donderdag 15 augustus 2013

Uit de vele ideaal-typische beelden een legering smeden, dat is de taak van een bestuurder

Organisatieactivist.nl, 23 februari 2007
Uit de vele ideaal-typische beelden een legering smeden, dat is de taak van een bestuurder


Frits Bolkestein is als bestuurder regelmatig in de wielen gereden door kamergeleerden. Bollebozen die met hun enthousiasme voor abstracte beginselen, niet gehinderd door bestuurlijke ervaring, politieke bestuurders langs de ideologische meetlat legden.

Door Steven de Jong

In het weekblad Opinio probeert de VVD-coryfee deze intellectuelen te diskwalificeren, maar komt daarbij met zichzelf in de knoop.

Zijn essay, getiteld ‘Waarom houden intellectuelen niet van het kapitalisme?’ (16 februari 2007), vangt aan met een determinatie van ‘de intellectueel’. Dankbaar citeert Bolkestein de franse filosoof Jean-Paul Sartre (1905 – 1980). Intellectuelen zijn volgens Sartre “mensen die zich bemoeien met zaken die hun niet aangaan”.

Nog lyrischer is Bolkestein over de meer specifieke omschrijving van de Franse denker én politicus Alexis de Tocqueville (1805 – 1859). Die vond net als Sartre dat intellectuelen zich overal tegenaan bemoeien en verklaarde die bemoeizucht door een gebrek aan bestuurlijke ervaring. Hun overmatig enthousiasme voor abstracte beginselen zou hun opinies over bijzondere onderwerpen waardeloos maken, omdat ze ideaal-typisch en irreëel zijn.

Volgens Bolkestein is dit de reden dat de geestelijke voorhoede veelal als laatste inziet dat bepaalde maatschappijvormen, zoals het communisme, in de praktijk meer onheil dan heil brachten. Via Tocquevilles determinatie van de intellectueel probeert Bolkestein in zijn essay de intellectuele kritieken op het liberale kapitalisme (in wezen ook een ideaal-typisch beeld) te pareren. Om niet in dezelfde valkuil te stappen als de schrijftafelgeleerden die hij de maat neemt - althans een poging daartoe, hanteert hij - zonder het te benoemen – de magere argumentatie van Winston Churchill (”Democracy is the worst form of government except for all those others that have been tried”). Met dien verschille dat Bolkestein een paar duizend woorden nodig heeft om ‘democratie’ te vervangen voor ‘kapitalisme’.

Bolkesteins betoog blijkt vooral een aanval op intellectuelen die blauwdrukken voor heilstaten produceren, maar in zijn verdediging van het kapitalisme doet hij precies hetzelfde: “Wat heeft het kapitalisme nodig om goed te kunnen functioneren? In de eerste plaats duidelijke regels, te stellen door de overheid.”

Toch bedoelt hij dat niet helemaal zo, getuige zijn bewondering voor het gedachtegoed van Deng Xiaoping. Deze voormalig leider van China - die door zijn voorganger Mao beticht werd van kapitalistisch leiderschap - zei ooit: “Het maakt niet uit of de kat wit of zwart is, als hij maar muizen vangt”. Bill Gates heeft die strategie met succes in de praktijk gebracht. En Bolkestein was degene die in 2004 voor Gates in de bres sprong toen zijn collega-eurocommissaris Microsoft wilde bestraffen voor het onmogelijk maken van de ‘liberaal kapitalistische voorwaarde voor concurrentie’.

Bolkestein laat zich in Opinio kennen als de vleesgeworden tragiek van ‘de intellectuele bestuurder’. De kritiek die hij pleegt op intellectuelen, legt zijn eigen schizofrenie bloot: als bestuurder werd Bolkestein continu gedwongen zijn gedachtegoed aan te passen aan de werkelijkheid. Bolkestein legt dat uit als een diskwalificatie van de ‘intellectueel zonder bestuurservaring’, maar hij had er beter aan gedaan een essay te schrijven over hoe bestuurders moeten omgaan met intellectuele input. Want uiteindelijk was Bolkesteins grote voorbeeld John Maynard Keynes (1883 – 1946) ook niet meer dan een wensdenker. Keynes theorie heeft in de loop der tijd grondige correcties moeten ondergaan om schending van universele mensenrechten te voorkomen. En het definiëren van die mensenrechten is op zijn beurt ook en vooral weer een verdienste van intellectuelen.

Bestuurders hebben de taak uit de vele ideaal-typische beelden de meest werkbare legering te smeden. Hoe een bestuurder dat het beste kan doen? Daarop blijkt Bolkestein geen antwoord te kunnen geven.

Link: 'Bolkesteins aanval op de intellectueel'

Wetgevers laten zich niet de wet voorschrijven

Regelzucht.nl, 21 februari 2007
Wetgevers laten zich niet de wet voorschrijven


Dat de begrippen parlementariër en volksvertegenwoordiger niet naadloos op elkaar aansluiten, wordt duidelijk als het eigenbelang van een politicus op het spel staat. Op zo’n moment is het van belang dat je - à la Moszkowicz - een vurig pleidooi voor jezelf houdt.

Door Steven de Jong

Als gemeenteraadslid maakte Gonny van Oudenallen zich bijvoorbeeld druk om zwerfkeitjes in de stad. Die brachten onherstelbare schade toe aan haar pumps. Later, toen ze eenmaal in het parlement een zetel bevuilde, ging haar eerste kamervraag over de veiligheid van haar kleurspoeling.

Maar wat te doen als je eigen werkkring een regel door het parlement jast die je diep in je persoonlijke vrijheid raakt? Ook dan is het zaak op te treden, want dergelijk oncollegiaal gedrag hoef je als politicus niet te pikken. Als dat gebeurt rest maar één middel: de boel saboteren!

Een dergelijk voorval trof het Europarlement, u weet wel; die club die zich altijd tegen ons aanbemoeit zonder dat we daarom gevraagd hebben. In de gebouwen in Brussel en Straatsburg mocht per 1 januari niet meer gerookt worden. De rokende parlementsleden die zich door hun collega’s genaaid voelden, besloten demonstratief in de gangen te paffen en in de koffieruimtes stug door te roken.

Vandaag werden ze beloond voor hun assertiviteit. “Het lukte niet iedereen zich aan het verbod te houden”, aldus een woordvoerster van het EP. Het rookverbod wordt nu afgezwakt. “Omdat het niet meer te handhaven is”, aldus een Brussels comité. Zo zie je maar: wetgevers laten zich niet de wet voorschrijven.

De hints van Balkenende IV

Regelzucht.nl, 19 februari 2007
De hints van Balkenende IV


Halverwege de jaren tachtig bracht de KRO het spel ‘Hints’ op televisie. Doel van het spel: probeer je teamgenoten in een zo kort mogelijke tijd duidelijk te maken welk woord of welke woordencombinatie je van de spelleider moet uitbeelden. Vaak bleek dat ontzettend lastig.

Door Steven de Jong

Het spel lijkt mij daarom een educatieve bezigheid voor reclamemakers, en ik vermoed dat het marketingbureau van Philips er zijn voordeel mee heeft gedaan. Hun slogan ‘Sense and Simplicity’ suggereert dat producten van Philips intuïtief te bedienen zijn, zonder de gebruiksaanwijzing te hoeven lezen. Het beeldmerk is een wit doosje op een hand. De boodschap is helder: technologie moet net zo vanzelfsprekend zijn als de doos waar ze inzit. De campagne bleek een succes, of om in de woorden van Philips te spreken: “Ons merk weerspiegelt nu ons geloof dat eenvoud een doel kan zijn van technologie. Het is eigenlijk vanzelfsprekend.”

Mensen die ook wat van ‘Hints’ kunnen leren, zijn politici. Die hebben als het goed is een visie en moeten die aan de man brengen. In campagnetijd wordt daar helaas op een ordinaire en populistische manier gebruik van gemaakt. De VVD haalde bijvoorbeeld beelden van de Holocaust uit het stof om het belang (”dit nooit meer”) van een Europese Grondwet uit te drukken. Een ander wapenfeit van de VVD is de karaktermoord op Wouter Bos. Die werd in februari 2006 ingeluid met een animatiespot waarin een roos (het traditionele PvdA-symbool) naar links en naar rechts buigt. Met dit beeld en de titel ‘Roos weet het ook niet meer’ suggereerde Mark Rutte dat Wouter Bos een zwabberende koers vaart. Campagne-experts noemden het een “geraffineerde campagne”.

Ook bij de formatie speelt het uitdrukken van visies een rol. Met name in de functieomschrijving van ministers zonder portefeuille. Door een ministerschap los van een departement in het leven te roepen en te koppelen aan een bepaald beleidsterrein, kan de regering het accent leggen op specifieke thema’s. In de Koude-oorlogssfeer van de jaren vijftig was er bijvoorbeeld behoefte aan instructies en middelen voor zelfredzaamheid. Een aparte minister voor ‘Bescherming bevolking en burgerlijke verdediging’ zette dit op de agenda en tilde een civiele beschermingsorganisatie van de grond. Een ander voorbeeld is het ministerschap voor ‘Hulp aan ontwikkelingslanden’, dat later hernoemd werd tot ‘Ontwikkelingssamenwerking’.

Sommige ‘ministerschappen zonder portefeuille’ werden zo belangrijk geacht dat ze op den duur versmolten in nieuwe benamingen voor departementen. Zo maakt het oude ministerschap ‘Wetenschapsbeleid’ nu deel uit van het ministerie van Onderwijs, Cultuur & Wetenschappen en valt het voormalige ministerschap ‘Overzeese Gebiedsdelen’ nu onder het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

In de eerste drie kabinetten van Balkenende kregen we naast een minister voor Ontwikkelingssamenwerking ook twee nieuwe: één voor Bestuurlijke vernieuwing en één voor Vreemdelingenzaken en Integratie. Of dit goede aanduidingen zijn kun je toetsen met het spel ‘Hints’. Probeer maar eens ‘bestuurlijke vernieuwing’ met handen en voeten uit te beelden. Dat lukt met geen mogelijkheid. En dat is misschien ook de oorzaak van het niet al te vruchtbare werk van Thom de Graaf en Alexander Pechtold.

Interessanter is echter het uitbeelden van ‘vreemdelingenzaken en integratie’. Dat blijkt heel eenvoudig. Hier een instructie. 1) Stap met een pan stamppot de supermarkt in. 2) Probeer een donkere meneer zover te krijgen dat hij het opeet. 3) Doet hij dat niet, wijs hem dan het gat van de deur. De doelgroep ziet hierin ongetwijfeld de Verdonkiaanse hint ‘Pas aan of rot op’, maar zal zich er volkomen terecht niets van aantrekken. Als vrije burger moet je namelijk wel heel weinig zelfrespect hebben om je door zo’n ex-gevangenisdirecteur de les te laten lezen.

Gelukkig is het beleidsterrein ‘Integratie’ in het Kabinet-Balkenende IV uit de sfeer van justitie gehaald. En wordt deze niet meer gekoppeld aan het akelige begrip ‘Vreemdelingenzaken’, maar aan ‘Wijkverbetering’ in een extra ministerschap op VROM. Ook kunnen we de Nederlands-Marokkaanse Ahmed Aboutaleb nu toejuichen als staatssecretaris voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Waarom toejuichen? Dat legde hij 17 februari in NOVA zelf uit: “U mag zich geen moment vergissen in hoe groot de symboliek is van het feit dat iemand zoals ik een plek krijgt in het Nederlandse kabinet.”

Het wordt me nu duidelijk waarom de formatie achter gesloten deuren plaatsvond. Onder de bezielende leiding van quizmaster Herman Wijffels hebben Rouvoet, Balkenende en Bos gewoon ‘Hints’ geoefend. Een goed voorteken! We krijgen een minder hardvochtig, meer humaan integratiebeleid. Waarin niet de excessen, maar de goede voorbeelden centraal staan. Nu maar hopen dat het beleid net zo aanslaat als het door Philips en Douwe Egberts ontworpen Senseo-koffiezetapparaat.

Balkenende: handen weigeren mag niet, homoparen weigeren mag wel

Regelzucht.nl, 17 februari 2007
Balkenende: handen weigeren mag niet, homoparen weigeren mag wel


In het Belgische stadje Sint-Niklaas hebben drie stellen hun geplande bruiloft afgezegd toen ze te horen kregen dat hun trouwambtenaar zwart is.

Door Steven de Jong

Wat blijkbaar wel kan, is burgers weigeren om hun geaardheid. Ambtenaren die gewetensbezwaren hebben, hoeven volgens het nieuwe regeerakkoord geen huwelijken te voltrekken tussen mensen van hetzelfde geslacht.

Eerlijk gezegd vind ik dit veel schokkender dan die zes racistische Belgen. We hebben het hier over een overheid die toestaat dat de individuele geloofsovertuiging van een ambtenaar zijn functioneren beïnvloedt.

In de discussies over het dragen van hoofddoekjes en het niet-schudden van handen ging het nog om de suggestie dat de neutrale overheid in het geding zou zijn. Maar in het geval van dit merkwaardige privilege voor gelovige trouwambtenaren, is het gewoon een feit dat de neutrale overheid in het geding is.

Ik kan het niet rijmen met de kritiek die premier Balkenende een aantal maanden geleden uitte op de Commissie Gelijke Behandeling (CGB). Hij was het niet eens met de CGB-uitspraak dat een islamitische docente van een school in Utrecht mag weigeren mannelijke collega’s de hand te schudden.

Resumerend: een docent mag van Balkenende niet weigeren handen te schudden, maar een ambtenaar mag van hem wél weigeren homo’s te trouwen. Wie kan mij dit uitleggen?

Nieuw regeerakkoord: ‘Samen spelen, eerlijk delen!’

Regelzucht.nl, 9 februari 2007
Nieuw regeerakkoord: ‘Samen spelen, eerlijk delen!’


Bos, Balkenende en Rouvoet willen met hun regeerakkoord ‘Samen werken, samen leven’ duidelijk maken dat ze ‘bondgenoot van de burger’ zijn.

Door Steven de Jong
Maar u en ik weten wel beter. Het is niets meer dan een berisping van de nieuwe Vadertje Staat: ‘Samen spelen, eerlijk delen!’

Om het nieuwe regeerakkoord te duiden, publiceerde NRC Handelsblad gisteren het pamflet ‘Gezinsherstel brengt volksherstel’, van vlak na de Tweede Wereldoorlog. ‘Bouwt aan saamhorigheid, weest eerlijk, hebt eerbied, houdt u aan de orde, en beheerst u in uw gedragingen’, luiden de uit het stof gehaalde credo’s.

Nemen we het nieuwe regeerakkoord ter hand, dan lezen we hoe dit in een nieuw jasje is gestoken met kreten als ‘handvest voor verantwoordelijk burgerschap’ en het ‘doe normaal-model’. De kernwoorden zijn zekerheid, rust en groei. Kortom, met de aardappels op schoot de wereldeconomie veroveren!

Dat het de broeders menens is, blijkt uit de omvang van hun coalitieakkoord. Meer dan vijftig pagina’s. Dat betekent niet alleen dat de grote lijnen zijn uitgezet, maar dat er ook flink is gemiereneukt. Koopzondagen worden waar mogelijk teruggedraaid in kerkzondagen, om maar een voorbeeld te noemen. Om het akkoord met hand en tand te verdedigen, zullen Bos, Balkenende en Rouvoet zelf zitting nemen in het kabinet. Het is een merkwaardige uitwerking van de zogenaamde ‘bondgenoot van burgers’-belofte.

Uit het te pas en te onpas gebruik van het begrip ‘innovatie’ moet ons duidelijk worden dat dit kabinet wil investeren in de kennis- en dienstensamenleving. Bij nader inzien blijkt echter dat de nieuwe bewindsvoerders van mening zijn dat “geëmancipeerde en goed opgeleide mensen” in Nederland niets te klagen hebben, en dat de mensen “die niet zelfstandig kunnen meekomen” toerusting nodig hebben van de overheid. Een sympathieke gedachte, die tegelijkertijd blijk geeft van onbenul: gemeenschapszin, creativiteit en doorzettingsvermogen worden in één adem genoemd. Het noodzakelijke onderscheid tussen verzorgingsstaat (zorg voor de zwakkeren) en kenniseconomie (ontplooiing van talenten), en hoe die zich tot elkaar verhouden, blijft uit.

“Het ideaal om samen te werken aan de toekomst”, tekenden de politici als ‘visie’ op. Om vervolgens af te sluiten met de bewering dat “dit alles een stevige basis vormt om de vragen van de 21ste eeuw te beantwoorden”.

Een stevige basis is het allerminst. Hoewel de politici benadrukken dat mensen zich steeds meer in snel wisselende netwerken bewegen en zich minder ophouden in vaste gemeenschappen, laten ze het na hierop in te spelen. Sterker nog, ze weigeren de samenleving ervan bewust te maken dat na de ‘globalisering van de staat en de bedrijven, het nu de tijd is van de globalisering van het individu’ (Thomas Friedman). Dat gemeenschappelijke kaders geen veilige havens meer zijn voor het individu, maar dat iedereen met iedereen op microniveau met elkaar zal moeten concurreren.

Over de methode-Wijffels heb ik dus mijn twijfels. Het klassieke polderen waarin de informateur zijn strepen heeft verdient, geeft geen antwoord op de uitdagingen van de 21ste eeuw. Een echte ‘bondgenoot van burgers’ is in deze tijd geen overheid die in overleg treedt met maatschappelijke organisaties, vakbonden en kerken, maar een overheid die individuen klaarstoomt voor het mondiale netwerk van kennis- en dienstenuitwisseling. Terwijl ‘You’ door Time Magazine als ‘Person of the Year’ is uitgeroepen, neemt het nieuwe kabinet afscheid van het individu.

Bos, Balkenende en Rouvoet constateren dat het “met ieder van ons individueel wel goed gaat, maar met ‘ons samen’ minder”. Maar eigenlijk bedoelen ze: we zijn bang, hebben heimwee naar vroeger, dus als we elkaar nu maar stevig vasthouden, dan komt het allemaal wel goed. Als je het mij vraagt waren we met de slogan ‘Bemoei je met je eigen zaken!’ beter af geweest. Want naast spelen, heeft een volk nog altijd brood nodig.

Gemeente bestolen van rolstoel en gehandicaptenfiets

Burgercentraal.nl, 1 februari 2007
Gemeente bestolen van rolstoel en gehandicaptenfiets


Enige tijd geleden was het gemeentehuis van Schouwen-Duiveland in rep en roer. Alarmbellen rinkelden, want uit het Bevolkingsregister rolde een verontrustende mededeling.

Door Steven de Jong

Een inwoonster had zich ingeschreven in Groningen, en was nu automatisch geen Duivelander meer. Nu verhuisde er wel vaker iemand naar een andere gemeente, maar dit keer was er toch echt stront aan de knikker. Ze had haar aangepaste fiets en rolstoel, die ze in bruikleen had van de gemeente, zomaar meegenomen. Onrechtmatig ontvreemd, zoals dat in ambtenarenjargon heet.

Daar lieten de alerte ambtenaren geen gras over groeien. Al het werk werd neergelegd, en binnen twee dagen stonden ze op de stoep bij de inwoonster om de voorzieningen terug te vorderen. De Mobiele Eenheid was nog net niet opgetrommeld.

Het bleek dat het om een meisje ging die vier dagen per week in Groningen ging studeren, en de andere drie bij haar ouders bleef wonen. Omdat ze in Groningen kamerbewoner werd, had ze zich daar netjes als nieuwe inwoner opgegeven. Na een jaar zou ze zich weer inschrijven in Schouwen-Duiveland.

Dat kon allemaal wel wezen, zeiden de ambtenaren van de gemeentelijke afdeling Werk, Inkomen en Zorg (WIZ), maar volgens het computersysteem waren hun gehandicaptenvoorzieningen toch echt met de noorderzon vertrokken. De ambtenaren namen daarom, zonder pardon, de fiets en rolstoel in en brachten het naar een gemeentelijk depot. De fiets, die wegens een ouderdom van 10 jaar niet meer voor hergebruik in aanmerking kwam, zou later naar het grof vuil worden gebracht.

Zonde natuurlijk, maar regels zijn nu eenmaal regels. Na vele malen heen en weer bellen mocht het meisje haar gehandicaptenfiets en rolstoel terug. Maar niet voordat ze duizend euro had afgerekend, want alleen echte bewoners hebben recht op gratis voorzieningen.

In al hun barmhartigheid bleken de dienstdoende ambtenaren evenwel bereid te zijn een oplossing te verzinnen voor het meisje. “Als je over een jaar of zo weer terug bent op Schouwen-Duiveland, heb je volgens de geldende normen gewoon weer recht op een nieuwe rolstoel plus aangepaste fiets”, merkten ze op, alsof ze zojuist het wiel hadden uitgevonden.

De bureaucraten adviseerden haar nieuwe voorzieningen in Groningen aan te vragen voor de tijd dat ze daar is. Een aanvraag die weken, zo niet maanden, in beslag neemt. In de tussentijd zou ze maar kruipend door het leven moeten. Dat het meisje van plan is na haar studiejaar weer permanent terug te keren naar Schouwen-Duiveland, doet er volgens de gemeente niet toe. Het zal er dus op neerkomen dat Schouwen-Duiveland bij haar terugkeer de voorzieningen opnieuw moet aanschaffen, en dat haar nieuwe voorzieningen in Groningen aldaar naar het depot gaan.

Een meneer, die het meisje bijstond in de Duivelandse bureaucratie, heeft verhaal gehaald bij de ambtenaren. Hoe kan dit meisje, met al die goedbedoelde regelgeving, toch tussen wal en schip belanden? Het antwoord van de gemeente luidde klip en klaar dat “wij gewoon de regels hebben nageleefd.” En durf ze eens ongelijk te geven!

Onthutst door deze ambtelijke logica, vroeg meneer zich af of er nog zoiets als gezond verstand bestaat: “Is de belangrijkste regel niet dat iedereen in een nieuwe situatie eerst logisch moet nadenken?”

De American Dream van de digitale revolutie

Organisatieactivist.nl, 29 januari 2007
De American Dream van de digitale revolutie


De ‘Person of the Year’, een jaarlijks verkiezingsgeintje van het weekblad Time, is in 2006 gewonnen door niemand minder dan ‘You’.

Door Steven de Jong

Oftewel, de internetgebruiker van vandaag. Kunnen we als moderne burgers nu de macht grijpen, of worden we voor de gek gehouden met een virtuele ‘American Dream’?

“Voor het grijpen van de teugels van de media wereldwijd, voor het oprichten en vorm geven aan de nieuwe digitale democratie, voor al het gratis werk en het verslaan van de professionals op hun eigen terrein ben jij de persoon van het jaar”, schreef het weekblad in december 2006.

Revolutie


U begrijpt, ik voel me vereerd, ondanks het feit dat ik het podium moet delen met zo’n 1 miljard andere internetgebruikers. Journaals van over de gehele wereld dichtten u en mij, als internetgebruikers, macht en invloed toe. Dat is nogal wat! Er verschenen tal van analyses, commentaren en debatten in de conventionele media. De teneur was deze: de digitale informatierevolutie, waarin de burger en de consument de stuurknuppel van ruimteschip Aarde hebben overgenomen, heeft voet aan de grond gekregen.

Manifestaties

Journalisten, internetdeskundologen en cybergoeroes haalden tal van voorbeelden aan die deze historische gebeurtenis moesten illustreren. Een boze klant die met ronkende weblog-artikeltjes de multinational Dell ernstige imagoschade had berokkend, een depressief meisje dat met haar videoblogs op Youtube duizenden lotgenoten in haar verdriet liet delen, een heimelijk opgenomen schoolpleingevecht dat een nationale golf van verontwaardiging initieerde, twee Apeldoornse vriendinnen die met een lollig amateur-clipje wereldsterren werden in Google Idols, een Brit die met een internetactie landelijke aandacht genereerde voor het lot van zijn buurthuis, een inwoner van Bagdad die de wereld informeerde over de plaatselijke bommenregen, etcetera, etcetera. Stuk voor stuk voorbeelden van mensen die dankzij internet een breed publiek, op een laagdrempelige manier en buiten de gebaande paden, aanspraken. Ze oefenden op een eigentijdse wijze een zekere vorm van invloed uit op de samenleving.

Digitale platforms als Hyves.nl, Kieskeurig.nl, Wikipedia.org, Ebay.com, Youtube.com en Blogger.com verschaffen de moderne burger een podium; niet alleen om zichzelf te manifesteren, maar ook om kennis te verspreiden, te handelen in producten en diensten, sociaal te netwerken, de gevestigde orde het vuur aan de schenen te leggen of zelfs, met behulp van het simulatiespel Second Life, een virtueel bestaan te creëren waarin echt geld is te verdienen.

Success stories

Tot zover wil ik enthousiast meebrullen in de hype van Web 2.0. Want alle invloed die Time u en mij toedicht, verdwijnt als sneeuw voor de zon als we uit de context van het collectief getrokken worden. De echte ‘You’ is namelijk vooral Jan met de Pet die weblogt over de avonturen van zijn goudvis, en daarmee nauwelijks een groter publiek aanspreekt dan zijn moppentappende kameraad in het buurtcafé. ‘You’ is ook de consument die een mp3-speler van Sony afkraakt op Kieskeurig.nl, en een paar minuten later door een andere consument gecorrigeerd wordt. Niets geen koersval, weglopende aandeelhouders of aftredende CEO’s, maar slechts een roepende in een digitale woestijn van meningen.

De success stories van de ‘You’s’ die de media aanhalen, zijn in principe vergelijkbaar met die van de BN’ers In Real Life. Mensen die zich door talent onderscheiden van hun medeburgers. Wat het toonaangevende weekblad dus eigenlijk heeft gedaan, is ons gek maken met een virtuele ‘American Dream‘. Of om het oneerbiedig te zeggen; het sprookje dat iedere randdebiel miljonair of president van de Verenigde Staten kan worden. Definiëren we macht als de mate van invloed die een persoon op een x-aantal personen kan hebben, dan heb je nog steeds niks in de melk te brokkelen als je tot die x-aantal personen hoort.

Opgaan in de massa

De zogenaamde tsunamie van User Generated Content die nu over de wereld raast, bestaat nog steeds uit druppels op een gloeiende plaat: machtsbolwerken raken pas ontregeld als bepaalde druppels het klaarspelen zich inventief en effectief te verenigen.

Neem bijvoorbeeld ‘Action Network‘, een e-democracy project van de BBC waarin probleemeigenaren zich organiseren, oplossingen verzinnen en die op de politieke agenda zetten. Ook hier worden de meest inventieve ideeën en acties uitgelicht en gehyped, terwijl het gros ervan ongezien in de vergetelheid raakt. Net als de talloze demonstraties in het echte leven, die geen verslaggever de moeite waard acht om te verslaan.

We zullen ons daarom moeten neerleggen bij het feit dat we als de ‘You’s’ van nu en in de toekomst altijd moeten blijven concurreren danwel samenwerken met medeburgers. Internet kan dan wel de wereld reorganiseren (nationale grenzen vervagen, bewoners van ontwikkelingslanden krijgen toegang tot kennis en markten, internationale politiek wordt achtertuin politiek en machtsstructuren globaliseren), maar de invloed van ‘You’ als individu of als manifesterende menigte blijft beperkt. Zelfs al wordt de traditionele gevestigde orde vervangen door een organische, meer gemeenschappelijke en virtuele variant, dan nog worden we in ons doen en laten geremd door het handelen van anderen.

Chung - Rockefeller

De omgang met en totstandkoming van wetten en regels gaan mogelijk veranderen, zowel op schaalniveau als in de handhaving, maar we zullen altijd geneigd zijn ze anderen voor te schrijven. De universele waarden in de echte wereld zijn bijvoorbeeld niet anders dan die in Second Life. Wie zich in de virtuele wereld van Second Life misdraagt, wordt gecorrigeerd door het collectief. En wie als ‘You’ aldaar macht en invloed wil, zal anderen moeten overstijgen.

Anshe Chung, de Chinese internetmiljonair die haar fortuin als speler in Second Life verdiende met handel in digitale grond en huizen, wordt daarom niet voor niets vergeleken met de tycoon John Davison Rockefeller (1839-1937). Macht en invloed komt nog altijd met individuele, uitmuntende capaciteiten – en niet met internetgereedschap dat gemeengoed is geworden.

Link: 'De American Dream van de digitale revolutie'

Stadsdeel koppelt klachtenloket aan Google Maps

Politiek-digitaal.nl, 17 januari 2007
Stadsdeel koppelt klachtenloket aan Google Maps


Waar de rijksoverheid om veiligheidsredenen vooral met argusogen kijkt naar Google Maps, slaat de lokale overheid haar slag.

Door Steven de Jong

Het Amsterdamse stadsdeel Geuzenveld-Slotermeer grijpt sinds deze week de populaire dienst aan om haar burgers te informeren over openstaande klachten en de afhandeling daarvan.

Op de online luchtfoto van het stadsdeel zijn alle openstaande meldingen gevisualiseerd met een rood ballonnetje. Met een klik op de melding kan de bewoner zien wat er in zijn buurt gemeld is. Wethouder Tys de Ruijter ziet het als een belangrijke serviceverbetering. “We laten onze bewoners zien welke meldingen en klachten zijn binnengekomen en wat ermee gebeurt.”

Boom omgewaaid

De bewoners van de Dudok de Withof hebben een zwaar bestaan, zo blijkt. Maarliefst twee rode ballonnetjes zweven boven hun straat. De melding van 11 januari 2007 luidt: "Boom omgewaaid voor de deur van mijnheer zijn huis." En de status van de melding: "Toegewezen aan behandelaar." Even verderop blijkt een uitgebrande aanhangwagen te staan, de melding hiervan is "in behandeling".

Sloot vol fietsen

Maar ook elders is er leed in het stadsdeel. Zo heeft een meneer in de Dirk Bonsstraat al weken een berg zand voor zijn deur van onbekende herkomst, en klagen de mensen van de Burgemeester Fockstraat over de vervuiling van hun sloot. Die ligt namelijk vol met winkelwagens, fietsen en stapels straattegels. "Kunt u de sloot eens schoonmaken, en houden?"

Al klikkend klikken
Het meldpunt van de gemeente blijkt echter ook gretig gebruikt te worden door klikspanen. "Ondanks het parkeerverbod buiten de daarvoor aangegeven vakken, staat iedere dag weer een auto verkeerd geparkeerd in dit straatje. Het is erg vervelend dat het net een paar maanden geldende verbod, totaal niet gecontroleerd wordt. Zo lukt het dus nooit", luidt een melding van een anoniem iemand. Een andere melder is weer wat bondiger: "Tegenover de telefooncel ligt een boomstronk, svp opruimen."

Digitaal meldformulier

Op de digitale kaart kunnen bezoekers via een link een nieuwe melding toevoegen. Ze worden dan doorverwezen naar een multiple choice vragenlijst op de gemeentesite. Dat formulier is zeer gedetailleerd, zodat een toelichting van de klacht bijna niet meer nodig is en de klacht zelf voor de gemeente doeltreffend verwerkt kan worden.

In de rubriek 'Milieuhandhaving' kunnen mensen bijvoorbeeld één van de volgende opties aanvinken: (Brom)fietswrakken, Aanhangwagens / caravans, Autowrakken, Bodemverontreiniging, Graffiti, Illegale huisvuilzakken, Illegale reclame, Lpg-tank, Racistische leuzen, Sleutelaars, Vervuild oppervlakte water en Overig. Ook is er een aparte rubriek voor kapot of verdwenen straatmeubilair, met ook hier weer een keur aan opties.

Het digitale formulier was al eerder online. Van de ruim 4.000 meldingen die het stadsdeel in 2006 kreeg, zijn er 1500 via dit formulier binnengekomen. Meldingen worden niet direct op de site geplaatst. "Om misbruik te voorkomen vindt eerst een toetsing plaats. Ook kunnen meldingen buiten het zicht afgehandeld worden indien nodig", aldus het stadsdeel. Het stadsdeel hoopt met haar ‘redactionele beleid’ ook te voorkomen dat dezelfde meldingen meermaals op de kaart verschijnen.

Geuzenveld-Slotermeer is volgens het ambtenarentijdschrift Binnenlands Bestuur de eerste (deel)gemeente die Google Maps op deze manier gebruikt. Veel bedrijven zijn de ambtenaren echter al voorgegaan. Want het merendeel van de internetters gebruikt Google Maps slechts om hun eigen buurt vanuit helikopterview te verkennen, en dan is het handig als ze weten waar de dichtstbijzijnde Chinees of platenwinkel zich bevindt.

Onnodige kap van bomen


Naast service voor burgers, geeft deze toepassing eindelijk ook inzicht in de soort meldingen die gemeenten binnenkrijgen. Zo blijken er ook klachten te komen over ambtenaren die iets te voortvarend te werk zijn gegaan. "Onnodige kap van bomen tijdens een storm op 9 januari, terwijl die bomen er al jaren staan", zo heeft een bewoner van de Burg Hogguerstraat laten weten.

NCTb: Gematigde moslims moeten zich profileren op internet

Politiek-digitaal.nl, 17 januari 2007
NCTb: Gematigde moslims moeten zich profileren op internet


De verspreiding, vertaling en professionalisering van instructiemateriaal voor het plegen van aanslagen neemt een vlucht op internet.

Door Steven de Jong

Na handleidingen duiken nu ook video’s op, waarschuwt Tjibbe Joustra, de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding, in zijn rapport ‘Jihadisten en het internet’. Bestrijding op nationaal niveau acht hij een onbegonnen zaak. Om radicalisering tegen te gaan moedigt hij moslims “met een gematigder interpretatie van de islam” aan ook eens te verschijnen op internet.

9 februari 2005 werd het kabinet in een Kamerbrede motie verzocht een grootscheepse opsporingsactie te starten naar haatzaaiende websites, deze uit de lucht te halen en de verantwoordelijken strafrechtelijk te vervolgen. Inmiddels, bijna twee jaar later, constateert Tjibbe Joustra, Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding (NCTb), dat er in Nederland tussen de honderd en tweehonderd jihadistische sites worden gehost. De wens van de Kamer om die Nederlandstalige sites uit de lucht te halen is nauwelijks gerealiseerd. "In een aantal gevallen is ten aanzien van de inhoud van die sites wel opgetreden, maar dat zijn een zeer beperkt aantal gevallen. Dat is op de vingers van een hand te tellen", aldus Joustra 15 januari in het tv-programma NOVA.

Nederlandse jihadsites op buitenlandse servers
Volgens internetonderzoeker Matthijs van der Wel is de bestrijding van dit soort sites een onbegonnen zaak. "Als je één site uit de lucht haalt, zullen twee of drie kopieën ergens anders opnieuw opduiken." Ook internetsocioloog Albert Benschop uitte zijn bedenkingen tegen NOVA. Hij geeft toe dat MSN Nederland heeft meegeholpen met het uit de lucht halen van websites van Nederlandse jihadisten, maar waarschuwt dat dit soort websites meer en meer verschuiven naar servers in het buitenland. “Waar de Nederlandse regering er geen invloed op heeft”, aldus Benschop. Een voorbeeld is de in Amerika gehoste Nederlandstalige jihadsite www.freewebs.com/aqeedah/, met daarop artikelen van Mohammed B., de moordenaar van Theo van Gogh én een uitgebreide, gewelddadige uitleg van diverse Koranverzen. In één van de teksten staat het volgende: “Zich terugtrekken van de ongelovigen betekent: hen haten, hen vijandschap tonen, hen verafschuwen, een afkeer van hen hebben en hen bestrijden.”

Professionalisering van online terreurinstructies

In het dinsdag verschenen rapport ‘Jihadisten en het internet’ beschrijft de NCTb-topman nog een andere, mogelijk nog zorgwekkender, ontwikkeling. De verspreiding, vertaling en professionalisering van instructiemateriaal voor het plegen van aanslagen. Naast handleidingen zijn nu ook video’s in opmars. Het gaat dan bijvoorbeeld om instructievideo’s waarin uitgelegd wordt hoe bomgordels, buskruit en slagpijpjes te maken zijn. “Het risico dat van dit laagdrempelige beschikbare trainingsmateriaal uitgaat is aanzienlijk te noemen, zeker wanneer daarvan in het Nederlands vertaalde versies beschikbaar komen”, schrijft de NCTb. “Het is slechts een kwestie van tijd of Nederlandse vertalingen verschijnen.” Ironisch genoeg zond NOVA een instructievideo voor het maken van een bomgordel uit, en bracht daarin zelf de ondertiteling aan.

Gesproken tekst instructievideo voor bomgordel: "Je moet de kogeltjes nauwkeurig aanbrengen, zodat elk kogeltje bij de ontploffing zijn werk kan doen. We gieten de lijm over de kogeltjes in de mal. Je moet altijd goed opletten dat de kogeltjes aan de voorkant komen en de explosieven aan de achterkant. Dat betekent: de explosieven moeten aan de kant van het lichaam zitten en direct daarvoor de kogeltjes."

De NCTb heeft deskundigen gevraagd hoe educatief de video’s zijn. “Zij zeggen: als je het op deze manier doet, dan kom je een heel eind”, aldus Joustra.

Inmenging jihadisten op neutrale fora

Eén van de conclusies van het rapport luidt ook dat jihadisten, die zich voorheen vooral concentreerden op radicale websites, zich ook actief inmengen op neutrale discussiefora van niet-jihadistische signatuur. Met een beperkter gevaar voor ingrijpen door overheden, bereikt de jihadistische boodschap zo een veel breder publiek en kan zelfs nieuwe aanwas plaatsvinden.

Voor hoe internetgebruik het proces van radicalisering ondersteunt, heeft de NCTb de volgende lezing: "Voor iedere fase van radicalisering is er aanbod beschikbaar. Met behulp van het internet kan een potentiële jihadist processen doorlopen van ideologievorming, ideologieversterking en ideologische indoctrinatie.” Nader wetenschappelijk onderzoek naar groepsprocessen via het internet en de invloed van het internetgebruik op radicalisering acht de NCTb echter gewenst.

Google Earth potentieel gevaar

Zonder een uitspraak te doen over gewenst overheidsoptreden, wordt in het rapport ‘Jihadisten en het internet’ beweert dat de innovatie van het internet potentieel bijdraagt aan het plegen van terroristische activiteiten, temeer omdat professionele hulpmiddelen steeds laagdrempeliger, goedkoper, eenvoudiger, minder arbeidsintensief en grootschaliger worden. “Met name de ontwikkelingen op het terrein van (real-time) satellietbeelden, eventueel gecombineerd met een internetverbinding zoals in het geval van Google Earth, zullen snel voortschrijden. Daarmee is informatie-inwinning via het internet een zeer bruikbaar middel voor jihadisten en draagt dat potentieel bij aan het plegen van terroristische activiteiten.”

Ook aandacht voor specialistische software


Hierom zou er volgens de NCTb ook meer aandacht moeten zijn
voor specialistische software, waarmee datamining mogelijk is, ofwel het onderzoeksveld waarbij getracht wordt om op een geautomatiseerde manier patronen en relaties te ontdekken in grote hoeveelheden gegevens. Door de vrije beschikbaarheid van demografische en topografische informatie wordt het namelijk aantrekkelijk om deze software, zoals geografische informatiesystemen (GIS), in te zetten voor terreurplanningen. Sofware waarmee bijvoorbeeld berekend kan worden op welke plaats, met welke explosiekracht het meeste slachtoffers gemaakt kunnen worden.

Oproep aan gematigde moslims


Opmerkelijk is de oproep van Tjibbe Joustra aan gematigde moslims. “Wat wij met deze studie ondermeer proberen te doen is de omvang van het probleem aan te geven. En ook duidelijk te maken dat er ontzettend veel orthodoxe, salifistische en jihadistische interpretaties van de islam op het internet te vinden zijn. We hopen dat andere organisaties daarin een aanmoediging zullen vinden om met hun veel gematigder interpretatie van de islam ook eens te verschijnen op het internet.”

Het lottoleed van Helène de Gier

Regelzucht.nl, 29 december 2006
Het lottoleed van Helène de Gier


Voldaan van de kerststollen en bedolven onder de nieuwjaarswensen, vergeten we weleens de grote tragedies die Nederland het afgelopen jaar hebben geteisterd.

Door Steven de Jong

Daarom kon ik niet anders dan deze ruimte besteden aan Helene de Gier, een zwaar getraumatiseerde mevrouw uit Heusden die mijn tranen, als nooit tevoren, heeft getrokken. In haar straat viel op 1 januari 2006 de PostcodeKanjer van de Postcode Loterij: 23,9 miljoen keiharde euro’s. Eén probleem: mevrouw had geen loten. Haar buren wel.

“En toen die W verscheen, dus eerst die letter A en dan die W”, snotterde ze tegen NOVA, “toen heb ik me omgedraaid en ben naar huis gelopen. Toen heb ik tegen mezelf gezegd, keer op keer, als ik lid was geweest was ik nu miljonair geweest.”

De slager op de hoek, die als hobby de sociologie beoefend, heeft de gevolgen van deze barbaarse bingodaad geobserveerd. “In die periode waren de mensen helemaal ontregeld, hè. De mensen die geld kregen waren ontregeld, sommigen niet denk ik, en de mensen die niets kregen waren ook ontregeld. De sfeer was, ehm, uit balans.”

Heusden is verscheurd. Het pittoreske vestingstadje aan de Maas is niet meer wat het geweest is. De gemeenschap, die de watersnoodramp van 1995 nog wist te trotseren, waar dorpelingen met gevaar voor eigen leven de zandzakken voor de drempel van de buurman opstapelden, dat vredelievende plaatsje, daar durven de mensen elkaar niet meer aan te spreken. “Ze weten dat er pijn is, ze weten dat er vreugde is. Maar ze mijden elkaar”, huilde mevrouw De Gier de camera in. Wat een leed!

Maar gelukkig is daar Monique Enneking, advocate bij het gerenommeerde bureau Holla Poelman Advocaten, gespecialiseerd in lottoleed. “Wij klagen de Postcode Loterij aan in verband met het plegen van een onrechtmatige daad”, zegt ze onomwonden. “Die onrechtmatige daad is dat door de werkwijze waarop de Loterij is georganiseerd inbreuk wordt gemaakt op de privacy. Daarnaast wordt door die inbreuk ook echt psychische schade aangericht.”

Dat de advocate niet uit haar nek kletst, wordt in het volgende shot duidelijk. “Alles is beladen. De woonomgeving…”, brult mevrouw De Gier, “…de postcode die je dagelijks moet gebruiken.” Terwijl de snikken van De Gier nog op de achtergrond te horen zijn, komt buurman en gevierd kunstschilder Clemens Briels in beeld. “Hoe gaat het met u?”, vraagt de verslaggever. “Slecht”, antwoordt meneer Briels resoluut. “Ik heb mijn enkel dubbel gebroken tijdens de verhuizing van mijn galerie naar hier.” Dat ‘hier’ blijkt een monumentaal pand te zijn, dat Briels heeft gekocht van zijn gewonnen 750 duizend euro. “Dat is toch niet weinig?”, zo probeert de verslaggever het leed nog wat te verzachten. Nou, daar denkt meneer Briels heel anders over. “Nee, maar als je dat vergelijkt met de buren en de overburen… Ik bedoel, 750 duizend, daar gaat een kwart vanaf, daar koop je tegenwoordig in de randstad nog geen doorzonwoning voor, toch?”

Terug naar mevrouw De Gier. Waar NOVA-verslaggever Marcel Ouddeken de brutaliteit vandaan haalde weet ik niet, maar uit het niets komt hij met de stekende vraag ‘Bent u niet gewoon een slechte verliezer?’ “Nee, nee! Absoluut niet!”, sputtert mevrouw De Gier tegen, “ik kijk alleen iets verder dan de meeste mensen doen”.

Mijn ogen zijn in ieder geval geopend. In de donkere dagen voor de nieuwe lottotrekking gaan mijn gedachten daarom niet meer uit naar de hongerende mensen in Afrika die door de Postcode Loterij gesteund worden, maar naar Heusden, en speciaal naar Helene de Gier in de Hoogstraat. Stuur haar ook een kaartje; haar postcode is 5256 AW. Het huisnummer moet u er maar op goed geluk bij verzinnen.

Geef de kiezer het laatste woord

Regelzucht.nl, 28 november 2006
Geef de kiezer het laatste woord


Onze democratie is volgens The Economist de op drie na beste democratie ter wereld, maar wel beschouwd zijn onze verkiezingen niets meer dan een stemverheffing.

Door Steven de Jong

De kiezer heeft gesproken, maar niemand weet wat hij gezegd heeft.

Heeft Balkenende gewonnen omdat hij de grootste is gebleven, of heeft hij verloren omdat hij drie zetels kwijt is? Heeft Bos verloren omdat hij zich niet uitsprak voor een links kabinet, of omdat Marijnissen een beter verhaal had? Wil de kiezer voortzetting van het regeringsbeleid (met VVD erbij) of ging het hem slechts om het CDA-program? Zijn de verloren zetels van de VVD naar Wilders gegaan, en zo ja; wil de kiezer dan misschien toch een rechts regeringsbeleid?

Stel dat we ervan uitgaan dat de kiezer gewoon gekozen heeft op de partij die hem het meest aanspreekt (wat niet altijd zo is), dan wordt het heel lastig om uit al die voorkeuren de meest gewenste coalitie aan te wijzen. De stichters van onze democratie hadden al vroeg door dat deze opgave een onmogelijke is. Verkiezingsdag definieerden zij voor het gemak als het plafond van geïnstitutionaliseerde burgerlijke zeggenschap.

Vanaf dat moment krijgen de lijsttrekkers de kaarten in handen, zo is besloten. Zij moeten een advies aan het ongekozen staatshoofd, de Koningin, uitbrengen. Over welke coalitie zij wenselijk achten. Vervolgens benoemt de Koningin een informateur die de mogelijkheden van een meerderheidskabinet onderzoekt op basis van die lijsttrekkers-adviezen. De kernopdracht voor de informateur is zodoende de Koningin te informeren over welk kabinet “kan rekenen op een vruchtbare samenwerking met de Staten-Generaal”. De Koningin neemt dat advies over en benoemt doorgaans de winnaar van de verkiezingen tot formateur. Deze persoon moet vervolgens de Koningin informeren over wie beschikbaar is voor welke portefeuille.

Tot zover het staatsrechtelijke verhaal, of beter gezegd: het recht van de Staat. Maar wat schetst mijn verbazing? Op verkiezingsavond bogen lijsttrekkers zich bij Paul Witteman over de vraag hoe de uitslag te ‘duiden’ is. Ofwel, over de vraag wat de kiezer wil zeggen nu hij gesproken heeft. Mark Rutte (VVD) trok het boetekleed aan en zei, net als zijn lotgenoot Bos, dat de SP een grote rol moet spelen in de vorming van een nieuw kabinet. Balkenende (CDA) legde de kiezer in de mond dat het regeringsbeleid voortgezet moet worden, omdat het CDA de grootste is gebleven. Terwijl zijn linkse opponenten Bos, Halsema en Marijnissen menen dat het volgens de kiezer ‘veel socialer moet’.

Die komen er dus niet uit. En dat brengt mij tot de conclusie dat het niet vast te stellen is wat de kiezer voor coalitie wil, zonder dat we hem daar naar gevraagd hebben. Het staatsrecht is duidelijk; het gaat er helemaal niet om wat de kiezer voor coalitie wil. Dus waarom zouden lijstrekkers zo’n moeite doen om zich in te leven in de kiezer? Waarom houden ze zich niet gewoon bij hun leest, waarom cijfert Rutte de VVD zo weg? Dat is zijn taak helemaal niet! Hij moet staan voor zijn idealen. En zich niet als amateur-informateur gaan opwerpen. Schept alleen maar verwarring, en illusies.
Wat wel blijkt, zowel uit publieke discussies als uit hoe politici met dit vraagstuk omgaan, is dat men geneigd is de kiezer een stem te geven in de vorming van een coalitie. Dus waarom zo moeilijk doen? Mijn advies: laat Beatrix voor wat het is, en schrijf een referendum uit. Met als enige vraag: ‘Welke coalitie heeft - gezien de uitslag - uw voorkeur?’

Dat heeft twee voordelen. De kiezer zal minder geneigd zijn strategisch te stemmen, met als gevolg dat de volksvertegenwoordiging meer aanzien krijgt. En de kiezer kan zich een oordeel vellen over welke compromissen wel of niet gemaakt mogen worden, waardoor de prioriteitsstelling democratisch verankerd wordt in het regeringsbeleid.

Misschien dat Nederland volgend jaar dan op nummer 1 staan in het ranglijstje van The Economist. Een democratie waar niet het Recht van de Staat het laatste woord heeft, maar de Wens van de Kiezer.

De kiezer is gek

Regelzucht.nl, 17 november 2006
De kiezer is gek


Hij is een windvaan, een draaikont, zelfs een leugenaar. Alles wordt nu uit de kast getrokken om de integriteit van de PvdA-leider ten grave te dragen.

Door Steven de Jong

Maar wat zegt dit eigenlijk over onszelf, de kiezer die altijd gelijk zou hebben?

De man die nu in een vrije val terecht lijkt te zijn gekomen, mikte vooral op het midden. Op de stoelen van Balkenende, de ontevreden CDA-stemmers die in 2003 de christen-democraat als een veilige vluchthaven zagen.

Als zwijgende onderbuik vertolkte Bos de afkeer van de verbouwing-Balkenende, zonder dat hij die afkeer luid uitsprak. Maar waarom zweeg Wouter zo? Waarom kotste hij niet net zo van Balkenende als het gros van de kiezers, dat het vertrouwen in het kabinet had opgezegd?

Misschien omdat hij helemaal niet zo’n afkeer van het kabinet had.

De achterban van Bos zou dus een valse zijn, een schijnachterban. Dat zou best het geval kunnen zijn, maar dan heeft het CDA ook een schijnachterban gehad. En dan kunnen we, als we toch bezig zijn, ook aan de wilsbekwaamheid van de SP-achterban-in-de-peilingen twijfelen. En krijgen we over 4 jaar weer het zelfde liedje.

Het ziet er wel naar uit.

Want de Nederlandse kiezer is onbetrouwbaar. Onbetrouwbaarder dan ooit. Het geluid van de straat is hard: zero tolerance, hardere straffen, grenzen dicht. En ook egoïstisch: kom niet aan mijn geld, ook al heeft de ander het nodig. We hunkeren naar leiderschap, naar daadkracht. Maar als ons eigen willetje eenmaal uitgevoerd wordt, en het nat aan onze voeten wordt, piepen we als geknuppelde zeehondjes.

Dat de kiezer gek is, daar kan ik vrede mee hebben. Maar laten we alsjeblieft onze politici niet gek maken. Lees bijvoorbeeld eens een verkiezingsprogramma, en vraag je af of je er volgend jaar over gaat piepen of niet. Neem dat als uitgangspunt. Want als de verliezers van het VVD zich straks om geknuppelde kiezers moeten bekommeren, is het einde echt zoek in onze volksvertegenwoordiging.

Verhef klagen niet tot een beroep

Regelzucht.nl, 11 november 2006
Verhef klagen niet tot een beroep


`Verhef klagen niet tot beroep`, luidt de klacht van Floris Blankenstein, ambtenaar bij de gemeente Den Haag. Op Lastvandeburger.nl werd zijn brief in behandeling genomen door burgers. 

Door Steven de Jong
Op Regelzucht.nl een verslag van deze confrontatie. “Het kan toch niet zo zijn dat het alleen maar ‘bek houden en betalen’ is?”, aldus een bezoeker.

Het woord is aan de ambtenaar: “Af en toe komt er bij ons een telefoontje binnen van een burger die klagen tot beroep lijkt te hebben verheven. Tot tien keer toe dezelfde klacht herhalen, collega’s uitschelden voor schoften en een tirade afsteken over de slechte service van onze instelling zijn vormen van feedback waar wij weinig mee kunnen.”

Het antwoord wordt meteen gegeven. “Dat komt omdat jullie luie flikkers met een echte klacht toch niets doen”, schrijft ‘Belastingbetaler’. Een andere bezoeker reageert beheerst. “Slecht inlichten is vaak de oorzaak. Maar ook een te kort en te beknopt antwoord van de ambtenaar speelt een rol. Dit komt dan over als zeer bot. Beroepsklagers zijn dan het gevolg, legt ‘Burger’ uit.

Een ambtenaar, die zich bemoeit met de discussie, geeft aan dat met sommige mensen niet te praten valt. “Het feit dat zelfs een frisse uitzendkracht door heeft hoe onmogelijk sommige mensen kunnen zijn in hun klacht, lijkt me des te meer aangeven dat lang niet alle klachten zinvol, opbouwend en relevant zijn.” Voor die mensen geldt, zo redeneert de ambtenaar, dat het oplossen van hun klacht geen oplossing van hun probleem betekent.

‘Lala’ irriteert zich als burger aan medeburgers die ‘klagen om het klagen’. In haar gemeente zijn dat zo’n tien personen. “Van die personen die ook tegen alles een procedure beginnen”, aldus ‘Lala’. Ze kan zich voorstellen dat het in een gemeente als Den Haag de spuigaten uit kan lopen met het aantal beroepsklagers. “En dat is in elk geval doodzonde van onze belastingcenten.”

‘Tal1970′ vergelijkt de beroepsklagers met peuters van twee. “Die willen iets en denken dan ‘als ik maar hard genoeg schreeuw, gil en stampvoet dan lukt het wel.’” Klagen komt volgens deze bezoeker vaak voort uit een mentaliteit van “hebben, hebben en ikke, ikke”.

Niet iedereen is het daar mee eens. ‘Cor’ wijst er bijvoorbeeld op dat de burger een recht tot klagen heeft. “Sterker nog, hij moet klagen als hij meent dat dit wenselijk is. Het kan toch niet zo zijn dat het alleen maar ‘bek houden en betalen’ is?” ‘Frits’ sluit zich daarbij aan, en richt zich tot de briefschrijver. “Vraag je je wel af waarom de burger klaagt?”

Een andere burger, ‘John’ genaamd, meent dat de ambtenaar meer voor zichzelf moet opkomen. “Als ik je privé bel en je de huid vol scheld, laat je dat gesprek dan ook een half uur duren? Waarom op je werk dan wel?”

‘De cheffin’ heeft de brief ook gelezen, en velt een hard oordeel. “Alle ambtenaren met deze instelling eruit knikkeren!” Haar bondgenoot ‘Peter’ geeft aan welke instelling de ambtenaar dan wel moet hebben. “Als ik wil klagen dan doe ik dat en jij moet mij dan normaal te woord staan. Begrepen? Sukkel.”

Ook ‘Jippe’ is slecht te spreken over de brief, en interpreteert hem alsvolgt. “Deze ambtenaar is een typisch geval van ambtenaar, hij wil de rechten van de burger inperken.”

Opvallend is dat, ondanks de steunbetuigingen, bijna 60% zich tegen de briefschrijver keert. Burgers hebben een recht op klagen, is het oordeel. De mensen die steun betuigen aan de ambtenaar betrekken veelal de kosten van de klachtenafhandeling erbij en zetten de klager weg als een minder begaafd persoon met kinderlijke karaktereigenschappen. Slechts een enkeling gaat in op het verwijt dat klagers zich vaak onbeschoft uiten. Het leed dat ambtenaren daarvan ondervinden trekken ze zich niet zo aan.

Stem of sterf

Regelzucht.nl, 2 november 2006
Stem of sterf


Mijn televisie is kapot gegaan. Niet gisteren, niet vorige week, maar al maanden geleden. Ik wil wel een nieuwe, maar ik wacht daar even mee tot na de verkiezingen. Ik schijn nu veel te missen van het politieke debat, zeggen mensen in mijn omgeving.

Door Steven de Jong

Maar als ik dan vraag: wat mis ik dan? Dan hebben ze het over Ali B. die met een scheve pet op zijn kop de premier zit te tutoyeren, dan hebben ze het over een premier die stampvoetend de studio verlaat omdat Jeroen Pauw een filmpje heeft getoond waarin JP onderuit gaat op zijn skateboard. Dan hebben ze het over kamerlid Gonny die een minister niet herkent. Dan hebben ze het over een ‘normen- en waardendebat’ waar politici kapitelen over of BN’ers elkaar wel of niet in het gezicht mogen spugen, en of dat onder etenstijd moet.

Ja, dat ‘mis’ ik allemaal. Ik houd best van een beetje humor of leedvermaak, maar dan stem ik liever af op Koefnoen of Get the Picture. Ik zie onze JP graag onderuit gaan op een skateboard, maar wil niet weten dat hij daar nog echt toe in staat is ook. Ik kijk graag naar Get the Picture als ik me doodverveel, maar het moet wel bij een spelletje blijven: dus geen Paul Witteman die een echt Kamerlid foto’s van echte bewindslieden laat zien, terwijl ze denkt dat het volslagen onbekenden zijn.

Maar ook als je alleen aangewezen bent op de geschreven media wordt je lastig gevallen met infantiliteit. Voorheen werden jongeren naar de stembus gelokt met de campagne ‘Jijkomttochook.nl’, maar nu heet diezelfde campagne opeens ‘Pushthatbutton.nl‘. Niet stemmen is misschien de enige remedie om de gekte te keren. Al is dat ook geen optie meer, getuige de campagnerap ‘Stem of Sterf‘.

Een lichtpuntje in de campagne leek mij nog die boekenrage van politici. Bos heeft een boek, Halsema heeft een boek, en ja, Balkenende heeft ook een boek. ‘Aan de kiezer’, heet het. Dus ik koop dat boek want ik ben een kiezer. En de eerste brief die ik lees is die aan “Lieve Lucille”, het Lingo-meisje. Ik citeer: “Jij bent voor mij iemand die televisieprogramma’s maakt, waar ouders ook hun kinderen met een gerust hart naar konden laten kijken. Ja, hier spreekt een bezorgde vader.” Nou beste Jan Peter, hier spreekt een bezorgde kiezer.

Armeense kwestie: CDA en PvdA gooien, net als Turkije, de discussie op slot

Regelzucht.nl, 29 september 2006
Armeense kwestie: CDA en PvdA gooien, net als Turkije, de discussie op slot


De meeste Turken, hun overheid en drie ex-kandidaat Tweede Kamerleden erkennen dat er in 1915 een half tot anderhalf miljoen Armeniërs zijn omgebracht in een oorlog met Ottomaans Turkije.

Door Steven de Jong

Hoewel zij dat betreuren, passen ze ervoor om deze gebeurtenis te kwalificeren als genocide. Dat is hun goed recht. Want in de ogen van de Tweede Kamerfracties is de atoombom op Hiroshima immers ook geen daad van genocide. Het is daarom ongepast om van aspirant-Kamerleden te verlangen een standpunt in te nemen over de Armeense kwestie. Dat gooit de discussie op slot.

Voor de Armeniërs die in 1915 zijn omgebracht maakt het geen verschil of er sprake was van genocide of een uit de hand gelopen burgeroorlog. Want die zijn dood. Voor de VN, die Ottomaans Turkije in 1985 voor genocide verantwoordelijk hield, en voor Turkije, die haar onderdanen verboden heeft dit standpunt te verkondigen, maakt dit wel uit. Want die doen aan politiek.

Om de commotie van de afgelopen week, over het schrappen van Turks-Nederlandse kandidaat-Kamerleden, te begrijpen trok ik een vergelijking met de Holocaust. Maar die gaat mank. Ik ken geen verstandige Duitser die de genocide op Joden ontkent, danwel bagatelliseert. Maar ik ken wel een verstandige Turk die vraagtekens zet bij de toedracht van de volkerenmoord op Armeniërs.

En dat is Erdinç Saçan. Op verzoek van Saçan schreef ik eind 2004 een petitie voor toetreding van Turkije tot de EU. We hadden een plezierig contact en zaten politiek gezien redelijk op één lijn. Een geëngageerd PvdA-statenlid die met zijn voeten in de maatschappij staat. Ik had en heb veel bewondering voor de wijze waarop hij websites ontwikkelt die zich richten op minderheden. Virtuele communities waar Turken en Marokkanen vrijelijk en zonder taboes kunnen discussiëren over de multiculturele samenleving, de islam en ja; ook de Armeense kwestie…

Dat laatste is hem noodlottig geworden. Saçan beheerde namelijk een chatbox waar eerder dit jaar mensen discussieerden die ontkennen dat Ottomaans Turkije genocide heeft gepleegd. Toen hierover beklag werd gedaan, in de media en bij de PvdA, besloot het partijbestuur de kandidatuur van Saçan ter discussie te stellen. Of beter gezegd: Saçan werd voor het blok gezet. Indien hij zich niet zou scharen achter het fractiestandpunt (dood Armeniërs = genocide), dan zou hij verwijderd worden van de lijst. En zo geschiedde.

In de media wordt Saçan nu weggezet als een soort ‘Holocaust-ontkenner’, terwijl hij slechts de westerse lezing over de toedracht ter discussie stelt. Net zoals zijn partijgenote Nebahat Albayrak, die nummer 2 (!) staat op de PvdA-kandidatenlijst. Albayrak zei in een interview aan Trouw dat ze niet uitsluit dat de Turkse regering gelijk heeft met het verwijt dat de Armeniërs in de Eerste Wereldoorlog collaboreerden met de Russische vijand. In die zin is er volgens haar eerder sprake van een uit de hand gelopen oorlogsdaad, die niet zomaar ‘genocide’ mag heten. Ook spreekt Albayrak tegen dat er anderhalf miljoen Armeniërs zijn omgekomen. Zevenhonderdduizend lijkt haar een waarschijnlijker aantal.

Nadat Saçan kennis had genomen van het interview met Albayrak, liet hij aan het bestuur weten dat Albayraks standpunt en formulering gelijk is aan de zijne. “Ik heb het direct kenbaar gemaakt, maar het partijbestuur nam hier echter geen genoegen mee”, aldus Saçan. Albayrak heeft zo gezien een uitzonderingspositie in de partij, alleen zij mag twijfels hebben over de toedracht van de volkerenmoord. Andere kandidaten, in dit geval Saçan, moeten zich onverkort neerleggen bij het fractiestandpunt. De PvdA meet dus met twee maten. Principes vinden de sociaal-democraten belangrijk, zolang het maar niet de kop kost van een populair Kamerlid.

De oorzaak van dit gedonder is een motie van de Christenunie uit 2004. Deze motie, die unaniem werd aangenomen door de Tweede Kamer, erkent dat Turkije genocide heeft gepleegd op Armeniërs. Genocide staat gedefinieerd als het stelselmatig uitroeien van een ras of een volk. De motie stelt dat de Turkse staat het leger opdracht heeft gegeven om christelijke minderheden te decimeren. Het gaat hier dus om de intentie en niet om het aantal slachtoffers. Ik kan me voorstellen dat de Turkse regering zich dat niet zomaar wil laten aanleunen, ook al zou het waar zijn.

Wat we Turkije kwalijk kunnen nemen is dat ze de discussie op slot gooit door het ‘verwijt genocide’ strafbaar te stellen in eigen land. Maar in wezen doen de partijen in de Tweede Kamer dat nu ook: zij gooien de discussie op slot door van Kamerleden te verlangen dat ze zich scharen achter het standpunt dat Ottomaans Turkije genocide heeft gepleegd.

Terecht verwijt de Turkse overheid het CDA en PvdA nu dat zij de vrijheid van meningsuiting beknotten, ook al praat ze met boter op het hoofd. Het treurige is nu dat het bij beschuldigingen blijft, terwijl beide partijen het over het belangrijkste punt eens zijn: zij betreuren de dood van de Armeniërs. En hoe bar het ook is gesteld met de mensenrechten in Turkije, het is onwaarschijnlijk dat de zittende regering op dit moment het uitroeien van christenen goed zou keuren.

Daarom een advies aan het CDA en PvdA: steek je energie in het bestrijden van het echte kwaad, zoals Hamas en de Iraanse regering. Niet omdat ze de Holocaust ontkennen, maar omdat ze anno 2006 verkondigen dat Israël van de kaart geveegd moet worden.

Recht door de vlammenzee

Regelzucht.nl, 27 september 2006
Recht door de vlammenzee


Voor vreemdelingen die niet voldoen aan de voorwaarden voor verblijf in Nederland is de overheid bikkelhard: die worden zonder pardon vastgezet of uitgezet.

Door Steven de Jong

Je zou verwachten dat de overheid deze ‘regel is regel’-moraal ook op haarzelf toepast, maar niets is minder waar.

Wanneer een detentiecentrum in de brand vliegt is het zaak zo hard mogelijk rond te toeteren dat de overheid “adequaat heeft gehandeld”, of je dat kunt onderbouwen of niet doet er niet toe. Ook is het van belang de 11 omgekomen slachtoffers weg te zetten als “illegale vreemdelingen met een crimineel verleden”. Want stel je voor dat de kiezer medelijden met hen krijgt. Beginnen over Programma’s van Eisen, Bouwbesluiten, vergunningen en brandveiligheidsvoorschriften is onverstandig. Dat geeft namelijk alleen maar oponthoud in het schoonvegen van bestuurlijke straatjes.

Regels zijn er namelijk om burgers en bedrijven in het gareel te houden, niet om er als overheid zelf over te struikelen. Daarin weet ze zich gesteund door het Pikmeer-arrest: de jurisprudentie die ervoor zorgt dat ambtenaren niet vervolgd kunnen worden voor eigen falen, hoe ernstig de gevolgen ook mogen zijn.

Lastig wordt het als een onafhankelijke raad voor veiligheid de toedracht van een ramp gaat onderzoeken. Maar ook dan is er een uitweg. Nog voor de presentatie van het rapport over de Schipholbrand, trok oud-minister Donner een blik ambtenaren open om de wetenschappelijke integriteit van de raad in twijfel te trekken. De voornaamste kritiek luidde dat de onderzoeksraad “vermoedens van schuld richting overheid” had geuit.

Minister De Geus nam het op voor zijn collega’s. “Een celbewoner heeft de brand moedwillig gesticht, maar wij in Nederland spelen het klaar de halve wereld daaromheen van schuld te betichten.” Toch bleef, ondanks alle verdedigingstactieken, de hoofdconclusie van het rapport overeind: er hadden minder of geen doden kunnen vallen als de overheid zich aan haar eigen regels had gehouden. Dan heb je wat uit te leggen. Aan het parlement welteverstaan. Maar wat deed de minister die eerder zo zelfverzekerd op de onderzoeksconclusies schoot? Die stapte op. Niet ná het debat (zoals het hoort), maar vóór het debat. Dekker, de bewindsvrouw die zich helemaal niet heeft verantwoord, ging geruisloos mee.

De ministers verkozen de nooduitgang van ‘voortijdig opstappen’ boven ‘verantwoording afleggen aan het parlement’, en liepen letterlijk voor hun verantwoordelijkheden weg. Die uitweg hadden de slachtoffers van de Schipholbrand niet. Zij konden niet links, niet rechts, maar gingen recht door de vlammenzee…

Beroepscode voor journalisten: zin of onzin?

Regelzucht.nl, 26 september 2006
Beroepscode voor journalisten: zin of onzin?


Door factoren als concurrentiedruk en de hoge omloopsnelheid van nieuws schieten journalistieke normen en waarden er steeds vaker bij in. 

Door Steven de Jong

Belangrijke methoden en waarden als hoor en wederhoor, objectieve berichtgeving en onafhankelijke nieuwsgaring staan onder druk. Wanneer media te snel berichten van elkaar overnemen, en niet de tijd nemen om deze waarden in acht te nemen, ontstaan mediahypes met een zeer schadelijke uitwerking. Niet alleen voor de direct betrokkenen, maar óók voor de journalist en het medium.

Geschiedenis van journalistieke gedragscodes

De geschiedenis leert dat er al verhoede pogingen zijn ondernomen om journalisten een gedragscode op te leggen. In 1894 begon de discussie over de kwaliteit van de berichtgeving al. In 1931 is er zelfs even een internationaal Tribunaal voor de Journalistiek geweest in Den Haag, maar toen kwam de oorlog en is het verdwenen. Na de Tweede Wereldoorlog heeft de International Federation for Journalists de draad opnieuw opgepakt en een beroepscode opgesteld. De grondbeginselen hierin zijn: vrijheid, waarheid, eerlijkheid, vertrouwelijkheid en integriteit. In 1995 kwam de Gedragscode voor Nederlandse Journalisten (ook wel Genootschapscode genaamd), die op verzoek van het bestuur van het Nederlands Genootschap van Hoofdredacteuren is ontworpen door de Commissie Juridische Zaken en Ethiek (JZ&E).

Genootschapscode

De Genootschapscode behandelt heel concreet de journalistieke doodzonden, zoals het aannemen van steekpenningen, het opzettelijk onjuist informeren of het uiten van ongegronde beschuldigingen, de relatie tussen waarneming of bronnen en de journalist, inclusief bronbescherming, hoor en wederhoor, het ‘undercover’ en met verborgen camera werken, het ontzien van privacy, rechtzetting en weerwoord. “De Genootschapscode behandelt alles tegen de achtergrond van de constatering dat nieuwsvoorziening een algemeen belang is dat voor de journalist voldoende materiële en mentale ruimte vergt, alsook voldoende zorgvuldigheid.”, aldus de voorzitter, Dick Verstegen, van de Commissie JZ&E.

Draagvlak

Bij ongeveer tien dagbladen en het ANP zijn intussen de Genootschapscode of vergelijkbare afspraken ‘officieel’ in gebruik, de laatste vaak al van vóór de introductie van de Genootschapscode. Het treurige feit is dat vrijwel geen enkele journalist weet heeft van de Genootschapscode, om maar niet te spreken van de ‘checklist’ die zij ‘moeten’ hanteren in het uitoefenen van hun ambt. In een tijd waar commerciële criteria bij nieuwsorganisaties de leidraad zijn, ‘als het entertainmentgehalte toeneemt, neemt het investigative journalism af’, lijkt er weinig draagvlak voor en behoefte aan journalistieke gedragsregels. Althans bij journalisten, veel politici en bekende Nederlanders zien ze maar al te graag.

Zelfregulering


Het probleem is dat de codes zijn opgesteld voor de individuele journalist en niet voor organisaties. Het is geen code van de werkgever, dus elke individuele journalist moet zelf oordelen. De definitie is, anders dan bij medici en juristen, moeilijk: voor wie geldt de code? Wie is journalist? Omdat het een vrijwillige afspraak is, is er ook geen straf maar zelfregulering. De code is niet bindend, niet afdwingbaar en zit vol compromissen. Een beroepscode voor de journalistieke professie snijdt door kranten, televisieprogramma’s, bedrijven en organisaties. Journalisten kunnen hun beroep niet meer vrij uitoefenen, is een vaak gehoord tegenargument. Kranten als NRC en Telegraaf en bladen als Elsevier en Story onderscheiden zich juist door het onderlinge verschil in ethische spelregels.

Kompas

Dick Versteeg, voorzitter van de Commissie JZ&E van het Nederlands Genootschap van Hoofdredacteuren weerlegt deze argumenten: “Een code ontleent haar waarde niet aan afdwingbaarheid of belangenafweging. Een journalist moet bij elke situatie op het kompas van zijn onafhankelijk beoordelingsvermogen kunnen varen. Daartoe biedt de code een hulpmiddel bij uitstek, met tegelijkertijd nog voldoende ruimte voor de noodzakelijke eigen interpretatie van de journalistieke maatschappelijke context.”

Ongrijpbare professie

Verstegens ideaal is, hoe goed bedoeld ook, niet houdbaar, toepasbaar en al helemaal niet te handhaven. De vrijblijvendheid van zijn code, voor de ongrijpbare professie die journalistiek heet, blijft het heikele punt. Het streven om met de Genootschapscode een cultuuromslag teweeg te brengen is op zijn zachts gezegd naïef te noemen, een discussie erover is gedoemd om te verzanden in een ‘welles-nietes opvoering’.

Vrouwe Justitia


Wanneer het over ‘normen en waarden’ gaat houdt iedereen er zijn eigen ideeën op na. We moeten het dus doen met de huidige rechtspraak. Wel moet deze aangevuld worden om individuele burgers meer bescherming te bieden tegen mediageweld.

Op hun beurt moeten burgers, bekende Nederlanders en politici sneller naar de rechter stappen als zij van mening zijn dat hen door de media onrecht is aangedaan. Dit zal concrete jurisprudentie opleveren, die journalisten voorzichtiger, eerlijker en, hoewel afgedwongen, meer integer kan maken.

Het streven naar een maatschappij waarin journalisten, net als politici, aan de burger verantwoording hebben af te leggen moet, hoe treurig ook, als utopie van tafel geveegd worden. Journalistiek-ethische vraagstukken zijn alleen goed voor het kweken van moreel besef bij journalisten en het bezighouden van filosofen en ethici. De weegschaal van Vrouwe Justitia moet rechtspreken.

De blauwe aanval op rood lesmateriaal

Regelzucht.nl, 21 september 2006
De blauwe aanval op rood lesmateriaal


Het schijnt dat er in dit land tere kinderzieltjes vergiftigd worden met ongenuanceerde linkse propaganda. In de vorm van een schoolboek.

Door Steven de Jong

Neem bijvoorbeeld het maatschappijleerboek ‘Blikopener’. Daarin wordt gesteld dat de VVD een partij is die mensen aan hun lot overlaat. “Laat de mensen het zelf maar uitzoeken. Wie het zelf niet kan heeft pech”, zo vatten de schoolboekauteurs het VVD-gedachtegoed samen.

In een ander boek, ‘Impuls’ genaamd, staat dat “linkse partijen inzien dat niet iedereen zichzelf op eigen kracht kan onderhouden” en dus pleiten voor een overheid “die iedereen zoveel mogelijk kansen moet geven”. Rechtse partijen, daarentegen, zouden die sociale ongelijkheid “niet zo’n probleem” vinden.

Tot vorige week kraaide er geen haan naar, maar het is verkiezingstijd en dus voelde VVD-Kamerlid Eric Balemans zich geroepen deze zogenaamde politieke indoctrinatie aan de kaak te stellen. “Het is te zot voor woorden”, volgens de parlementariër die tevens columnist is bij een handvol onderwijsblaadjes.

Ik heb me een kwartiertje gebogen over de vraag waar Balemans nou zo van baalde. Maar kwam niet verder dan de conclusie dat de maatschappijleerboeken van tegenwoordig heel wat duidelijker zijn dan de praatjes die politici zelf houden. Zo gaat Mark Rutte bijvoorbeeld de verkiezingen in met de slogan “de VVD is er voor iedereen die iets van zijn leven wil maken“, terwijl de nummer 2 op de lijst nog niet zo lang geleden een ambitieuze Kosovaarse VWO-scholier het land uit heeft gezet. Hoe moet je zoiets nou uitleggen aan kinderen?

Deze week kwam ik voor een soortgelijk dilemma te staan. Ik kreeg een e-mailtje van ene Michelle uit Kaatsheuvel, die op internet gegoogeld had voor haar spreekbeurt, en op een artikeltje van mij gestuit was over dierenactivisme. “Ik moet mijn spreekbeurt doen over hoe dieren zien en ik vind het een heel moeilijk onderwerp. Kunnen jullie mij helpen met misschien wat spullen of gewoon informatie per e-mail te geven?”, vroeg Michelle. Zelf kon ik haar niet helpen. Ik weet alleen ‘hoe dieren smaken’, en niet ‘hoe ze zien’. Maar doorverwijzen, dat kan altijd.

Toch was dat makkelijker gedacht dan gedaan. Neem bijvoorbeeld de website ‘Dierenwerkstuk.nl‘. Op het eerste gezicht lijkt het op een objectieve, educatieve website, en zo wordt het ook gepresenteerd: “Deze website staat boordevol informatie om je te helpen bij spreekbeurten en andere schoolopdrachten.” Toch heb ik Michelle niet naar deze website door verwezen.

‘Dierenwerkstuk.nl’ is namelijk propaganda van Wakker Dier, ofwel de Partij voor de Dieren. Kinderen worden aangemoedigd een werkstuk te maken op basis van eenzijdige, belastende informatie tegen de bio-industrie. Dat alles met als doel de kinderen te rekruteren voor de missie van Wakker Dier. Marianne Thieme, directeur van Wakker Dier en lijsttrekker van de Partij voor de Dieren, verklaarde in november 2003 tegen dagblad Trouw dat ze haar werk ziet als een emancipatiestrijd. “Na de bevrijding van de slaven, de arbeiders en de vrouwen is het nu tijd voor de bevrijding van de dieren.”

Bedenkelijk is ook de afdeling ‘School’ op ‘Wakkerdier.nl’. Voor docenten heeft Wakker Dier het zogenaamde docentenpakket ontwikkeld; bestaande uit een educatiefilm, een handleiding met werkbladen, voorbeeldlessen en scholierenkranten. Bedoeld voor leerlingen van groep 7 en 8 van de basisschool. Het bijgesloten filmpje is doorspekt met anti-specisisme; de ideologie die discriminatie op grond van het behoren tot een bepaalde soort veroordeelt. Door een klaslokaal vol te proppen met kinderen, het licht uit te doen en toiletemmers te plaatsen, wordt gepoogd de jeugdige kijkers het besef bij te brengen hoe moreel verkeerd de stallen in de bio-industrie wel niet zijn.

Iedereen mag natuurlijk zo zijn idealen hebben. Ook is er niets op tegen om kinderen van tien tot twaalf jaar bekend te maken met extreme ideologieën in een gezonde onderwijsomgeving. Maar het gaat toch te ver als docenten lesmateriaal gebruiken dat door actiegroepen is vervaardigd? Dat kinderen toetsen krijgen waar activisten als Marianne Thieme de vragen en antwoorden voor bedenken?

Even terugkomend op meneer de VVD’er Balemans. Waarom heeft hij dit er niet uitgepakt als extreem voorbeeld van ideologisch gekleurd lesmateriaal dat als objectief gepresenteerd wordt? Waarom richt hij zijn pijlen alleen op een tweetal maatschappijboeken waar de VVD met naam en toenaam genoemd wordt? Of gaat het hem helemaal niet om het punt ‘gekleurd lesmateriaal’ en is het hem alleen te doen om het ‘imago van de VVD’?

Dat zou erg jammer zijn. Want zelf lijd ik nog steeds aan een ernstige vorm van vertekend historisch besef. Nooit is mij op school verteld hoeveel Joden er door Nederlanders zijn verraden. Nooit is mij uitgelegd hoe de Nederlandse staat in de naoorlogse jaren aan zoveel schilderijen van grootmeesters is gekomen. Nooit is mij verteld dat de weldoeners van de Gouden Eeuw eigenlijk moordlustige kolonisten waren. En ook heb ik nooit vernomen dat Nederland als laatste Europese land de slavernij heeft afgeschaft.

Ik zou graag hebben dat dit soort indoctrinatie voor mijn nageslacht bespaard blijft. Want stel je voor dat een volgende generatie wordt wijsgemaakt dat wij in Afghanistan alleen aan wederopbouw hebben gedaan? Of dat Nederland aan de oorlog in Irak alleen politieke steun heeft gegeven? Of dat Nederland nooit iets heeft geweten van geheime CIA-gevangenissen? Dus, Balemans, werk aan de winkel!

Staak aanval op Artikel 23: leer autochtone scholier over islam

Politiek-digitaal.nl, 20 september 2006
Staak aanval op Artikel 23: leer autochtone scholier over islam


Mensen die in de veronderstelling leven dat met het verbieden van islamitische scholen – waar er nog geen 40 van zijn in Nederland – de integratie wordt bevorderd, stellen zich nog conservatiever op dan de politici die in 1917 tekenden voor gelijkstelling van bijzondere aan openbare scholen.

Door Steven de Jong

Deze critici vertonen eenzelfde soort bekeringsdrang en visieloosheid als de 19de eeuwse politicus Groen van Prinsterer, de geestelijk vader van artikel 23 die een christelijke samenleving poogde te institutionaliseren.

De aanval op artikel 23 krijgt de allure van een liberale kruistocht tegen de islam, terwijl de werkelijke integratiewinst juist te pakken is in het geven van onderwijs over de islam op openbare en christelijke scholen.

Bijbel als richtsnoer


In Hilversum staat een bijzondere school. De basisschool 'Groen van Prinsterer'. De 'Groen van Prinsterer' is een christelijke school, waarin - zo lezen we op de schoolsite - de bijbel als richtsnoer wordt genomen. 'De Groen' is een school met karakter, zegt het schoolbestuur. "Een school die de kinderen helpt de bijbelse boodschap te begrijpen, opdat zij als kinderen van God kunnen leven in deze veranderende wereld."

Meeste kinderen op bijzondere school

Zo bijzonder is die school dus niet, zou je zeggen. Dat klopt, want volgens het CBS gaat zeven op de tien kinderen naar een basisschool op religieuze grondslag. Maar ja, volgens de grondwet heet een school die gestoeld is op overtuiging of religie nou eenmaal een 'bijzondere school'. We hebben het hier over grondwetsartikel 23. In dat artikel wordt onderscheid gemaakt tussen openbare en bijzondere scholen. Artikel 23 lid 2 regelt de vrijheid om een school te stichten op basis van overtuiging of religie. Deze bijzondere scholen zijn bij wet financieel gelijkgesteld aan openbare scholen. Beiden staan onder hetzelfde toezicht van de overheid.

Groen van Prinsterer was tegen openbare scholen

De naam van voornoemde basisschool verwijst naar Guillaume Groen van Prinsterer (1801-1876), een anti-revolutionaire politicus en historicus. Groen van Prinsterer verzette zich tegen de Franse Revolutie en de daaruit voortkomende liberale ideeën. Hij legde de nadruk op Nederland als een christelijke staat, was een voorstander van de soevereiniteit van de Koning en een tegenstander van neutrale (niet-christelijke) scholen. Hij geldt als de aanstichter van de 'schoolstrijd', een sterk ideologisch geladen worsteling in het 19e eeuwse Nederland over de vormgeving van het onderwijsbestel.

De schoolstrijd, die decennia duurde, heeft er uiteindelijk toe geleid dat bijzondere scholen in 1917 in gelijke mate aanspraak mochten maken op overheidssubsidie als openbare scholen. In 1920 werd dit verankerd in de Wet op het Lager onderwijs.

Het is interessant te vernemen dat de geestelijk vader van artikel 23 tegen het stichten van openbare scholen was. Hij wilde dat iedere school op religieuze leer geschoeid zou zijn, wat in die tijd niets minder betekende dan protestants-christelijk of rooms-katholiek. Aan islamitische scholen had hij weinig kopzorgen, want er waren destijds immers nauwelijks islamieten in Nederland. Laat staan dat ze zich konden verenigen in schoolverband.

Artikel 23 vergroeid met onderwijsbestel

Het integreren van het christendom in het onderwijs was dus de intentie van artikel 23, een maatregel die geheel past in het verzuilde Nederland van toen. Geen onderwijsregeling is zo beklonken en beproefd in de samenleving als deze regeling. Het heeft zelfs de ontzuiling doorstaan. De commissie die onder leiding van Geert Dales (VVD) het Liberaal Manifest schreef, raadde dan ook niet voor niets aan artikel 23 in stand te houden. De chaos die het op de schop nemen van onderwijsland met zich mee zou brengen, woog niet op tegen de liberale afkeer van religieus onderwijs.

Artikel 23 in integratiedebat

Waarom er in 2003 een politieke discussie ontstond over artikel 23, is even vanzelfsprekend als verontrustend. In het integratiedebat - aangewakkerd door de actualiteit van islamitisch terrorisme - werd alles wat ook maar een beetje de integratie in de weg zou kunnen staan op de korrel genomen.

Politiek en publiek gingen zich bezinnen op de vraag wat nou precies de kernwaarden van onze Nederlandse cultuur zijn en de uitdagingen waarvoor die heden ten dage staan. De scheiding van kerk en staat kwam al gauw naar voren als iets wat we tot het bittere eind moeten koesteren. Moskeeën en islamitische scholen konden in dat kader gemakkelijk getorpedeerd worden als elementen in de samenleving die weleens een gevaar konden vormen voor onze kernwaarden en joods-christelijke traditie.

Het redeneerde ook zo lekker: minderheidsgroepen die samenscholen, kunnen moeilijk tegelijkertijd integreren.

Cijfers loochenstraffen anti-artikel 23 argumenten

Het afschaffen van artikel 23 werd in het debat zonder blikken of blozen ingezet als instrument om de segregatie tegen te gaan. Een enkeling durfde zelfs te beweren dat de nationale veiligheid ermee gediend zou zijn.

Zonder het te beseffen gingen de critici met deze opstelling verder terug in de tijd dan het jaar 1917. Met het enige verschil dat niet het institutionaliseren van de christelijke leer op de agenda stond, maar een proces dat neigde naar een liberale kruistocht tegen de islam.

Met rooms-katholieke (23 % basisonderwijs, CBS) en protestants-christelijke basisscholen (27 %) hadden de 'anti-artikel 23-ers' immers geen probleem. Het ging hen om de islamitische scholen die bakens van segregatie zouden zijn, maar waarvan er in werkelijkheid nog geen veertig in heel Nederland te vinden zijn. Veertig op een totaal van zevenduizend basisscholen, wat neerkomt op nog geen ėėn procent.

Naast de PC en RK scholen, bleven ook de hindoeïstische, interconfessionele, joodse, evangelische en gereformeerd vrijgemaakte scholen geheel buiten schot, althans in de argumentatie om bijzonder onderwijs af te schaffen. Het zijn die veertig islam-scholen die in hun ogen een overweldigende negatieve invloed zouden hebben op de integratie, al weigeren ze het aantal in hun bevlogen pleidooien te vermelden.

Gezien het geringe aantal van islam-scholen, is het dus moeilijk te rechtvaardigen deze op te voeren als sta-in-de-weg voor integratie. Te meer omdat maar ėėn op drie Turkse en Marokkaanse ouders in Nederland een voorkeur zegt te hebben voor islamitisch basisonderwijs, volgens het Sociaal en Cultureel Planbureau. Het overgrote deel van de moslims kiest dus al uit eigen beweging voor een openbare of christelijke school.

De voorstanders van het afschaffen van artikel 23 laden hiermee de verdenking op zich dat ze het grondwetsartikel oneigenlijk aan de kaak stellen om draagvlak te winnen voor hun integratiepolitiek. Hoewel de cijfers hun beweringen loochenstraffen, blijven ze islam-scholen opvoeren als initiators van segregatie.

Scheiding kerk en staat niet in het geding
at de argumentatie van de 'anti-artikel 23-ers' nog het meest ondergraaft, is hun seculiere bekeringsdrang - oftewel de scheiding van kerk en staat waar zij zich aan vastklampen. Artikel 23 staat de secularisatie - dat overigens als zodanig niet in de grondwet is opgenomen - immers helemaal niet in de weg.

Hoeveel bijzondere scholen er ook zullen komen, de overheid zal volgens de huidige rechtsorde altijd neutraliteit moeten waarborgen ten op zichte van verschillende kerken, overtuigingen en godsdienstige richtingen. Dat element zit ook verankerd in artikel 23. Enerzijds met de financiële gelijkstelling van bijzondere aan openbare scholen, anderzijds door middel van de algemene onderwijsinspectie die op iedere school van toepassing is.

Vrij belijden van godsdienst in gemeenschap

Onderwijs heeft niet alleen een onderrichtende taak, maar draagt ook bij aan de geestelijke ontwikkeling van een kind. Mensen die zeggen dat opvoeden alleen een taak van ouders is, wenden hun hoofd af voor het feit dat basisschoolleerlingen 7 uur per dag, 5 dagen per week op school doorbrengen.

Wat is er dan verkeerd aan om die kinderen een geloof te laten belijden tussen het rekenen en lezen door? Artikel 6 van de grondwet rept immers over het vrij belijden van een godsdienst of levensovertuiging, individueel of in gemeenschap, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet. En het is juist die wet die voorwaarden schept aan de wijze waarop basisvaardigheden onderricht worden, alsmede de kwaliteitswaarborging ervan.

Dat religieus onderwijs niet ten koste gaat van de kwaliteit, wijzen de onderzoeken naar islam-scholen uit. Volgens de Inspectie van het Onderwijs is de kwaliteit van het leerstofaanbod en het aantal gerealiseerde onderwijsuren op islamitische basisscholen zelfs hoger dan op vergelijkbare scholen met een allochtonenpercentage van 70 procent of hoger.

We hoeven er niet meer van op te kijken dat VVD-kamerlid Ayaan Hirsi Ali alles aangrijpt om de islam uit het publieke domein te verdrijven, maar dat zelfs nieuwkomers als Peter R. de Vries er een nadrukkelijk politiek speerpunt van maken moet ons wel zorgen baren. Zijn argumentatie lijkt op het eerste gezicht te deugen: contacten tussen bevolkingsgroepen kunnen moeilijker gelegd worden als er alleen moslimkinderen in de schoolbankjes zitten en alleen moslimmoeders aan de rand van het schoolplein staan. Dat bevordert voor die mensen inderdaad niet de integratie. Maar gezien de cijfers (slechts veertig islam-scholen in Nederland) kunnen die basisscholen moeilijk debet zijn aan de gebrekkige integratie.

Onderricht niet-islamitische scholieren over islam


Wanneer de 'anti-artikel 23-ers' er rotsvast van overtuigd zijn dat islamitische scholen de integratie tegengaan, doen ze er goed aan hun ideologische oogkleppen af te doen en even de statistieken te bekijken van het Centraal Bureau voor de Statistiek, alsmede de bevindingen van de Inspectie van het Onderwijs en de conclusies van het Sociaal en Cultureel Planbureau.

Wat hen ook zou sieren is als ze zich zouden richten op instrumenten die werkelijk de integratie bevorderen; zoals het tegengaan van discriminatie op de werkvloer of het bevorderen van arbeidsparticipatie onder allochtone vrouwen.

Als er dan toch zo nodig ingegrepen moet worden in religieuze onderwijselementen ten einde de integratie te bevorderen, onderricht dan eens de kinderen op openbare en niet-islamitische basisscholen over de leer van de islam. Geef ze proefwerken over de Koran, laat ze Koranverzen uit hun hoofd leren en maak ze bekend met de waarden die de profeet Mohammed uitdroeg.

In omvang, 99 procent van alle basisscholen, heeft dat veel meer effect. De negatieve beeldvorming over de islam door de recente terreuraanslagen, staat immers meer de integratie in de weg dan een veertigtal islamitische basisscholen.

Het zou goed zijn om de islam uit de actualiteit van het terrorisme te trekken. En waar kan dat beter dan in het onderwijs? Integratie staat of valt bij kennisuitwisseling. Kennis van elkaars cultuur en respect voor elkaars geloofsbeleving. Het sluiten van veertig islam-scholen draagt daar weinig toe bij.

Etnische concentratie ook op openbare scholen

Nu is het verleidelijk het argument aan te voeren dat, met het instandhouden van islam-scholen, de vrije kennisuitwisseling in de dagelijkse omgang van moslims met niet-moslims tegengewerkt wordt.

Maar diezelfde etnische concentratie speelt zich ook af op openbare en christelijke scholen, getuigde de scholen in de grote steden. De oorzaak daarvan ligt in de etnische opbouw van bevolkingsgroepen ter plaatse en de constatering van het SCP dat allochtonen nou eenmaal liever contact hebben met mensen van een zelfde etniciteit. Bij de Turken en Marokkanen zijn de afgelopen tien jaar de vrijetijdscontacten met autochtonen zelfs verminderd. Deze vermindering doet zich vooral voor bij de tweede generatie.

Spreidingsbeleid in strijd met gelijkheidsbeginsel

Met spreidingsbeleid, zoals het invoeren van allochtonenquota, kan deze vervreemding in beperkte mate tegengegaan worden. Maar als je daar aan gaat, kom je niet alleen aan het recht op vrije schoolkeuze maar ook aan het gelijkheidsbeginsel van artikel 1 van de grondwet. Op grond van afkomst wordt mensen dan een vrije schoolkeuze ontnomen. Eigenlijk is dat ook het principe waar het de ‘anti-artikel 23-ers’ om gaat: het tegengaan van etnische en religieuze concentratie ter bevordering van de integratie. In dat perspectief is het bijzonder jammer dat de critici van artikel 23 focussen op de islam-scholen, terwijl ze – als we van hun goede bedoelingen uitgaan – een etnisch en religieus gemêleerde samenleving voorstaan.

De onverantwoorde aanval op artikel 23 resulteert nu alleen in het beeld dat er een liberale kruistocht tegen de islam wordt gevoerd. Dat schiet niet alleen het doel van integratie voorbij, maar geeft ook een verkeerd signaal – dat moslims niet gewenst zijn in deze samenleving. Contraproductief dus.

Fundament voor integratie

De aandacht zal hierom verplaatst moeten worden naar interreligieuze kennisuitwisseling tussen bijzondere scholen. Vanuit dat perspectief is de meeste integratiewinst te pakken in het onderwijzen van niet-islamitische kinderen over de geloofsachtergrond van moslims. De kennis van moslims over de Nederlandse cultuur is immers altijd nog groter dan andersom.

Onderwijs over de islam voor niet-islamitische scholieren heeft zodoende niets te maken met het opgeven van de Nederlandse cultuur of identiteit, maar juist met het zo effectief mogelijk stimuleren van interreligieuze en interetnische contacten – zulks legt werkelijk een fundament voor integratie, laat moslims in hun waarde en laat onze grondrechten onberoerd.

Bronnen:
1) 'Het Liberaal Manifest', VVD (2005)
2) 'Uit elkaars buurt. De invloed van etnische concentratie op integratie en beeldvorming', SCP (2005)
3) 'Islamitische basisscholen in Nederland', Inspectie van het Onderwijs (1999)
4) 'Mr. G. Groen van Prinsterer (1801-1876)', Wetenschappelijk Instituut van de Christenunie (2005)
5) 'Periode 1872-1888: kiesrecht- en schoolstrijd', Parlement en Politiek (2004)
6) 'Meeste kinderen naar het bijzonder onderwijs', CBS (2004)