donderdag 15 augustus 2013

Uit de vele ideaal-typische beelden een legering smeden, dat is de taak van een bestuurder

Organisatieactivist.nl, 23 februari 2007
Uit de vele ideaal-typische beelden een legering smeden, dat is de taak van een bestuurder


Frits Bolkestein is als bestuurder regelmatig in de wielen gereden door kamergeleerden. Bollebozen die met hun enthousiasme voor abstracte beginselen, niet gehinderd door bestuurlijke ervaring, politieke bestuurders langs de ideologische meetlat legden.

Door Steven de Jong

In het weekblad Opinio probeert de VVD-coryfee deze intellectuelen te diskwalificeren, maar komt daarbij met zichzelf in de knoop.

Zijn essay, getiteld ‘Waarom houden intellectuelen niet van het kapitalisme?’ (16 februari 2007), vangt aan met een determinatie van ‘de intellectueel’. Dankbaar citeert Bolkestein de franse filosoof Jean-Paul Sartre (1905 – 1980). Intellectuelen zijn volgens Sartre “mensen die zich bemoeien met zaken die hun niet aangaan”.

Nog lyrischer is Bolkestein over de meer specifieke omschrijving van de Franse denker én politicus Alexis de Tocqueville (1805 – 1859). Die vond net als Sartre dat intellectuelen zich overal tegenaan bemoeien en verklaarde die bemoeizucht door een gebrek aan bestuurlijke ervaring. Hun overmatig enthousiasme voor abstracte beginselen zou hun opinies over bijzondere onderwerpen waardeloos maken, omdat ze ideaal-typisch en irreëel zijn.

Volgens Bolkestein is dit de reden dat de geestelijke voorhoede veelal als laatste inziet dat bepaalde maatschappijvormen, zoals het communisme, in de praktijk meer onheil dan heil brachten. Via Tocquevilles determinatie van de intellectueel probeert Bolkestein in zijn essay de intellectuele kritieken op het liberale kapitalisme (in wezen ook een ideaal-typisch beeld) te pareren. Om niet in dezelfde valkuil te stappen als de schrijftafelgeleerden die hij de maat neemt - althans een poging daartoe, hanteert hij - zonder het te benoemen – de magere argumentatie van Winston Churchill (”Democracy is the worst form of government except for all those others that have been tried”). Met dien verschille dat Bolkestein een paar duizend woorden nodig heeft om ‘democratie’ te vervangen voor ‘kapitalisme’.

Bolkesteins betoog blijkt vooral een aanval op intellectuelen die blauwdrukken voor heilstaten produceren, maar in zijn verdediging van het kapitalisme doet hij precies hetzelfde: “Wat heeft het kapitalisme nodig om goed te kunnen functioneren? In de eerste plaats duidelijke regels, te stellen door de overheid.”

Toch bedoelt hij dat niet helemaal zo, getuige zijn bewondering voor het gedachtegoed van Deng Xiaoping. Deze voormalig leider van China - die door zijn voorganger Mao beticht werd van kapitalistisch leiderschap - zei ooit: “Het maakt niet uit of de kat wit of zwart is, als hij maar muizen vangt”. Bill Gates heeft die strategie met succes in de praktijk gebracht. En Bolkestein was degene die in 2004 voor Gates in de bres sprong toen zijn collega-eurocommissaris Microsoft wilde bestraffen voor het onmogelijk maken van de ‘liberaal kapitalistische voorwaarde voor concurrentie’.

Bolkestein laat zich in Opinio kennen als de vleesgeworden tragiek van ‘de intellectuele bestuurder’. De kritiek die hij pleegt op intellectuelen, legt zijn eigen schizofrenie bloot: als bestuurder werd Bolkestein continu gedwongen zijn gedachtegoed aan te passen aan de werkelijkheid. Bolkestein legt dat uit als een diskwalificatie van de ‘intellectueel zonder bestuurservaring’, maar hij had er beter aan gedaan een essay te schrijven over hoe bestuurders moeten omgaan met intellectuele input. Want uiteindelijk was Bolkesteins grote voorbeeld John Maynard Keynes (1883 – 1946) ook niet meer dan een wensdenker. Keynes theorie heeft in de loop der tijd grondige correcties moeten ondergaan om schending van universele mensenrechten te voorkomen. En het definiëren van die mensenrechten is op zijn beurt ook en vooral weer een verdienste van intellectuelen.

Bestuurders hebben de taak uit de vele ideaal-typische beelden de meest werkbare legering te smeden. Hoe een bestuurder dat het beste kan doen? Daarop blijkt Bolkestein geen antwoord te kunnen geven.

Link: 'Bolkesteins aanval op de intellectueel'

Wetgevers laten zich niet de wet voorschrijven

Regelzucht.nl, 21 februari 2007
Wetgevers laten zich niet de wet voorschrijven


Dat de begrippen parlementariër en volksvertegenwoordiger niet naadloos op elkaar aansluiten, wordt duidelijk als het eigenbelang van een politicus op het spel staat. Op zo’n moment is het van belang dat je - à la Moszkowicz - een vurig pleidooi voor jezelf houdt.

Door Steven de Jong

Als gemeenteraadslid maakte Gonny van Oudenallen zich bijvoorbeeld druk om zwerfkeitjes in de stad. Die brachten onherstelbare schade toe aan haar pumps. Later, toen ze eenmaal in het parlement een zetel bevuilde, ging haar eerste kamervraag over de veiligheid van haar kleurspoeling.

Maar wat te doen als je eigen werkkring een regel door het parlement jast die je diep in je persoonlijke vrijheid raakt? Ook dan is het zaak op te treden, want dergelijk oncollegiaal gedrag hoef je als politicus niet te pikken. Als dat gebeurt rest maar één middel: de boel saboteren!

Een dergelijk voorval trof het Europarlement, u weet wel; die club die zich altijd tegen ons aanbemoeit zonder dat we daarom gevraagd hebben. In de gebouwen in Brussel en Straatsburg mocht per 1 januari niet meer gerookt worden. De rokende parlementsleden die zich door hun collega’s genaaid voelden, besloten demonstratief in de gangen te paffen en in de koffieruimtes stug door te roken.

Vandaag werden ze beloond voor hun assertiviteit. “Het lukte niet iedereen zich aan het verbod te houden”, aldus een woordvoerster van het EP. Het rookverbod wordt nu afgezwakt. “Omdat het niet meer te handhaven is”, aldus een Brussels comité. Zo zie je maar: wetgevers laten zich niet de wet voorschrijven.

De hints van Balkenende IV

Regelzucht.nl, 19 februari 2007
De hints van Balkenende IV


Halverwege de jaren tachtig bracht de KRO het spel ‘Hints’ op televisie. Doel van het spel: probeer je teamgenoten in een zo kort mogelijke tijd duidelijk te maken welk woord of welke woordencombinatie je van de spelleider moet uitbeelden. Vaak bleek dat ontzettend lastig.

Door Steven de Jong

Het spel lijkt mij daarom een educatieve bezigheid voor reclamemakers, en ik vermoed dat het marketingbureau van Philips er zijn voordeel mee heeft gedaan. Hun slogan ‘Sense and Simplicity’ suggereert dat producten van Philips intuïtief te bedienen zijn, zonder de gebruiksaanwijzing te hoeven lezen. Het beeldmerk is een wit doosje op een hand. De boodschap is helder: technologie moet net zo vanzelfsprekend zijn als de doos waar ze inzit. De campagne bleek een succes, of om in de woorden van Philips te spreken: “Ons merk weerspiegelt nu ons geloof dat eenvoud een doel kan zijn van technologie. Het is eigenlijk vanzelfsprekend.”

Mensen die ook wat van ‘Hints’ kunnen leren, zijn politici. Die hebben als het goed is een visie en moeten die aan de man brengen. In campagnetijd wordt daar helaas op een ordinaire en populistische manier gebruik van gemaakt. De VVD haalde bijvoorbeeld beelden van de Holocaust uit het stof om het belang (”dit nooit meer”) van een Europese Grondwet uit te drukken. Een ander wapenfeit van de VVD is de karaktermoord op Wouter Bos. Die werd in februari 2006 ingeluid met een animatiespot waarin een roos (het traditionele PvdA-symbool) naar links en naar rechts buigt. Met dit beeld en de titel ‘Roos weet het ook niet meer’ suggereerde Mark Rutte dat Wouter Bos een zwabberende koers vaart. Campagne-experts noemden het een “geraffineerde campagne”.

Ook bij de formatie speelt het uitdrukken van visies een rol. Met name in de functieomschrijving van ministers zonder portefeuille. Door een ministerschap los van een departement in het leven te roepen en te koppelen aan een bepaald beleidsterrein, kan de regering het accent leggen op specifieke thema’s. In de Koude-oorlogssfeer van de jaren vijftig was er bijvoorbeeld behoefte aan instructies en middelen voor zelfredzaamheid. Een aparte minister voor ‘Bescherming bevolking en burgerlijke verdediging’ zette dit op de agenda en tilde een civiele beschermingsorganisatie van de grond. Een ander voorbeeld is het ministerschap voor ‘Hulp aan ontwikkelingslanden’, dat later hernoemd werd tot ‘Ontwikkelingssamenwerking’.

Sommige ‘ministerschappen zonder portefeuille’ werden zo belangrijk geacht dat ze op den duur versmolten in nieuwe benamingen voor departementen. Zo maakt het oude ministerschap ‘Wetenschapsbeleid’ nu deel uit van het ministerie van Onderwijs, Cultuur & Wetenschappen en valt het voormalige ministerschap ‘Overzeese Gebiedsdelen’ nu onder het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

In de eerste drie kabinetten van Balkenende kregen we naast een minister voor Ontwikkelingssamenwerking ook twee nieuwe: één voor Bestuurlijke vernieuwing en één voor Vreemdelingenzaken en Integratie. Of dit goede aanduidingen zijn kun je toetsen met het spel ‘Hints’. Probeer maar eens ‘bestuurlijke vernieuwing’ met handen en voeten uit te beelden. Dat lukt met geen mogelijkheid. En dat is misschien ook de oorzaak van het niet al te vruchtbare werk van Thom de Graaf en Alexander Pechtold.

Interessanter is echter het uitbeelden van ‘vreemdelingenzaken en integratie’. Dat blijkt heel eenvoudig. Hier een instructie. 1) Stap met een pan stamppot de supermarkt in. 2) Probeer een donkere meneer zover te krijgen dat hij het opeet. 3) Doet hij dat niet, wijs hem dan het gat van de deur. De doelgroep ziet hierin ongetwijfeld de Verdonkiaanse hint ‘Pas aan of rot op’, maar zal zich er volkomen terecht niets van aantrekken. Als vrije burger moet je namelijk wel heel weinig zelfrespect hebben om je door zo’n ex-gevangenisdirecteur de les te laten lezen.

Gelukkig is het beleidsterrein ‘Integratie’ in het Kabinet-Balkenende IV uit de sfeer van justitie gehaald. En wordt deze niet meer gekoppeld aan het akelige begrip ‘Vreemdelingenzaken’, maar aan ‘Wijkverbetering’ in een extra ministerschap op VROM. Ook kunnen we de Nederlands-Marokkaanse Ahmed Aboutaleb nu toejuichen als staatssecretaris voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Waarom toejuichen? Dat legde hij 17 februari in NOVA zelf uit: “U mag zich geen moment vergissen in hoe groot de symboliek is van het feit dat iemand zoals ik een plek krijgt in het Nederlandse kabinet.”

Het wordt me nu duidelijk waarom de formatie achter gesloten deuren plaatsvond. Onder de bezielende leiding van quizmaster Herman Wijffels hebben Rouvoet, Balkenende en Bos gewoon ‘Hints’ geoefend. Een goed voorteken! We krijgen een minder hardvochtig, meer humaan integratiebeleid. Waarin niet de excessen, maar de goede voorbeelden centraal staan. Nu maar hopen dat het beleid net zo aanslaat als het door Philips en Douwe Egberts ontworpen Senseo-koffiezetapparaat.

Balkenende: handen weigeren mag niet, homoparen weigeren mag wel

Regelzucht.nl, 17 februari 2007
Balkenende: handen weigeren mag niet, homoparen weigeren mag wel


In het Belgische stadje Sint-Niklaas hebben drie stellen hun geplande bruiloft afgezegd toen ze te horen kregen dat hun trouwambtenaar zwart is.

Door Steven de Jong

Wat blijkbaar wel kan, is burgers weigeren om hun geaardheid. Ambtenaren die gewetensbezwaren hebben, hoeven volgens het nieuwe regeerakkoord geen huwelijken te voltrekken tussen mensen van hetzelfde geslacht.

Eerlijk gezegd vind ik dit veel schokkender dan die zes racistische Belgen. We hebben het hier over een overheid die toestaat dat de individuele geloofsovertuiging van een ambtenaar zijn functioneren beïnvloedt.

In de discussies over het dragen van hoofddoekjes en het niet-schudden van handen ging het nog om de suggestie dat de neutrale overheid in het geding zou zijn. Maar in het geval van dit merkwaardige privilege voor gelovige trouwambtenaren, is het gewoon een feit dat de neutrale overheid in het geding is.

Ik kan het niet rijmen met de kritiek die premier Balkenende een aantal maanden geleden uitte op de Commissie Gelijke Behandeling (CGB). Hij was het niet eens met de CGB-uitspraak dat een islamitische docente van een school in Utrecht mag weigeren mannelijke collega’s de hand te schudden.

Resumerend: een docent mag van Balkenende niet weigeren handen te schudden, maar een ambtenaar mag van hem wél weigeren homo’s te trouwen. Wie kan mij dit uitleggen?

Nieuw regeerakkoord: ‘Samen spelen, eerlijk delen!’

Regelzucht.nl, 9 februari 2007
Nieuw regeerakkoord: ‘Samen spelen, eerlijk delen!’


Bos, Balkenende en Rouvoet willen met hun regeerakkoord ‘Samen werken, samen leven’ duidelijk maken dat ze ‘bondgenoot van de burger’ zijn.

Door Steven de Jong
Maar u en ik weten wel beter. Het is niets meer dan een berisping van de nieuwe Vadertje Staat: ‘Samen spelen, eerlijk delen!’

Om het nieuwe regeerakkoord te duiden, publiceerde NRC Handelsblad gisteren het pamflet ‘Gezinsherstel brengt volksherstel’, van vlak na de Tweede Wereldoorlog. ‘Bouwt aan saamhorigheid, weest eerlijk, hebt eerbied, houdt u aan de orde, en beheerst u in uw gedragingen’, luiden de uit het stof gehaalde credo’s.

Nemen we het nieuwe regeerakkoord ter hand, dan lezen we hoe dit in een nieuw jasje is gestoken met kreten als ‘handvest voor verantwoordelijk burgerschap’ en het ‘doe normaal-model’. De kernwoorden zijn zekerheid, rust en groei. Kortom, met de aardappels op schoot de wereldeconomie veroveren!

Dat het de broeders menens is, blijkt uit de omvang van hun coalitieakkoord. Meer dan vijftig pagina’s. Dat betekent niet alleen dat de grote lijnen zijn uitgezet, maar dat er ook flink is gemiereneukt. Koopzondagen worden waar mogelijk teruggedraaid in kerkzondagen, om maar een voorbeeld te noemen. Om het akkoord met hand en tand te verdedigen, zullen Bos, Balkenende en Rouvoet zelf zitting nemen in het kabinet. Het is een merkwaardige uitwerking van de zogenaamde ‘bondgenoot van burgers’-belofte.

Uit het te pas en te onpas gebruik van het begrip ‘innovatie’ moet ons duidelijk worden dat dit kabinet wil investeren in de kennis- en dienstensamenleving. Bij nader inzien blijkt echter dat de nieuwe bewindsvoerders van mening zijn dat “geëmancipeerde en goed opgeleide mensen” in Nederland niets te klagen hebben, en dat de mensen “die niet zelfstandig kunnen meekomen” toerusting nodig hebben van de overheid. Een sympathieke gedachte, die tegelijkertijd blijk geeft van onbenul: gemeenschapszin, creativiteit en doorzettingsvermogen worden in één adem genoemd. Het noodzakelijke onderscheid tussen verzorgingsstaat (zorg voor de zwakkeren) en kenniseconomie (ontplooiing van talenten), en hoe die zich tot elkaar verhouden, blijft uit.

“Het ideaal om samen te werken aan de toekomst”, tekenden de politici als ‘visie’ op. Om vervolgens af te sluiten met de bewering dat “dit alles een stevige basis vormt om de vragen van de 21ste eeuw te beantwoorden”.

Een stevige basis is het allerminst. Hoewel de politici benadrukken dat mensen zich steeds meer in snel wisselende netwerken bewegen en zich minder ophouden in vaste gemeenschappen, laten ze het na hierop in te spelen. Sterker nog, ze weigeren de samenleving ervan bewust te maken dat na de ‘globalisering van de staat en de bedrijven, het nu de tijd is van de globalisering van het individu’ (Thomas Friedman). Dat gemeenschappelijke kaders geen veilige havens meer zijn voor het individu, maar dat iedereen met iedereen op microniveau met elkaar zal moeten concurreren.

Over de methode-Wijffels heb ik dus mijn twijfels. Het klassieke polderen waarin de informateur zijn strepen heeft verdient, geeft geen antwoord op de uitdagingen van de 21ste eeuw. Een echte ‘bondgenoot van burgers’ is in deze tijd geen overheid die in overleg treedt met maatschappelijke organisaties, vakbonden en kerken, maar een overheid die individuen klaarstoomt voor het mondiale netwerk van kennis- en dienstenuitwisseling. Terwijl ‘You’ door Time Magazine als ‘Person of the Year’ is uitgeroepen, neemt het nieuwe kabinet afscheid van het individu.

Bos, Balkenende en Rouvoet constateren dat het “met ieder van ons individueel wel goed gaat, maar met ‘ons samen’ minder”. Maar eigenlijk bedoelen ze: we zijn bang, hebben heimwee naar vroeger, dus als we elkaar nu maar stevig vasthouden, dan komt het allemaal wel goed. Als je het mij vraagt waren we met de slogan ‘Bemoei je met je eigen zaken!’ beter af geweest. Want naast spelen, heeft een volk nog altijd brood nodig.

Gemeente bestolen van rolstoel en gehandicaptenfiets

Burgercentraal.nl, 1 februari 2007
Gemeente bestolen van rolstoel en gehandicaptenfiets


Enige tijd geleden was het gemeentehuis van Schouwen-Duiveland in rep en roer. Alarmbellen rinkelden, want uit het Bevolkingsregister rolde een verontrustende mededeling.

Door Steven de Jong

Een inwoonster had zich ingeschreven in Groningen, en was nu automatisch geen Duivelander meer. Nu verhuisde er wel vaker iemand naar een andere gemeente, maar dit keer was er toch echt stront aan de knikker. Ze had haar aangepaste fiets en rolstoel, die ze in bruikleen had van de gemeente, zomaar meegenomen. Onrechtmatig ontvreemd, zoals dat in ambtenarenjargon heet.

Daar lieten de alerte ambtenaren geen gras over groeien. Al het werk werd neergelegd, en binnen twee dagen stonden ze op de stoep bij de inwoonster om de voorzieningen terug te vorderen. De Mobiele Eenheid was nog net niet opgetrommeld.

Het bleek dat het om een meisje ging die vier dagen per week in Groningen ging studeren, en de andere drie bij haar ouders bleef wonen. Omdat ze in Groningen kamerbewoner werd, had ze zich daar netjes als nieuwe inwoner opgegeven. Na een jaar zou ze zich weer inschrijven in Schouwen-Duiveland.

Dat kon allemaal wel wezen, zeiden de ambtenaren van de gemeentelijke afdeling Werk, Inkomen en Zorg (WIZ), maar volgens het computersysteem waren hun gehandicaptenvoorzieningen toch echt met de noorderzon vertrokken. De ambtenaren namen daarom, zonder pardon, de fiets en rolstoel in en brachten het naar een gemeentelijk depot. De fiets, die wegens een ouderdom van 10 jaar niet meer voor hergebruik in aanmerking kwam, zou later naar het grof vuil worden gebracht.

Zonde natuurlijk, maar regels zijn nu eenmaal regels. Na vele malen heen en weer bellen mocht het meisje haar gehandicaptenfiets en rolstoel terug. Maar niet voordat ze duizend euro had afgerekend, want alleen echte bewoners hebben recht op gratis voorzieningen.

In al hun barmhartigheid bleken de dienstdoende ambtenaren evenwel bereid te zijn een oplossing te verzinnen voor het meisje. “Als je over een jaar of zo weer terug bent op Schouwen-Duiveland, heb je volgens de geldende normen gewoon weer recht op een nieuwe rolstoel plus aangepaste fiets”, merkten ze op, alsof ze zojuist het wiel hadden uitgevonden.

De bureaucraten adviseerden haar nieuwe voorzieningen in Groningen aan te vragen voor de tijd dat ze daar is. Een aanvraag die weken, zo niet maanden, in beslag neemt. In de tussentijd zou ze maar kruipend door het leven moeten. Dat het meisje van plan is na haar studiejaar weer permanent terug te keren naar Schouwen-Duiveland, doet er volgens de gemeente niet toe. Het zal er dus op neerkomen dat Schouwen-Duiveland bij haar terugkeer de voorzieningen opnieuw moet aanschaffen, en dat haar nieuwe voorzieningen in Groningen aldaar naar het depot gaan.

Een meneer, die het meisje bijstond in de Duivelandse bureaucratie, heeft verhaal gehaald bij de ambtenaren. Hoe kan dit meisje, met al die goedbedoelde regelgeving, toch tussen wal en schip belanden? Het antwoord van de gemeente luidde klip en klaar dat “wij gewoon de regels hebben nageleefd.” En durf ze eens ongelijk te geven!

Onthutst door deze ambtelijke logica, vroeg meneer zich af of er nog zoiets als gezond verstand bestaat: “Is de belangrijkste regel niet dat iedereen in een nieuwe situatie eerst logisch moet nadenken?”

De American Dream van de digitale revolutie

Organisatieactivist.nl, 29 januari 2007
De American Dream van de digitale revolutie


De ‘Person of the Year’, een jaarlijks verkiezingsgeintje van het weekblad Time, is in 2006 gewonnen door niemand minder dan ‘You’.

Door Steven de Jong

Oftewel, de internetgebruiker van vandaag. Kunnen we als moderne burgers nu de macht grijpen, of worden we voor de gek gehouden met een virtuele ‘American Dream’?

“Voor het grijpen van de teugels van de media wereldwijd, voor het oprichten en vorm geven aan de nieuwe digitale democratie, voor al het gratis werk en het verslaan van de professionals op hun eigen terrein ben jij de persoon van het jaar”, schreef het weekblad in december 2006.

Revolutie


U begrijpt, ik voel me vereerd, ondanks het feit dat ik het podium moet delen met zo’n 1 miljard andere internetgebruikers. Journaals van over de gehele wereld dichtten u en mij, als internetgebruikers, macht en invloed toe. Dat is nogal wat! Er verschenen tal van analyses, commentaren en debatten in de conventionele media. De teneur was deze: de digitale informatierevolutie, waarin de burger en de consument de stuurknuppel van ruimteschip Aarde hebben overgenomen, heeft voet aan de grond gekregen.

Manifestaties

Journalisten, internetdeskundologen en cybergoeroes haalden tal van voorbeelden aan die deze historische gebeurtenis moesten illustreren. Een boze klant die met ronkende weblog-artikeltjes de multinational Dell ernstige imagoschade had berokkend, een depressief meisje dat met haar videoblogs op Youtube duizenden lotgenoten in haar verdriet liet delen, een heimelijk opgenomen schoolpleingevecht dat een nationale golf van verontwaardiging initieerde, twee Apeldoornse vriendinnen die met een lollig amateur-clipje wereldsterren werden in Google Idols, een Brit die met een internetactie landelijke aandacht genereerde voor het lot van zijn buurthuis, een inwoner van Bagdad die de wereld informeerde over de plaatselijke bommenregen, etcetera, etcetera. Stuk voor stuk voorbeelden van mensen die dankzij internet een breed publiek, op een laagdrempelige manier en buiten de gebaande paden, aanspraken. Ze oefenden op een eigentijdse wijze een zekere vorm van invloed uit op de samenleving.

Digitale platforms als Hyves.nl, Kieskeurig.nl, Wikipedia.org, Ebay.com, Youtube.com en Blogger.com verschaffen de moderne burger een podium; niet alleen om zichzelf te manifesteren, maar ook om kennis te verspreiden, te handelen in producten en diensten, sociaal te netwerken, de gevestigde orde het vuur aan de schenen te leggen of zelfs, met behulp van het simulatiespel Second Life, een virtueel bestaan te creëren waarin echt geld is te verdienen.

Success stories

Tot zover wil ik enthousiast meebrullen in de hype van Web 2.0. Want alle invloed die Time u en mij toedicht, verdwijnt als sneeuw voor de zon als we uit de context van het collectief getrokken worden. De echte ‘You’ is namelijk vooral Jan met de Pet die weblogt over de avonturen van zijn goudvis, en daarmee nauwelijks een groter publiek aanspreekt dan zijn moppentappende kameraad in het buurtcafé. ‘You’ is ook de consument die een mp3-speler van Sony afkraakt op Kieskeurig.nl, en een paar minuten later door een andere consument gecorrigeerd wordt. Niets geen koersval, weglopende aandeelhouders of aftredende CEO’s, maar slechts een roepende in een digitale woestijn van meningen.

De success stories van de ‘You’s’ die de media aanhalen, zijn in principe vergelijkbaar met die van de BN’ers In Real Life. Mensen die zich door talent onderscheiden van hun medeburgers. Wat het toonaangevende weekblad dus eigenlijk heeft gedaan, is ons gek maken met een virtuele ‘American Dream‘. Of om het oneerbiedig te zeggen; het sprookje dat iedere randdebiel miljonair of president van de Verenigde Staten kan worden. Definiëren we macht als de mate van invloed die een persoon op een x-aantal personen kan hebben, dan heb je nog steeds niks in de melk te brokkelen als je tot die x-aantal personen hoort.

Opgaan in de massa

De zogenaamde tsunamie van User Generated Content die nu over de wereld raast, bestaat nog steeds uit druppels op een gloeiende plaat: machtsbolwerken raken pas ontregeld als bepaalde druppels het klaarspelen zich inventief en effectief te verenigen.

Neem bijvoorbeeld ‘Action Network‘, een e-democracy project van de BBC waarin probleemeigenaren zich organiseren, oplossingen verzinnen en die op de politieke agenda zetten. Ook hier worden de meest inventieve ideeën en acties uitgelicht en gehyped, terwijl het gros ervan ongezien in de vergetelheid raakt. Net als de talloze demonstraties in het echte leven, die geen verslaggever de moeite waard acht om te verslaan.

We zullen ons daarom moeten neerleggen bij het feit dat we als de ‘You’s’ van nu en in de toekomst altijd moeten blijven concurreren danwel samenwerken met medeburgers. Internet kan dan wel de wereld reorganiseren (nationale grenzen vervagen, bewoners van ontwikkelingslanden krijgen toegang tot kennis en markten, internationale politiek wordt achtertuin politiek en machtsstructuren globaliseren), maar de invloed van ‘You’ als individu of als manifesterende menigte blijft beperkt. Zelfs al wordt de traditionele gevestigde orde vervangen door een organische, meer gemeenschappelijke en virtuele variant, dan nog worden we in ons doen en laten geremd door het handelen van anderen.

Chung - Rockefeller

De omgang met en totstandkoming van wetten en regels gaan mogelijk veranderen, zowel op schaalniveau als in de handhaving, maar we zullen altijd geneigd zijn ze anderen voor te schrijven. De universele waarden in de echte wereld zijn bijvoorbeeld niet anders dan die in Second Life. Wie zich in de virtuele wereld van Second Life misdraagt, wordt gecorrigeerd door het collectief. En wie als ‘You’ aldaar macht en invloed wil, zal anderen moeten overstijgen.

Anshe Chung, de Chinese internetmiljonair die haar fortuin als speler in Second Life verdiende met handel in digitale grond en huizen, wordt daarom niet voor niets vergeleken met de tycoon John Davison Rockefeller (1839-1937). Macht en invloed komt nog altijd met individuele, uitmuntende capaciteiten – en niet met internetgereedschap dat gemeengoed is geworden.

Link: 'De American Dream van de digitale revolutie'