmiddelen steeds
laagdrempeliger, goedkoper, eenvoudiger, minder arbeidsintensief en
grootschaliger worden. “Met name de ontwikkelingen op het terrein van
(real-time) satellietbeelden, eventueel gecombineerd met een
internetverbinding zoals in het geval van Google Earth, zullen snel
voortschrijden. Daarmee is informatie-inwinning via het internet een
zeer bruikbaar middel voor jihadisten en draagt dat potentieel bij aan
het plegen van terroristische activiteiten.”
Ook aandacht voor specialistische software
Hierom zou er volgens de NCTb ook meer aandacht moeten zijn
voor
specialistische software, waarmee datamining mogelijk is, ofwel het
onderzoeksveld waarbij getracht wordt om op een geautomatiseerde manier
patronen en relaties te ontdekken in grote hoeveelheden gegevens. Door
de vrije beschikbaarheid van demografische en topografische informatie
wordt het namelijk aantrekkelijk om deze software, zoals geografische
informatiesystemen (GIS), in te zetten voor terreurplanningen. Sofware
waarmee bijvoorbeeld berekend kan worden op welke plaats, met welke
explosiekracht het meeste slachtoffers gemaakt kunnen worden.
Oproep aan gematigde moslims
Opmerkelijk is de oproep van Tjibbe Joustra aan gematigde moslims. “Wat
wij met deze studie ondermeer proberen te doen is de omvang van het
probleem aan te geven. En ook duidelijk te maken dat er ontzettend veel
orthodoxe, salifistische en jihadistische interpretaties van de islam
op het internet te vinden zijn. We hopen dat andere organisaties daarin
een aanmoediging zullen vinden om met hun veel gematigder interpretatie
van de islam ook eens te verschijnen op het internet.”
Regelzucht.nl, 29 december 2006
Het lottoleed van Helène de Gier
Voldaan van de kerststollen en bedolven onder de nieuwjaarswensen,
vergeten we weleens de grote tragedies die Nederland het afgelopen jaar
hebben geteisterd.
Door Steven de Jong
Daarom kon ik niet anders dan deze ruimte besteden aan Helene de Gier,
een zwaar getraumatiseerde mevrouw uit Heusden die mijn tranen, als
nooit tevoren, heeft getrokken. In haar straat viel op 1 januari 2006
de PostcodeKanjer van de Postcode Loterij: 23,9 miljoen keiharde
euro’s. Eén probleem: mevrouw had geen loten. Haar buren wel.
“En toen die W verscheen, dus eerst die letter A en dan die W”,
snotterde ze tegen NOVA, “toen heb ik me omgedraaid en ben naar huis
gelopen. Toen heb ik tegen mezelf gezegd, keer op keer, als ik lid was
geweest was ik nu miljonair geweest.”
De slager op de hoek, die als hobby de sociologie beoefend, heeft de
gevolgen van deze barbaarse bingodaad geobserveerd. “In die periode
waren de mensen helemaal ontregeld, hè. De mensen die geld kregen waren
ontregeld, sommigen niet denk ik, en de mensen die niets kregen waren
ook ontregeld. De sfeer was, ehm, uit balans.”
Heusden is verscheurd. Het pittoreske vestingstadje aan de
Maas is niet meer wat het geweest is. De gemeenschap, die de
watersnoodramp van 1995 nog wist te trotseren, waar dorpelingen met
gevaar voor eigen leven de zandzakken voor de drempel van de buurman
opstapelden, dat vredelievende plaatsje, daar durven de mensen elkaar
niet meer aan te spreken. “Ze weten dat er pijn is, ze weten dat er
vreugde is. Maar ze mijden elkaar”, huilde mevrouw De Gier de camera
in. Wat een leed!
Maar gelukkig is daar Monique Enneking, advocate bij het gerenommeerde
bureau Holla Poelman Advocaten, gespecialiseerd in lottoleed. “Wij
klagen de Postcode Loterij aan in verband met het plegen van een
onrechtmatige daad”, zegt ze onomwonden. “Die onrechtmatige daad is dat
door de werkwijze waarop de Loterij is georganiseerd inbreuk wordt
gemaakt op de privacy. Daarnaast wordt door die inbreuk ook echt
psychische schade aangericht.”
Dat de advocate niet uit haar nek kletst, wordt in het volgende shot
duidelijk. “Alles is beladen. De woonomgeving…”, brult mevrouw De Gier,
“…de postcode die je dagelijks moet gebruiken.” Terwijl de snikken van
De Gier nog op de achtergrond te horen zijn, komt buurman en gevierd
kunstschilder Clemens Briels in beeld. “Hoe gaat het met u?”, vraagt de
verslaggever. “Slecht”, antwoordt meneer Briels resoluut. “Ik heb mijn
enkel dubbel gebroken tijdens de verhuizing van mijn galerie naar
hier.” Dat ‘hier’ blijkt een monumentaal pand te zijn, dat Briels heeft
gekocht van zijn gewonnen 750 duizend euro. “Dat is toch niet weinig?”,
zo probeert de verslaggever het leed nog wat te verzachten. Nou, daar
denkt meneer Briels heel anders over. “Nee, maar als je dat vergelijkt
met de buren en de overburen… Ik bedoel, 750 duizend, daar gaat een
kwart vanaf, daar koop je tegenwoordig in de randstad nog geen
doorzonwoning voor, toch?”
Terug naar mevrouw De Gier. Waar NOVA-verslaggever Marcel Ouddeken de
brutaliteit vandaan haalde weet ik niet, maar uit het niets komt hij
met de stekende vraag ‘Bent u niet gewoon een slechte verliezer?’ “Nee,
nee! Absoluut niet!”, sputtert mevrouw De Gier tegen, “ik kijk alleen
iets verder dan de meeste mensen doen”.
Mijn ogen zijn in ieder geval geopend. In de donkere dagen voor de
nieuwe lottotrekking gaan mijn gedachten daarom niet meer uit naar de
hongerende mensen in Afrika die door de Postcode Loterij gesteund
worden, maar naar Heusden, en speciaal naar Helene de Gier in de
Hoogstraat. Stuur haar ook een kaartje; haar postcode is 5256 AW. Het
huisnummer moet u er maar op goed geluk bij verzinnen.
Regelzucht.nl, 28 november 2006
Geef de kiezer het laatste woord
Onze democratie is volgens The Economist de op drie na beste
democratie ter wereld, maar wel beschouwd zijn onze verkiezingen niets
meer dan een stemverheffing.
Door Steven de Jong
De kiezer heeft gesproken, maar niemand weet wat hij gezegd heeft.
Heeft Balkenende gewonnen omdat hij de grootste is gebleven, of heeft
hij verloren omdat hij drie zetels kwijt is? Heeft Bos verloren omdat
hij zich niet uitsprak voor een links kabinet, of omdat Marijnissen een
beter verhaal had? Wil de kiezer voortzetting van het regeringsbeleid
(met VVD erbij) of ging het hem slechts om het CDA-program? Zijn de
verloren zetels van de VVD naar Wilders gegaan, en zo ja; wil de kiezer
dan misschien toch een rechts regeringsbeleid?
Stel dat we ervan uitgaan dat de kiezer gewoon gekozen heeft op de
partij die hem het meest aanspreekt (wat niet altijd zo is), dan wordt
het heel lastig om uit al die voorkeuren de meest gewenste coalitie aan
te wijzen. De stichters van onze democratie hadden al vroeg door dat
deze opgave een onmogelijke is. Verkiezingsdag definieerden zij voor
het gemak als het plafond van geïnstitutionaliseerde burgerlijke
zeggenschap.
Vanaf dat moment krijgen de lijsttrekkers de kaarten in handen, zo is
besloten. Zij moeten een advies aan het ongekozen staatshoofd, de
Koningin, uitbrengen. Over welke coalitie zij wenselijk achten.
Vervolgens benoemt de Koningin een informateur die de mogelijkheden van
een meerderheidskabinet onderzoekt op basis van die
lijsttrekkers-adviezen. De kernopdracht voor de informateur is zodoende
de Koningin te informeren over welk kabinet “kan rekenen op een
vruchtbare samenwerking met de Staten-Generaal”. De Koningin neemt dat
advies over en benoemt doorgaans de winnaar van de verkiezingen tot
formateur. Deze persoon moet vervolgens de Koningin informeren over wie
beschikbaar is voor welke portefeuille.
Tot zover het staatsrechtelijke verhaal, of beter gezegd: het recht van
de Staat. Maar wat schetst mijn verbazing? Op verkiezingsavond bogen
lijsttrekkers zich bij Paul Witteman over de vraag hoe de uitslag te
‘duiden’ is. Ofwel, over de vraag wat de kiezer wil zeggen nu hij
gesproken heeft. Mark Rutte (VVD) trok het boetekleed aan en zei, net
als zijn lotgenoot Bos, dat de SP een grote rol moet spelen in de
vorming van een nieuw kabinet. Balkenende (CDA) legde de kiezer in de
mond dat het regeringsbeleid voortgezet moet worden, omdat het CDA de
grootste is gebleven. Terwijl zijn linkse opponenten Bos, Halsema en
Marijnissen menen dat het volgens de kiezer ‘veel socialer moet’.
Die komen er dus niet uit. En dat brengt mij tot de conclusie dat het
niet vast te stellen is wat de kiezer voor coalitie wil, zonder dat we
hem daar naar gevraagd hebben. Het staatsrecht is duidelijk; het gaat
er helemaal niet om wat de kiezer voor coalitie wil. Dus waarom zouden
lijstrekkers zo’n moeite doen om zich in te leven in de kiezer? Waarom
houden ze zich niet gewoon bij hun leest, waarom cijfert Rutte de VVD
zo weg? Dat is zijn taak helemaal niet! Hij moet staan voor zijn
idealen. En zich niet als amateur-informateur gaan opwerpen. Schept
alleen maar verwarring, en illusies.
Wat wel blijkt, zowel uit publieke discussies als uit hoe politici met
dit vraagstuk omgaan, is dat men geneigd is de kiezer een stem te geven
in de vorming van een coalitie. Dus waarom zo moeilijk doen? Mijn
advies: laat Beatrix voor wat het is, en schrijf een referendum uit.
Met als enige vraag: ‘Welke coalitie heeft - gezien de uitslag - uw
voorkeur?’
Dat heeft twee voordelen. De kiezer zal minder geneigd zijn strategisch
te stemmen, met als gevolg dat de volksvertegenwoordiging meer aanzien
krijgt. En de kiezer kan zich een oordeel vellen over welke
compromissen wel of niet gemaakt mogen worden, waardoor de
prioriteitsstelling democratisch verankerd wordt in het regeringsbeleid.
Misschien dat Nederland volgend jaar dan op nummer 1 staan in het
ranglijstje van The Economist. Een democratie waar niet het Recht van
de Staat het laatste woord heeft, maar de Wens van de Kiezer.
Regelzucht.nl, 17 november 2006
De kiezer is gek
Hij is een windvaan, een draaikont, zelfs een leugenaar. Alles wordt
nu uit de kast getrokken om de integriteit van de PvdA-leider ten grave
te dragen.
Door Steven de Jong
Maar wat zegt dit eigenlijk over onszelf, de kiezer die altijd gelijk zou hebben?
De man die nu in een vrije val terecht lijkt te zijn gekomen, mikte
vooral op het midden. Op de stoelen van Balkenende, de ontevreden
CDA-stemmers die in 2003 de christen-democraat als een veilige
vluchthaven zagen.
Als zwijgende onderbuik vertolkte Bos de afkeer van de
verbouwing-Balkenende, zonder dat hij die afkeer luid uitsprak. Maar
waarom zweeg Wouter zo? Waarom kotste hij niet net zo van Balkenende
als het gros van de kiezers, dat het vertrouwen in het kabinet had
opgezegd?
Misschien omdat hij helemaal niet zo’n afkeer van het kabinet had.
De achterban van Bos zou dus een valse zijn, een schijnachterban. Dat
zou best het geval kunnen zijn, maar dan heeft het CDA ook een
schijnachterban gehad. En dan kunnen we, als we toch bezig zijn, ook
aan de wilsbekwaamheid van de SP-achterban-in-de-peilingen twijfelen.
En krijgen we over 4 jaar weer het zelfde liedje.
Het ziet er wel naar uit.
Want de Nederlandse kiezer is onbetrouwbaar. Onbetrouwbaarder dan ooit.
Het geluid van de straat is hard: zero tolerance, hardere straffen,
grenzen dicht. En ook egoïstisch: kom niet aan mijn geld, ook al heeft
de ander het nodig. We hunkeren naar leiderschap, naar daadkracht. Maar
als ons eigen willetje eenmaal uitgevoerd wordt, en het nat aan onze
voeten wordt, piepen we als geknuppelde zeehondjes.
Dat de kiezer gek is, daar kan ik vrede mee hebben. Maar laten we
alsjeblieft onze politici niet gek maken. Lees bijvoorbeeld eens een
verkiezingsprogramma, en vraag je af of je er volgend jaar over gaat
piepen of niet. Neem dat als uitgangspunt. Want als de verliezers van
het VVD zich straks om geknuppelde kiezers moeten bekommeren, is het
einde echt zoek in onze volksvertegenwoordiging.
Regelzucht.nl, 11 november 2006
Verhef klagen niet tot een beroep
`Verhef klagen niet tot beroep`, luidt de klacht van Floris
Blankenstein, ambtenaar bij de gemeente Den Haag. Op Lastvandeburger.nl
werd zijn brief in behandeling genomen door burgers.
Door Steven de Jong
Op Regelzucht.nl een verslag van deze confrontatie. “Het kan toch niet
zo zijn dat het alleen maar ‘bek houden en betalen’ is?”, aldus een
bezoeker.
Het woord is aan de ambtenaar: “Af en toe komt er bij ons een
telefoontje binnen van een burger die klagen tot beroep lijkt te hebben
verheven. Tot tien keer toe dezelfde klacht herhalen, collega’s
uitschelden voor schoften en een tirade afsteken over de slechte
service van onze instelling zijn vormen van feedback waar wij weinig
mee kunnen.”
Het antwoord wordt meteen gegeven. “Dat komt omdat jullie luie flikkers
met een echte klacht toch niets doen”, schrijft ‘Belastingbetaler’. Een
andere bezoeker reageert beheerst. “Slecht inlichten is vaak de
oorzaak. Maar ook een te kort en te beknopt antwoord van de ambtenaar
speelt een rol. Dit komt dan over als zeer bot. Beroepsklagers zijn dan
het gevolg, legt ‘Burger’ uit.
Een ambtenaar, die zich bemoeit met de discussie, geeft aan dat met
sommige mensen niet te praten valt. “Het feit dat zelfs een frisse
uitzendkracht door heeft hoe onmogelijk sommige mensen kunnen zijn in
hun klacht, lijkt me des te meer aangeven dat lang niet alle klachten
zinvol, opbouwend en relevant zijn.” Voor die mensen geldt, zo
redeneert de ambtenaar, dat het oplossen van hun klacht geen oplossing
van hun probleem betekent.
‘Lala’ irriteert zich als burger aan medeburgers die ‘klagen om het
klagen’. In haar gemeente zijn dat zo’n tien personen. “Van die
personen die ook tegen alles een procedure beginnen”, aldus ‘Lala’. Ze
kan zich voorstellen dat het in een gemeente als Den Haag de spuigaten
uit kan lopen met het aantal beroepsklagers. “En dat is in elk geval
doodzonde van onze belastingcenten.”
‘Tal1970′ vergelijkt de beroepsklagers met peuters van twee. “Die
willen iets en denken dan ‘als ik maar hard genoeg schreeuw, gil en
stampvoet dan lukt het wel.’” Klagen komt volgens deze bezoeker vaak
voort uit een mentaliteit van “hebben, hebben en ikke, ikke”.
Niet iedereen is het daar mee eens. ‘Cor’ wijst er bijvoorbeeld op dat
de burger een recht tot klagen heeft. “Sterker nog, hij moet klagen als
hij meent dat dit wenselijk is. Het kan toch niet zo zijn dat het
alleen maar ‘bek houden en betalen’ is?” ‘Frits’ sluit zich daarbij
aan, en richt zich tot de briefschrijver. “Vraag je je wel af waarom de
burger klaagt?”
Een andere burger, ‘John’ genaamd, meent dat de ambtenaar meer voor
zichzelf moet opkomen. “Als ik je privé bel en je de huid vol scheld,
laat je dat gesprek dan ook een half uur duren? Waarom op je werk dan
wel?”
‘De cheffin’ heeft de brief ook gelezen, en velt een hard oordeel.
“Alle ambtenaren met deze instelling eruit knikkeren!” Haar bondgenoot
‘Peter’ geeft aan welke instelling de ambtenaar dan wel moet hebben.
“Als ik wil klagen dan doe ik dat en jij moet mij dan normaal te woord
staan. Begrepen? Sukkel.”
Ook ‘Jippe’ is slecht te spreken over de brief, en interpreteert hem
alsvolgt. “Deze ambtenaar is een typisch geval van ambtenaar, hij wil
de rechten van de burger inperken.”
Opvallend is dat, ondanks de steunbetuigingen, bijna 60% zich tegen de
briefschrijver keert. Burgers hebben een recht op klagen, is het
oordeel. De mensen die steun betuigen aan de ambtenaar betrekken veelal
de kosten van de klachtenafhandeling erbij en zetten de klager weg als
een minder begaafd persoon met kinderlijke karaktereigenschappen.
Slechts een enkeling gaat in op het verwijt dat klagers zich vaak
onbeschoft uiten. Het leed dat ambtenaren daarvan ondervinden trekken
ze zich niet zo aan.
Regelzucht.nl, 2 november 2006
Stem of sterf
Mijn televisie is kapot gegaan. Niet gisteren, niet vorige week, maar
al maanden geleden. Ik wil wel een nieuwe, maar ik wacht daar even mee
tot na de verkiezingen. Ik schijn nu veel te missen van het politieke
debat, zeggen mensen in mijn omgeving.
Door Steven de Jong
Maar als ik dan vraag: wat mis ik dan? Dan hebben ze het over Ali B.
die met een scheve pet op zijn kop de premier zit te tutoyeren, dan
hebben ze het over een premier die stampvoetend de studio verlaat omdat
Jeroen Pauw een filmpje heeft getoond waarin JP onderuit gaat op zijn
skateboard. Dan hebben ze het over kamerlid Gonny die een minister niet
herkent. Dan hebben ze het over een ‘normen- en waardendebat’ waar
politici kapitelen over of BN’ers elkaar wel of niet in het gezicht
mogen spugen, en of dat onder etenstijd moet.
Ja, dat ‘mis’ ik allemaal. Ik houd best van een beetje humor of
leedvermaak, maar dan stem ik liever af op Koefnoen of Get the Picture.
Ik zie onze JP graag onderuit gaan op een skateboard, maar wil niet
weten dat hij daar nog echt toe in staat is ook. Ik kijk graag naar Get
the Picture als ik me doodverveel, maar het moet wel bij een spelletje
blijven: dus geen Paul Witteman die een echt Kamerlid foto’s van echte
bewindslieden laat zien, terwijl ze denkt dat het volslagen onbekenden
zijn.
Maar ook als je alleen aangewezen bent op de geschreven media wordt je
lastig gevallen met infantiliteit. Voorheen werden jongeren naar de
stembus gelokt met de campagne ‘Jijkomttochook.nl’, maar nu heet
diezelfde campagne opeens ‘Pushthatbutton.nl‘. Niet stemmen is
misschien de enige remedie om de gekte te keren. Al is dat ook geen
optie meer, getuige de campagnerap ‘Stem of Sterf‘.
Een lichtpuntje in de campagne leek mij nog die boekenrage van
politici. Bos heeft een boek, Halsema heeft een boek, en ja, Balkenende
heeft ook een boek. ‘Aan de kiezer’, heet het. Dus ik koop dat boek
want ik ben een kiezer. En de eerste brief die ik lees is die aan
“Lieve Lucille”, het Lingo-meisje. Ik citeer: “Jij bent voor mij iemand
die televisieprogramma’s maakt, waar ouders ook hun kinderen met een
gerust hart naar konden laten kijken. Ja, hier spreekt een bezorgde
vader.” Nou beste Jan Peter, hier spreekt een bezorgde kiezer.
Regelzucht.nl, 29 september 2006
Armeense kwestie: CDA en PvdA gooien, net als Turkije, de discussie op slot
De meeste Turken, hun overheid en drie ex-kandidaat Tweede Kamerleden
erkennen dat er in 1915 een half tot anderhalf miljoen Armeniërs zijn
omgebracht in een oorlog met Ottomaans Turkije.
Door Steven de Jong
Hoewel zij dat betreuren, passen ze ervoor om deze gebeurtenis te
kwalificeren als genocide. Dat is hun goed recht. Want in de ogen van
de Tweede Kamerfracties is de atoombom op Hiroshima immers ook geen
daad van genocide. Het is daarom ongepast om van aspirant-Kamerleden te
verlangen een standpunt in te nemen over de Armeense kwestie. Dat gooit
de discussie op slot.
Voor de Armeniërs die in 1915 zijn omgebracht maakt het geen verschil
of er sprake was van genocide of een uit de hand gelopen burgeroorlog.
Want die zijn dood. Voor de VN, die Ottomaans Turkije in 1985 voor
genocide verantwoordelijk hield, en voor Turkije, die haar onderdanen
verboden heeft dit standpunt te verkondigen, maakt dit wel uit. Want
die doen aan politiek.
Om de commotie van de afgelopen week, over het schrappen van
Turks-Nederlandse kandidaat-Kamerleden, te begrijpen trok ik een
vergelijking met de Holocaust. Maar die gaat mank. Ik ken geen
verstandige Duitser die de genocide op Joden ontkent, danwel
bagatelliseert. Maar ik ken wel een verstandige Turk die vraagtekens
zet bij de toedracht van de volkerenmoord op Armeniërs.
En dat is Erdinç Saçan. Op verzoek van Saçan schreef ik eind 2004 een
petitie voor toetreding van Turkije tot de EU. We hadden een plezierig
contact en zaten politiek gezien redelijk op één lijn. Een geëngageerd
PvdA-statenlid die met zijn voeten in de maatschappij staat. Ik had en
heb veel bewondering voor de wijze waarop hij websites ontwikkelt die
zich richten op minderheden. Virtuele communities waar Turken en
Marokkanen vrijelijk en zonder taboes kunnen discussiëren over de
multiculturele samenleving, de islam en ja; ook de Armeense kwestie…
Dat laatste is hem noodlottig geworden. Saçan beheerde namelijk een
chatbox waar eerder dit jaar mensen discussieerden die ontkennen dat
Ottomaans Turkije genocide heeft gepleegd. Toen hierover beklag werd
gedaan, in de media en bij de PvdA, besloot het partijbestuur de
kandidatuur van Saçan ter discussie te stellen. Of beter gezegd: Saçan
werd voor het blok gezet. Indien hij zich niet zou scharen achter het
fractiestandpunt (dood Armeniërs = genocide), dan zou hij verwijderd
worden van de lijst. En zo geschiedde.
In de media wordt Saçan nu weggezet als een soort
‘Holocaust-ontkenner’, terwijl hij slechts de westerse lezing over de
toedracht ter discussie stelt. Net zoals zijn partijgenote Nebahat
Albayrak, die nummer 2 (!) staat op de PvdA-kandidatenlijst. Albayrak
zei in een interview aan Trouw dat ze niet uitsluit dat de Turkse
regering gelijk heeft met het verwijt dat de Armeniërs in de Eerste
Wereldoorlog collaboreerden met de Russische vijand. In die zin is er
volgens haar eerder sprake van een uit de hand gelopen oorlogsdaad, die
niet zomaar ‘genocide’ mag heten. Ook spreekt Albayrak tegen dat er
anderhalf miljoen Armeniërs zijn omgekomen. Zevenhonderdduizend lijkt
haar een waarschijnlijker aantal.
Nadat Saçan kennis had genomen van het interview met Albayrak, liet hij
aan het bestuur weten dat Albayraks standpunt en formulering gelijk is
aan de zijne. “Ik heb het direct kenbaar gemaakt, maar het
partijbestuur nam hier echter geen genoegen mee”, aldus Saçan. Albayrak
heeft zo gezien een uitzonderingspositie in de partij, alleen zij mag
twijfels hebben over de toedracht van de volkerenmoord. Andere
kandidaten, in dit geval Saçan, moeten zich onverkort neerleggen bij
het fractiestandpunt. De PvdA meet dus met twee maten. Principes vinden
de sociaal-democraten belangrijk, zolang het maar niet de kop kost van
een populair Kamerlid.
De oorzaak van dit gedonder is een motie van de Christenunie uit 2004.
Deze motie, die unaniem werd aangenomen door de Tweede Kamer, erkent
dat Turkije genocide heeft gepleegd op Armeniërs. Genocide staat
gedefinieerd als het stelselmatig uitroeien van een ras of een volk. De
motie stelt dat de Turkse staat het leger opdracht heeft gegeven om
christelijke minderheden te decimeren. Het gaat hier dus om de intentie
en niet om het aantal slachtoffers. Ik kan me voorstellen dat de Turkse
regering zich dat niet zomaar wil laten aanleunen, ook al zou het waar
zijn.
Wat we Turkije kwalijk kunnen nemen is dat ze de discussie op slot
gooit door het ‘verwijt genocide’ strafbaar te stellen in eigen land.
Maar in wezen doen de partijen in de Tweede Kamer dat nu ook: zij
gooien de discussie op slot door van Kamerleden te verlangen dat ze
zich scharen achter het standpunt dat Ottomaans Turkije genocide heeft
gepleegd.
Terecht verwijt de Turkse overheid het CDA en PvdA nu dat zij de
vrijheid van meningsuiting beknotten, ook al praat ze met boter op het
hoofd. Het treurige is nu dat het bij beschuldigingen blijft, terwijl
beide partijen het over het belangrijkste punt eens zijn: zij betreuren
de dood van de Armeniërs. En hoe bar het ook is gesteld met de
mensenrechten in Turkije, het is onwaarschijnlijk dat de zittende
regering op dit moment het uitroeien van christenen goed zou keuren.
Daarom een advies aan het CDA en PvdA: steek je energie in het
bestrijden van het echte kwaad, zoals Hamas en de Iraanse regering.
Niet omdat ze de Holocaust ontkennen, maar omdat ze anno 2006
verkondigen dat Israël van de kaart geveegd moet worden.
Regelzucht.nl, 27 september 2006
Recht door de vlammenzee
Voor vreemdelingen die niet voldoen aan de voorwaarden voor verblijf
in Nederland is de overheid bikkelhard: die worden zonder pardon
vastgezet of uitgezet.
Door Steven de Jong
Je zou verwachten dat de overheid deze ‘regel is regel’-moraal ook op haarzelf toepast, maar niets is minder waar.
Wanneer een detentiecentrum in de brand vliegt is het zaak zo hard
mogelijk rond te toeteren dat de overheid “adequaat heeft gehandeld”,
of je dat kunt onderbouwen of niet doet er niet toe. Ook is het van
belang de 11 omgekomen slachtoffers weg te zetten als “illegale
vreemdelingen met een crimineel verleden”. Want stel je voor dat de
kiezer medelijden met hen krijgt. Beginnen over Programma’s van Eisen,
Bouwbesluiten, vergunningen en brandveiligheidsvoorschriften is
onverstandig. Dat geeft namelijk alleen maar oponthoud in het
schoonvegen van bestuurlijke straatjes.
Regels zijn er namelijk om burgers en bedrijven in het gareel te
houden, niet om er als overheid zelf over te struikelen. Daarin weet ze
zich gesteund door het Pikmeer-arrest: de jurisprudentie die ervoor
zorgt dat ambtenaren niet vervolgd kunnen worden voor eigen falen, hoe
ernstig de gevolgen ook mogen zijn.
Lastig wordt het als een onafhankelijke raad voor veiligheid de
toedracht van een ramp gaat onderzoeken. Maar ook dan is er een uitweg.
Nog voor de presentatie van het rapport over de Schipholbrand, trok
oud-minister Donner een blik ambtenaren open om de wetenschappelijke
integriteit van de raad in twijfel te trekken. De voornaamste kritiek
luidde dat de onderzoeksraad “vermoedens van schuld richting overheid”
had geuit.
Minister De Geus nam het op voor zijn collega’s. “Een celbewoner heeft
de brand moedwillig gesticht, maar wij in Nederland spelen het klaar de
halve wereld daaromheen van schuld te betichten.” Toch bleef, ondanks
alle verdedigingstactieken, de hoofdconclusie van het rapport overeind:
er hadden minder of geen doden kunnen vallen als de overheid zich aan
haar eigen regels had gehouden. Dan heb je wat uit te leggen. Aan het
parlement welteverstaan. Maar wat deed de minister die eerder zo
zelfverzekerd op de onderzoeksconclusies schoot? Die stapte op. Niet ná
het debat (zoals het hoort), maar vóór het debat. Dekker, de
bewindsvrouw die zich helemaal niet heeft verantwoord, ging geruisloos
mee.
De ministers verkozen de nooduitgang van ‘voortijdig opstappen’ boven
‘verantwoording afleggen aan het parlement’, en liepen letterlijk voor
hun verantwoordelijkheden weg. Die uitweg hadden de slachtoffers van de
Schipholbrand niet. Zij konden niet links, niet rechts, maar gingen
recht door de vlammenzee…
Regelzucht.nl, 26 september 2006
Beroepscode voor journalisten: zin of onzin?
Door factoren als concurrentiedruk en de hoge omloopsnelheid van
nieuws schieten journalistieke normen en waarden er steeds vaker bij
in.
Door Steven de Jong
Belangrijke methoden en waarden als hoor en wederhoor, objectieve
berichtgeving en onafhankelijke nieuwsgaring staan onder druk. Wanneer
media te snel berichten van elkaar overnemen, en niet de tijd nemen om
deze waarden in acht te nemen, ontstaan mediahypes met een zeer
schadelijke uitwerking. Niet alleen voor de direct betrokkenen, maar
óók voor de journalist en het medium.
Geschiedenis van journalistieke gedragscodes
De geschiedenis leert dat er al verhoede pogingen zijn ondernomen om
journalisten een gedragscode op te leggen. In 1894 begon de discussie
over de kwaliteit van de berichtgeving al. In 1931 is er zelfs even een
internationaal Tribunaal voor de Journalistiek geweest in Den Haag,
maar toen kwam de oorlog en is het verdwenen. Na de Tweede Wereldoorlog
heeft de International Federation for Journalists de draad opnieuw
opgepakt en een beroepscode opgesteld. De grondbeginselen hierin zijn:
vrijheid, waarheid, eerlijkheid, vertrouwelijkheid en integriteit. In
1995 kwam de Gedragscode voor Nederlandse Journalisten (ook wel
Genootschapscode genaamd), die op verzoek van het bestuur van het
Nederlands Genootschap van Hoofdredacteuren is ontworpen door de
Commissie Juridische Zaken en Ethiek (JZ&E).
Genootschapscode
De Genootschapscode behandelt heel concreet de journalistieke
doodzonden, zoals het aannemen van steekpenningen, het opzettelijk
onjuist informeren of het uiten van ongegronde beschuldigingen, de
relatie tussen waarneming of bronnen en de journalist, inclusief
bronbescherming, hoor en wederhoor, het ‘undercover’ en met verborgen
camera werken, het ontzien van privacy, rechtzetting en weerwoord. “De
Genootschapscode behandelt alles tegen de achtergrond van de
constatering dat nieuwsvoorziening een algemeen belang is dat voor de
journalist voldoende materiële en mentale ruimte vergt, alsook
voldoende zorgvuldigheid.”, aldus de voorzitter, Dick Verstegen, van de
Commissie JZ&E.
Draagvlak
Bij ongeveer tien dagbladen en het ANP zijn intussen de
Genootschapscode of vergelijkbare afspraken ‘officieel’ in gebruik, de
laatste vaak al van vóór de introductie van de Genootschapscode. Het
treurige feit is dat vrijwel geen enkele journalist weet heeft van de
Genootschapscode, om maar niet te spreken van de ‘checklist’ die zij
‘moeten’ hanteren in het uitoefenen van hun ambt. In een tijd waar
commerciële criteria bij nieuwsorganisaties de leidraad zijn, ‘als het
entertainmentgehalte toeneemt, neemt het investigative journalism af’,
lijkt er weinig draagvlak voor en behoefte aan journalistieke
gedragsregels. Althans bij journalisten, veel politici en bekende
Nederlanders zien ze maar al te graag.
Zelfregulering
Het probleem is dat de codes zijn opgesteld voor de individuele
journalist en niet voor organisaties. Het is geen code van de
werkgever, dus elke individuele journalist moet zelf oordelen. De
definitie is, anders dan bij medici en juristen, moeilijk: voor wie
geldt de code? Wie is journalist? Omdat het een vrijwillige afspraak
is, is er ook geen straf maar zelfregulering. De code is niet bindend,
niet afdwingbaar en zit vol compromissen. Een beroepscode voor de
journalistieke professie snijdt door kranten, televisieprogramma’s,
bedrijven en organisaties. Journalisten kunnen hun beroep niet meer
vrij uitoefenen, is een vaak gehoord tegenargument. Kranten als NRC en
Telegraaf en bladen als Elsevier en Story onderscheiden zich juist door
het onderlinge verschil in ethische spelregels.
Kompas
Dick Versteeg, voorzitter van de Commissie JZ&E van het Nederlands
Genootschap van Hoofdredacteuren weerlegt deze argumenten: “Een code
ontleent haar waarde niet aan afdwingbaarheid of belangenafweging. Een
journalist moet bij elke situatie op het kompas van zijn onafhankelijk
beoordelingsvermogen kunnen varen. Daartoe biedt de code een hulpmiddel
bij uitstek, met tegelijkertijd nog voldoende ruimte voor de
noodzakelijke eigen interpretatie van de journalistieke
maatschappelijke context.”
Ongrijpbare professie
Verstegens ideaal is, hoe goed bedoeld ook, niet houdbaar, toepasbaar
en al helemaal niet te handhaven. De vrijblijvendheid van zijn code,
voor de ongrijpbare professie die journalistiek heet, blijft het
heikele punt. Het streven om met de Genootschapscode een cultuuromslag
teweeg te brengen is op zijn zachts gezegd naïef te noemen, een
discussie erover is gedoemd om te verzanden in een ‘welles-nietes
opvoering’.
Vrouwe Justitia
Wanneer het over ‘normen en waarden’ gaat houdt iedereen er zijn eigen
ideeën op na. We moeten het dus doen met de huidige rechtspraak. Wel
moet deze aangevuld worden om individuele burgers meer bescherming te
bieden tegen mediageweld.
Op hun beurt moeten burgers, bekende
Nederlanders en politici sneller naar de rechter stappen als zij van
mening zijn dat hen door de media onrecht is aangedaan. Dit zal
concrete jurisprudentie opleveren, die journalisten voorzichtiger,
eerlijker en, hoewel afgedwongen, meer integer kan maken.
Het streven
naar een maatschappij waarin journalisten, net als politici, aan de
burger verantwoording hebben af te leggen moet, hoe treurig ook, als
utopie van tafel geveegd worden. Journalistiek-ethische vraagstukken
zijn alleen goed voor het kweken van moreel besef bij journalisten en
het bezighouden van filosofen en ethici. De weegschaal van Vrouwe
Justitia moet rechtspreken.
Regelzucht.nl, 21 september 2006
De blauwe aanval op rood lesmateriaal
Het schijnt dat er in dit land tere kinderzieltjes vergiftigd worden
met ongenuanceerde linkse propaganda. In de vorm van een schoolboek.
Door Steven de Jong
Neem bijvoorbeeld het maatschappijleerboek ‘Blikopener’. Daarin wordt
gesteld dat de VVD een partij is die mensen aan hun lot overlaat. “Laat
de mensen het zelf maar uitzoeken. Wie het zelf niet kan heeft pech”,
zo vatten de schoolboekauteurs het VVD-gedachtegoed samen.
In een ander boek, ‘Impuls’ genaamd, staat dat “linkse partijen inzien
dat niet iedereen zichzelf op eigen kracht kan onderhouden” en dus
pleiten voor een overheid “die iedereen zoveel mogelijk kansen moet
geven”. Rechtse partijen, daarentegen, zouden die sociale ongelijkheid
“niet zo’n probleem” vinden.
Tot vorige week kraaide er geen haan naar, maar het is verkiezingstijd
en dus voelde VVD-Kamerlid Eric Balemans zich geroepen deze zogenaamde
politieke indoctrinatie aan de kaak te stellen. “Het is te zot voor
woorden”, volgens de parlementariër die tevens columnist is bij een
handvol onderwijsblaadjes.
Ik heb me een kwartiertje gebogen over de vraag waar Balemans nou zo
van baalde. Maar kwam niet verder dan de conclusie dat de
maatschappijleerboeken van tegenwoordig heel wat duidelijker zijn dan
de praatjes die politici zelf houden. Zo gaat Mark Rutte bijvoorbeeld
de verkiezingen in met de slogan “de VVD is er voor iedereen die iets
van zijn leven wil maken“, terwijl de nummer 2 op de lijst nog niet zo
lang geleden een ambitieuze Kosovaarse VWO-scholier het land uit heeft
gezet. Hoe moet je zoiets nou uitleggen aan kinderen?
Deze week kwam ik voor een soortgelijk dilemma te staan. Ik kreeg een
e-mailtje van ene Michelle uit Kaatsheuvel, die op internet gegoogeld
had voor haar spreekbeurt, en op een artikeltje van mij gestuit was
over dierenactivisme. “Ik moet mijn spreekbeurt doen over hoe dieren
zien en ik vind het een heel moeilijk onderwerp. Kunnen jullie mij
helpen met misschien wat spullen of gewoon informatie per e-mail te
geven?”, vroeg Michelle. Zelf kon ik haar niet helpen. Ik weet alleen
‘hoe dieren smaken’, en niet ‘hoe ze zien’. Maar doorverwijzen, dat kan
altijd.
Toch was dat makkelijker gedacht dan gedaan. Neem bijvoorbeeld de
website ‘Dierenwerkstuk.nl‘. Op het eerste gezicht lijkt het op een
objectieve, educatieve website, en zo wordt het ook gepresenteerd:
“Deze website staat boordevol informatie om je te helpen bij
spreekbeurten en andere schoolopdrachten.” Toch heb ik Michelle niet
naar deze website door verwezen.
‘Dierenwerkstuk.nl’ is namelijk propaganda van Wakker Dier, ofwel de
Partij voor de Dieren. Kinderen worden aangemoedigd een werkstuk te
maken op basis van eenzijdige, belastende informatie tegen de
bio-industrie. Dat alles met als doel de kinderen te rekruteren voor de
missie van Wakker Dier. Marianne Thieme, directeur van Wakker Dier en
lijsttrekker van de Partij voor de Dieren, verklaarde in november 2003
tegen dagblad Trouw dat ze haar werk ziet als een emancipatiestrijd.
“Na de bevrijding van de slaven, de arbeiders en de vrouwen is het nu
tijd voor de bevrijding van de dieren.”
Bedenkelijk is ook de afdeling ‘School’ op ‘Wakkerdier.nl’. Voor
docenten heeft Wakker Dier het zogenaamde docentenpakket ontwikkeld;
bestaande uit een educatiefilm, een handleiding met werkbladen,
voorbeeldlessen en scholierenkranten. Bedoeld voor leerlingen van groep
7 en 8 van de basisschool. Het bijgesloten filmpje is doorspekt met
anti-specisisme; de ideologie die discriminatie op grond van het
behoren tot een bepaalde soort veroordeelt. Door een klaslokaal vol te
proppen met kinderen, het licht uit te doen en toiletemmers te
plaatsen, wordt gepoogd de jeugdige kijkers het besef bij te brengen
hoe moreel verkeerd de stallen in de bio-industrie wel niet zijn.
Iedereen mag natuurlijk zo zijn idealen hebben. Ook is er niets op
tegen om kinderen van tien tot twaalf jaar bekend te maken met extreme
ideologieën in een gezonde onderwijsomgeving. Maar het gaat toch te ver
als docenten lesmateriaal gebruiken dat door actiegroepen is
vervaardigd? Dat kinderen toetsen krijgen waar activisten als Marianne
Thieme de vragen en antwoorden voor bedenken?
Even terugkomend op meneer de VVD’er Balemans. Waarom heeft hij dit er
niet uitgepakt als extreem voorbeeld van ideologisch gekleurd
lesmateriaal dat als objectief gepresenteerd wordt? Waarom richt hij
zijn pijlen alleen op een tweetal maatschappijboeken waar de VVD met
naam en toenaam genoemd wordt? Of gaat het hem helemaal niet om het
punt ‘gekleurd lesmateriaal’ en is het hem alleen te doen om het ‘imago
van de VVD’?
Dat zou erg jammer zijn. Want zelf lijd ik nog steeds aan een ernstige
vorm van vertekend historisch besef. Nooit is mij op school verteld
hoeveel Joden er door Nederlanders zijn verraden. Nooit is mij
uitgelegd hoe de Nederlandse staat in de naoorlogse jaren aan zoveel
schilderijen van grootmeesters is gekomen. Nooit is mij verteld dat de
weldoeners van de Gouden Eeuw eigenlijk moordlustige kolonisten waren.
En ook heb ik nooit vernomen dat Nederland als laatste Europese land de
slavernij heeft afgeschaft.
Ik zou graag hebben dat dit soort indoctrinatie voor mijn nageslacht
bespaard blijft. Want stel je voor dat een volgende generatie wordt
wijsgemaakt dat wij in Afghanistan alleen aan wederopbouw hebben
gedaan? Of dat Nederland aan de oorlog in Irak alleen politieke steun
heeft gegeven? Of dat Nederland nooit iets heeft geweten van geheime
CIA-gevangenissen? Dus, Balemans, werk aan de winkel!
Politiek-digitaal.nl, 20 september 2006
Staak aanval op Artikel 23: leer autochtone scholier over islam
Mensen die in de veronderstelling leven dat met het verbieden van
islamitische scholen – waar er nog geen 40 van zijn in Nederland – de
integratie wordt bevorderd, stellen zich nog conservatiever op dan de
politici die in 1917 tekenden voor gelijkstelling van bijzondere aan
openbare scholen.
Door Steven de Jong
Deze critici vertonen eenzelfde soort bekeringsdrang en visieloosheid
als de 19de eeuwse politicus Groen van Prinsterer, de geestelijk vader
van artikel 23 die een christelijke samenleving poogde te
institutionaliseren.
De aanval op artikel 23 krijgt de allure van een liberale kruistocht
tegen de islam, terwijl de werkelijke integratiewinst juist te pakken
is in het geven van onderwijs over de islam op openbare en christelijke
scholen.
Bijbel als richtsnoer
In Hilversum staat een bijzondere school. De basisschool 'Groen van
Prinsterer'. De 'Groen van Prinsterer' is een christelijke school,
waarin - zo lezen we op de schoolsite - de bijbel als richtsnoer wordt
genomen. 'De Groen' is een school met karakter, zegt het schoolbestuur.
"Een school die de kinderen helpt de bijbelse boodschap te begrijpen,
opdat zij als kinderen van God kunnen leven in deze veranderende
wereld."
Meeste kinderen op bijzondere school
Zo bijzonder is die school dus niet, zou je zeggen. Dat klopt, want
volgens het CBS gaat zeven op de tien kinderen naar een basisschool op
religieuze grondslag. Maar ja, volgens de grondwet heet een school die
gestoeld is op overtuiging of religie nou eenmaal een 'bijzondere
school'. We hebben het hier over grondwetsartikel 23. In dat artikel
wordt onderscheid gemaakt tussen openbare en bijzondere scholen.
Artikel 23 lid 2 regelt de vrijheid om een school te stichten op basis
van overtuiging of religie. Deze bijzondere scholen zijn bij wet
financieel gelijkgesteld aan openbare scholen. Beiden staan onder
hetzelfde toezicht van de overheid.
Groen van Prinsterer was tegen openbare scholen
De naam van voornoemde basisschool verwijst naar Guillaume Groen van
Prinsterer (1801-1876), een anti-revolutionaire politicus en
historicus. Groen van Prinsterer verzette zich tegen de Franse
Revolutie en de daaruit voortkomende liberale ideeën. Hij legde de
nadruk op Nederland als een christelijke staat, was een voorstander van
de soevereiniteit van de Koning en een tegenstander van neutrale
(niet-christelijke) scholen. Hij geldt als de aanstichter van de
'schoolstrijd', een sterk ideologisch geladen worsteling in het 19e
eeuwse Nederland over de vormgeving van het onderwijsbestel.
De schoolstrijd, die decennia duurde, heeft er uiteindelijk toe geleid
dat bijzondere scholen in 1917 in gelijke mate aanspraak mochten maken
op overheidssubsidie als openbare scholen. In 1920 werd dit verankerd
in de Wet op het Lager onderwijs.
Het is interessant te vernemen dat de geestelijk vader van artikel 23
tegen het stichten van openbare scholen was. Hij wilde dat iedere
school op religieuze leer geschoeid zou zijn, wat in die tijd niets
minder betekende dan protestants-christelijk of rooms-katholiek. Aan
islamitische scholen had hij weinig kopzorgen, want er waren destijds
immers nauwelijks islamieten in Nederland. Laat staan dat ze zich
konden verenigen in schoolverband.
Artikel 23 vergroeid met onderwijsbestel
Het integreren van het christendom in het onderwijs was dus de intentie
van artikel 23, een maatregel die geheel past in het verzuilde
Nederland van toen. Geen onderwijsregeling is zo beklonken en beproefd
in de samenleving als deze regeling. Het heeft zelfs de ontzuiling
doorstaan. De commissie die onder leiding van Geert Dales (VVD) het
Liberaal Manifest schreef, raadde dan ook niet voor niets aan artikel
23 in stand te houden. De chaos die het op de schop nemen van
onderwijsland met zich mee zou brengen, woog niet op tegen de liberale
afkeer van religieus onderwijs.
Artikel 23 in integratiedebat
Waarom er in 2003 een politieke discussie ontstond over artikel 23, is
even vanzelfsprekend als verontrustend. In het integratiedebat -
aangewakkerd door de actualiteit van islamitisch terrorisme - werd
alles wat ook maar een beetje de integratie in de weg zou kunnen staan
op de korrel genomen.
Politiek en publiek gingen zich bezinnen op de vraag wat nou precies de
kernwaarden van onze Nederlandse cultuur zijn en de uitdagingen
waarvoor die heden ten dage staan. De scheiding van kerk en staat kwam
al gauw naar voren als iets wat we tot het bittere eind moeten
koesteren. Moskeeën en islamitische scholen konden in dat kader
gemakkelijk getorpedeerd worden als elementen in de samenleving die
weleens een gevaar konden vormen voor onze kernwaarden en
joods-christelijke traditie.
Het redeneerde ook zo lekker: minderheidsgroepen die samenscholen, kunnen moeilijk tegelijkertijd integreren.
Cijfers loochenstraffen anti-artikel 23 argumenten
Het afschaffen van artikel 23 werd in het debat zonder blikken of
blozen ingezet als instrument om de segregatie tegen te gaan. Een
enkeling durfde zelfs te beweren dat de nationale veiligheid ermee
gediend zou zijn.
Zonder het te beseffen gingen de critici met deze opstelling verder
terug in de tijd dan het jaar 1917. Met het enige verschil dat niet het
institutionaliseren van de christelijke leer op de agenda stond, maar
een proces dat neigde naar een liberale kruistocht tegen de islam.
Met rooms-katholieke (23 % basisonderwijs, CBS) en
protestants-christelijke basisscholen (27 %) hadden de 'anti-artikel
23-ers' immers geen probleem. Het ging hen om de islamitische scholen
die bakens van segregatie zouden zijn, maar waarvan er in werkelijkheid
nog geen veertig in heel Nederland te vinden zijn. Veertig op een
totaal van zevenduizend basisscholen, wat neerkomt op nog geen ėėn
procent.
Naast de PC en RK scholen, bleven ook de hindoeïstische,
interconfessionele, joodse, evangelische en gereformeerd vrijgemaakte
scholen geheel buiten schot, althans in de argumentatie om bijzonder
onderwijs af te schaffen. Het zijn die veertig islam-scholen die in hun
ogen een overweldigende negatieve invloed zouden hebben op de
integratie, al weigeren ze het aantal in hun bevlogen pleidooien te
vermelden.
Gezien het geringe aantal van islam-scholen, is het dus moeilijk te
rechtvaardigen deze op te voeren als sta-in-de-weg voor integratie. Te
meer omdat maar ėėn op drie Turkse en Marokkaanse ouders in Nederland
een voorkeur zegt te hebben voor islamitisch basisonderwijs, volgens
het Sociaal en Cultureel Planbureau. Het overgrote deel van de moslims
kiest dus al uit eigen beweging voor een openbare of christelijke
school.
De voorstanders van het afschaffen van artikel 23 laden hiermee de
verdenking op zich dat ze het grondwetsartikel oneigenlijk aan de kaak
stellen om draagvlak te winnen voor hun integratiepolitiek. Hoewel de
cijfers hun beweringen loochenstraffen, blijven ze islam-scholen
opvoeren als initiators van segregatie.
Scheiding kerk en staat niet in het geding
at de argumentatie van de 'anti-artikel 23-ers' nog het meest
ondergraaft, is hun seculiere bekeringsdrang - oftewel de scheiding van
kerk en staat waar zij zich aan vastklampen. Artikel 23 staat de
secularisatie - dat overigens als zodanig niet in de grondwet is
opgenomen - immers helemaal niet in de weg.
Hoeveel bijzondere scholen er ook zullen komen, de overheid zal volgens
de huidige rechtsorde altijd neutraliteit moeten waarborgen ten op
zichte van verschillende kerken, overtuigingen en godsdienstige
richtingen. Dat element zit ook verankerd in artikel 23. Enerzijds met
de financiële gelijkstelling van bijzondere aan openbare scholen,
anderzijds door middel van de algemene onderwijsinspectie die op iedere
school van toepassing is.
Vrij belijden van godsdienst in gemeenschap
Onderwijs heeft niet alleen een onderrichtende taak, maar draagt ook
bij aan de geestelijke ontwikkeling van een kind. Mensen die zeggen dat
opvoeden alleen een taak van ouders is, wenden hun hoofd af voor het
feit dat basisschoolleerlingen 7 uur per dag, 5 dagen per week op
school doorbrengen.
Wat is er dan verkeerd aan om die kinderen een geloof te laten belijden
tussen het rekenen en lezen door? Artikel 6 van de grondwet rept immers
over het vrij belijden van een godsdienst of levensovertuiging,
individueel of in gemeenschap, behoudens ieders verantwoordelijkheid
volgens de wet. En het is juist die wet die voorwaarden schept aan de
wijze waarop basisvaardigheden onderricht worden, alsmede de
kwaliteitswaarborging ervan.
Dat religieus onderwijs niet ten koste gaat van de kwaliteit, wijzen de
onderzoeken naar islam-scholen uit. Volgens de Inspectie van het
Onderwijs is de kwaliteit van het leerstofaanbod en het aantal
gerealiseerde onderwijsuren op islamitische basisscholen zelfs hoger
dan op vergelijkbare scholen met een allochtonenpercentage van 70
procent of hoger.
We hoeven er niet meer van op te kijken dat VVD-kamerlid Ayaan Hirsi
Ali alles aangrijpt om de islam uit het publieke domein te verdrijven,
maar dat zelfs nieuwkomers als Peter R. de Vries er een nadrukkelijk
politiek speerpunt van maken moet ons wel zorgen baren. Zijn
argumentatie lijkt op het eerste gezicht te deugen: contacten tussen
bevolkingsgroepen kunnen moeilijker gelegd worden als er alleen
moslimkinderen in de schoolbankjes zitten en alleen moslimmoeders aan
de rand van het schoolplein staan. Dat bevordert voor die mensen
inderdaad niet de integratie. Maar gezien de cijfers (slechts veertig
islam-scholen in Nederland) kunnen die basisscholen moeilijk debet zijn
aan de gebrekkige integratie.
Onderricht niet-islamitische scholieren over islam
Wanneer de 'anti-artikel 23-ers' er rotsvast van overtuigd zijn dat
islamitische scholen de integratie tegengaan, doen ze er goed aan hun
ideologische oogkleppen af te doen en even de statistieken te bekijken
van het Centraal Bureau voor de Statistiek, alsmede de bevindingen van
de Inspectie van het Onderwijs en de conclusies van het Sociaal en
Cultureel Planbureau.
Wat hen ook zou sieren is als ze zich zouden richten op instrumenten
die werkelijk de integratie bevorderen; zoals het tegengaan van
discriminatie op de werkvloer of het bevorderen van arbeidsparticipatie
onder allochtone vrouwen.
Als er dan toch zo nodig ingegrepen moet worden in religieuze
onderwijselementen ten einde de integratie te bevorderen, onderricht
dan eens de kinderen op openbare en niet-islamitische basisscholen over
de leer van de islam. Geef ze proefwerken over de Koran, laat ze
Koranverzen uit hun hoofd leren en maak ze bekend met de waarden die de
profeet Mohammed uitdroeg.
In omvang, 99 procent van alle basisscholen, heeft dat veel meer
effect. De negatieve beeldvorming over de islam door de recente
terreuraanslagen, staat immers meer de integratie in de weg dan een
veertigtal islamitische basisscholen.
Het zou goed zijn om de islam uit de actualiteit van het terrorisme te
trekken. En waar kan dat beter dan in het onderwijs? Integratie staat
of valt bij kennisuitwisseling. Kennis van elkaars cultuur en respect
voor elkaars geloofsbeleving. Het sluiten van veertig islam-scholen
draagt daar weinig toe bij.
Etnische concentratie ook op openbare scholen
Nu is het verleidelijk het argument aan te voeren dat, met het
instandhouden van islam-scholen, de vrije kennisuitwisseling in de
dagelijkse omgang van moslims met niet-moslims tegengewerkt wordt.
Maar diezelfde etnische concentratie speelt zich ook af op openbare en
christelijke scholen, getuigde de scholen in de grote steden. De
oorzaak daarvan ligt in de etnische opbouw van bevolkingsgroepen ter
plaatse en de constatering van het SCP dat allochtonen nou eenmaal
liever contact hebben met mensen van een zelfde etniciteit. Bij de
Turken en Marokkanen zijn de afgelopen tien jaar de vrijetijdscontacten
met autochtonen zelfs verminderd. Deze vermindering doet zich vooral
voor bij de tweede generatie.
Spreidingsbeleid in strijd met gelijkheidsbeginsel
Met spreidingsbeleid, zoals het invoeren van allochtonenquota, kan deze
vervreemding in beperkte mate tegengegaan worden. Maar als je daar aan
gaat, kom je niet alleen aan het recht op vrije schoolkeuze maar ook
aan het gelijkheidsbeginsel van artikel 1 van de grondwet. Op grond van
afkomst wordt mensen dan een vrije schoolkeuze ontnomen. Eigenlijk is
dat ook het principe waar het de ‘anti-artikel 23-ers’ om gaat: het
tegengaan van etnische en religieuze concentratie ter bevordering van
de integratie. In dat perspectief is het bijzonder jammer dat de
critici van artikel 23 focussen op de islam-scholen, terwijl ze – als
we van hun goede bedoelingen uitgaan – een etnisch en religieus
gemêleerde samenleving voorstaan.
De onverantwoorde aanval op artikel 23 resulteert nu alleen in het
beeld dat er een liberale kruistocht tegen de islam wordt gevoerd. Dat
schiet niet alleen het doel van integratie voorbij, maar geeft ook een
verkeerd signaal – dat moslims niet gewenst zijn in deze samenleving.
Contraproductief dus.
Fundament voor integratie
De aandacht zal hierom verplaatst moeten worden naar interreligieuze
kennisuitwisseling tussen bijzondere scholen. Vanuit dat perspectief is
de meeste integratiewinst te pakken in het onderwijzen van
niet-islamitische kinderen over de geloofsachtergrond van moslims. De
kennis van moslims over de Nederlandse cultuur is immers altijd nog
groter dan andersom.
Onderwijs over de islam voor niet-islamitische scholieren heeft
zodoende niets te maken met het opgeven van de Nederlandse cultuur of
identiteit, maar juist met het zo effectief mogelijk stimuleren van
interreligieuze en interetnische contacten – zulks legt werkelijk een
fundament voor integratie, laat moslims in hun waarde en laat onze
grondrechten onberoerd.
Bronnen:
1) 'Het Liberaal Manifest', VVD (2005)
2) 'Uit elkaars buurt. De invloed van etnische concentratie op integratie en beeldvorming', SCP (2005)
3) 'Islamitische basisscholen in Nederland', Inspectie van het Onderwijs (1999)
4) 'Mr. G. Groen van Prinsterer (1801-1876)', Wetenschappelijk Instituut van de Christenunie (2005)
5) 'Periode 1872-1888: kiesrecht- en schoolstrijd', Parlement en Politiek (2004)
6) 'Meeste kinderen naar het bijzonder onderwijs', CBS (2004)