Organisatieactivist.nl, 23 februari 2007
Uit de vele ideaal-typische beelden een legering smeden, dat is de taak van een bestuurder
Frits Bolkestein is als bestuurder regelmatig in de wielen gereden
door kamergeleerden. Bollebozen die met hun enthousiasme voor abstracte
beginselen, niet gehinderd door bestuurlijke ervaring, politieke
bestuurders langs de ideologische meetlat legden.
Door Steven de Jong
In het weekblad Opinio probeert de VVD-coryfee deze intellectuelen te
diskwalificeren, maar komt daarbij met zichzelf in de knoop.
Zijn essay, getiteld ‘Waarom houden intellectuelen niet van het
kapitalisme?’ (16 februari 2007), vangt aan met een determinatie van
‘de intellectueel’. Dankbaar citeert Bolkestein de franse filosoof
Jean-Paul Sartre (1905 – 1980). Intellectuelen zijn volgens Sartre
“mensen die zich bemoeien met zaken die hun niet aangaan”.
Nog lyrischer is Bolkestein over de meer specifieke omschrijving van de
Franse denker én politicus Alexis de Tocqueville (1805 – 1859). Die
vond net als Sartre dat intellectuelen zich overal tegenaan bemoeien en
verklaarde die bemoeizucht door een gebrek aan bestuurlijke ervaring.
Hun overmatig enthousiasme voor abstracte beginselen zou hun opinies
over bijzondere onderwerpen waardeloos maken, omdat ze ideaal-typisch
en irreëel zijn.
Volgens Bolkestein is dit de reden dat de geestelijke voorhoede veelal
als laatste inziet dat bepaalde maatschappijvormen, zoals het
communisme, in de praktijk meer onheil dan heil brachten. Via
Tocquevilles determinatie van de intellectueel probeert Bolkestein in
zijn essay de intellectuele kritieken op het liberale kapitalisme (in
wezen ook een ideaal-typisch beeld) te pareren. Om niet in dezelfde
valkuil te stappen als de schrijftafelgeleerden die hij de maat neemt -
althans een poging daartoe, hanteert hij - zonder het te benoemen – de
magere argumentatie van Winston Churchill (”Democracy is the worst form
of government except for all those others that have been tried”). Met
dien verschille dat Bolkestein een paar duizend woorden nodig heeft om
‘democratie’ te vervangen voor ‘kapitalisme’.
Bolkesteins betoog blijkt vooral een aanval op intellectuelen die
blauwdrukken voor heilstaten produceren, maar in zijn verdediging van
het kapitalisme doet hij precies hetzelfde: “Wat heeft het kapitalisme
nodig om goed te kunnen functioneren? In de eerste plaats duidelijke
regels, te stellen door de overheid.”
Toch bedoelt hij dat niet helemaal zo, getuige zijn bewondering voor
het gedachtegoed van Deng Xiaoping. Deze voormalig leider van China -
die door zijn voorganger Mao beticht werd van kapitalistisch
leiderschap - zei ooit: “Het maakt niet uit of de kat wit of zwart is,
als hij maar muizen vangt”. Bill Gates heeft die strategie met succes
in de praktijk gebracht. En Bolkestein was degene die in 2004 voor
Gates in de bres sprong toen zijn collega-eurocommissaris Microsoft
wilde bestraffen voor het onmogelijk maken van de ‘liberaal
kapitalistische voorwaarde voor concurrentie’.
Bolkestein laat zich in Opinio kennen als de vleesgeworden tragiek van
‘de intellectuele bestuurder’. De kritiek die hij pleegt op
intellectuelen, legt zijn eigen schizofrenie bloot: als bestuurder werd
Bolkestein continu gedwongen zijn gedachtegoed aan te passen aan de
werkelijkheid. Bolkestein legt dat uit als een diskwalificatie van de
‘intellectueel zonder bestuurservaring’, maar hij had er beter aan
gedaan een essay te schrijven over hoe bestuurders moeten omgaan met
intellectuele input. Want uiteindelijk was Bolkesteins grote voorbeeld
John Maynard Keynes (1883 – 1946) ook niet meer dan een wensdenker.
Keynes theorie heeft in de loop der tijd grondige correcties moeten
ondergaan om schending van universele mensenrechten te voorkomen. En
het definiëren van die mensenrechten is op zijn beurt ook en vooral
weer een verdienste van intellectuelen.
Bestuurders hebben de taak uit de vele ideaal-typische beelden de meest
werkbare legering te smeden. Hoe een bestuurder dat het beste kan doen?
Daarop blijkt Bolkestein geen antwoord te kunnen geven.
Link: 'Bolkesteins aanval op de intellectueel'
Regelzucht.nl, 21 februari 2007
Wetgevers laten zich niet de wet voorschrijven
Dat de begrippen parlementariër en volksvertegenwoordiger niet
naadloos op elkaar aansluiten, wordt duidelijk als het eigenbelang van
een politicus op het spel staat. Op zo’n moment is het van belang dat je
- à la Moszkowicz - een vurig pleidooi voor jezelf houdt.
Door Steven de Jong
Als gemeenteraadslid maakte Gonny van Oudenallen zich bijvoorbeeld druk
om zwerfkeitjes in de stad. Die brachten onherstelbare schade toe aan
haar pumps. Later, toen ze eenmaal in het parlement een zetel bevuilde,
ging haar eerste kamervraag over de veiligheid van haar kleurspoeling.
Maar wat te doen als je eigen werkkring een regel door het parlement
jast die je diep in je persoonlijke vrijheid raakt? Ook dan is het zaak
op te treden, want dergelijk oncollegiaal gedrag hoef je als politicus
niet te pikken. Als dat gebeurt rest maar één middel: de boel saboteren!
Een dergelijk voorval trof het Europarlement, u weet wel; die club die
zich altijd tegen ons aanbemoeit zonder dat we daarom gevraagd hebben.
In de gebouwen in Brussel en Straatsburg mocht per 1 januari niet meer
gerookt worden. De rokende parlementsleden die zich door hun collega’s
genaaid voelden, besloten demonstratief in de gangen te paffen en in de
koffieruimtes stug door te roken.
Vandaag werden ze beloond voor hun assertiviteit. “Het lukte niet
iedereen zich aan het verbod te houden”, aldus een woordvoerster van
het EP. Het rookverbod wordt nu afgezwakt. “Omdat het niet meer te
handhaven is”, aldus een Brussels comité. Zo zie je maar: wetgevers
laten zich niet de wet voorschrijven.
Regelzucht.nl, 19 februari 2007
De hints van Balkenende IV
Halverwege de jaren tachtig bracht de KRO het spel ‘Hints’ op
televisie. Doel van het spel: probeer je teamgenoten in een zo kort
mogelijke tijd duidelijk te maken welk woord of welke woordencombinatie
je van de spelleider moet uitbeelden. Vaak bleek dat ontzettend lastig.
Door Steven de Jong
Het spel lijkt mij daarom een educatieve bezigheid voor reclamemakers,
en ik vermoed dat het marketingbureau van Philips er zijn voordeel mee
heeft gedaan. Hun slogan ‘Sense and Simplicity’ suggereert dat
producten van Philips intuïtief te bedienen zijn, zonder de
gebruiksaanwijzing te hoeven lezen. Het beeldmerk is een wit doosje op
een hand. De boodschap is helder: technologie moet net zo
vanzelfsprekend zijn als de doos waar ze inzit. De campagne bleek een
succes, of om in de woorden van Philips te spreken: “Ons merk
weerspiegelt nu ons geloof dat eenvoud een doel kan zijn van
technologie. Het is eigenlijk vanzelfsprekend.”
Mensen die ook wat van ‘Hints’ kunnen leren, zijn politici. Die hebben
als het goed is een visie en moeten die aan de man brengen. In
campagnetijd wordt daar helaas op een ordinaire en populistische manier
gebruik van gemaakt. De VVD haalde bijvoorbeeld beelden van de
Holocaust uit het stof om het belang (”dit nooit meer”) van een
Europese Grondwet uit te drukken. Een ander wapenfeit van de VVD is de
karaktermoord op Wouter Bos. Die werd in februari 2006 ingeluid met een
animatiespot waarin een roos (het traditionele PvdA-symbool) naar links
en naar rechts buigt. Met dit beeld en de titel ‘Roos weet het ook niet
meer’ suggereerde Mark Rutte dat Wouter Bos een zwabberende koers
vaart. Campagne-experts noemden het een “geraffineerde campagne”.
Ook bij de formatie speelt het uitdrukken van visies een rol. Met name
in de functieomschrijving van ministers zonder portefeuille. Door een
ministerschap los van een departement in het leven te roepen en te
koppelen aan een bepaald beleidsterrein, kan de regering het accent
leggen op specifieke thema’s. In de Koude-oorlogssfeer van de jaren
vijftig was er bijvoorbeeld behoefte aan instructies en middelen voor
zelfredzaamheid. Een aparte minister voor ‘Bescherming bevolking en
burgerlijke verdediging’ zette dit op de agenda en tilde een civiele
beschermingsorganisatie van de grond. Een ander voorbeeld is het
ministerschap voor ‘Hulp aan ontwikkelingslanden’, dat later hernoemd
werd tot ‘Ontwikkelingssamenwerking’.
Sommige ‘ministerschappen zonder portefeuille’ werden zo belangrijk
geacht dat ze op den duur versmolten in nieuwe benamingen voor
departementen. Zo maakt het oude ministerschap ‘Wetenschapsbeleid’ nu
deel uit van het ministerie van Onderwijs, Cultuur & Wetenschappen
en valt het voormalige ministerschap ‘Overzeese Gebiedsdelen’ nu onder
het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
In de eerste drie kabinetten van Balkenende kregen we naast een
minister voor Ontwikkelingssamenwerking ook twee nieuwe: één voor
Bestuurlijke vernieuwing en één voor Vreemdelingenzaken en Integratie.
Of dit goede aanduidingen zijn kun je toetsen met het spel ‘Hints’.
Probeer maar eens ‘bestuurlijke vernieuwing’ met handen en voeten uit
te beelden. Dat lukt met geen mogelijkheid. En dat is misschien ook de
oorzaak van het niet al te vruchtbare werk van Thom de Graaf en
Alexander Pechtold.
Interessanter is echter het uitbeelden van ‘vreemdelingenzaken en
integratie’. Dat blijkt heel eenvoudig. Hier een instructie. 1) Stap
met een pan stamppot de supermarkt in. 2) Probeer een donkere meneer
zover te krijgen dat hij het opeet. 3) Doet hij dat niet, wijs hem dan
het gat van de deur. De doelgroep ziet hierin ongetwijfeld de
Verdonkiaanse hint ‘Pas aan of rot op’, maar zal zich er volkomen
terecht niets van aantrekken. Als vrije burger moet je namelijk wel
heel weinig zelfrespect hebben om je door zo’n ex-gevangenisdirecteur
de les te laten lezen.
Gelukkig is het beleidsterrein ‘Integratie’ in het Kabinet-Balkenende
IV uit de sfeer van justitie gehaald. En wordt deze niet meer gekoppeld
aan het akelige begrip ‘Vreemdelingenzaken’, maar aan ‘Wijkverbetering’
in een extra ministerschap op VROM. Ook kunnen we de
Nederlands-Marokkaanse Ahmed Aboutaleb nu toejuichen als
staatssecretaris voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Waarom
toejuichen? Dat legde hij 17 februari in NOVA zelf uit: “U mag zich
geen moment vergissen in hoe groot de symboliek is van het feit dat
iemand zoals ik een plek krijgt in het Nederlandse kabinet.”
Het wordt me nu duidelijk waarom de formatie achter gesloten deuren
plaatsvond. Onder de bezielende leiding van quizmaster Herman Wijffels
hebben Rouvoet, Balkenende en Bos gewoon ‘Hints’ geoefend. Een goed
voorteken! We krijgen een minder hardvochtig, meer humaan
integratiebeleid. Waarin niet de excessen, maar de goede voorbeelden
centraal staan. Nu maar hopen dat het beleid net zo aanslaat als het
door Philips en Douwe Egberts ontworpen Senseo-koffiezetapparaat.
Regelzucht.nl, 17 februari 2007
Balkenende: handen weigeren mag niet, homoparen weigeren mag wel
In het Belgische stadje Sint-Niklaas hebben drie stellen hun geplande bruiloft afgezegd toen ze te horen kregen dat hun trouwambtenaar zwart is.
Door Steven de Jong
Wat blijkbaar wel kan, is burgers weigeren om hun geaardheid.
Ambtenaren die gewetensbezwaren hebben, hoeven volgens het nieuwe
regeerakkoord geen huwelijken te voltrekken tussen mensen van hetzelfde
geslacht.
Eerlijk gezegd vind ik dit veel schokkender dan die zes racistische
Belgen. We hebben het hier over een overheid die toestaat dat de
individuele geloofsovertuiging van een ambtenaar zijn functioneren
beïnvloedt.
In de discussies over het dragen van hoofddoekjes en het niet-schudden
van handen ging het nog om de suggestie dat de neutrale overheid in het
geding zou zijn. Maar in het geval van dit merkwaardige privilege voor
gelovige trouwambtenaren, is het gewoon een feit dat de neutrale
overheid in het geding is.
Ik kan het niet rijmen met de kritiek die premier Balkenende een aantal
maanden geleden uitte op de Commissie Gelijke Behandeling (CGB). Hij
was het niet eens met de CGB-uitspraak dat een islamitische docente van
een school in Utrecht mag weigeren mannelijke collega’s de hand te
schudden.
Resumerend: een docent mag van Balkenende niet weigeren handen te
schudden, maar een ambtenaar mag van hem wél weigeren homo’s te
trouwen. Wie kan mij dit uitleggen?
Regelzucht.nl, 9 februari 2007
Nieuw regeerakkoord: ‘Samen spelen, eerlijk delen!’
Bos, Balkenende en Rouvoet willen met hun regeerakkoord ‘Samen
werken, samen leven’ duidelijk maken dat ze ‘bondgenoot van de burger’
zijn.
Door Steven de Jong
Maar u en ik weten wel beter. Het is niets meer dan een berisping van de nieuwe Vadertje Staat: ‘Samen spelen, eerlijk delen!’
Om het nieuwe regeerakkoord te duiden, publiceerde NRC Handelsblad
gisteren het pamflet ‘Gezinsherstel brengt volksherstel’, van vlak na
de Tweede Wereldoorlog. ‘Bouwt aan saamhorigheid, weest eerlijk, hebt
eerbied, houdt u aan de orde, en beheerst u in uw gedragingen’, luiden
de uit het stof gehaalde credo’s.
Nemen we het nieuwe regeerakkoord ter hand, dan lezen we hoe dit in een
nieuw jasje is gestoken met kreten als ‘handvest voor verantwoordelijk
burgerschap’ en het ‘doe normaal-model’. De kernwoorden zijn zekerheid,
rust en groei. Kortom, met de aardappels op schoot de wereldeconomie
veroveren!
Dat het de broeders menens is, blijkt uit de omvang van hun
coalitieakkoord. Meer dan vijftig pagina’s. Dat betekent niet alleen
dat de grote lijnen zijn uitgezet, maar dat er ook flink is
gemiereneukt. Koopzondagen worden waar mogelijk teruggedraaid in
kerkzondagen, om maar een voorbeeld te noemen. Om het akkoord met hand
en tand te verdedigen, zullen Bos, Balkenende en Rouvoet zelf zitting
nemen in het kabinet. Het is een merkwaardige uitwerking van de
zogenaamde ‘bondgenoot van burgers’-belofte.
Uit het te pas en te onpas gebruik van het begrip ‘innovatie’ moet ons
duidelijk worden dat dit kabinet wil investeren in de kennis- en
dienstensamenleving. Bij nader inzien blijkt echter dat de nieuwe
bewindsvoerders van mening zijn dat “geëmancipeerde en goed opgeleide
mensen” in Nederland niets te klagen hebben, en dat de mensen “die niet
zelfstandig kunnen meekomen” toerusting nodig hebben van de overheid.
Een sympathieke gedachte, die tegelijkertijd blijk geeft van onbenul:
gemeenschapszin, creativiteit en doorzettingsvermogen worden in één
adem genoemd. Het noodzakelijke onderscheid tussen verzorgingsstaat
(zorg voor de zwakkeren) en kenniseconomie (ontplooiing van talenten),
en hoe die zich tot elkaar verhouden, blijft uit.
“Het ideaal om samen te werken aan de toekomst”, tekenden de politici
als ‘visie’ op. Om vervolgens af te sluiten met de bewering dat “dit
alles een stevige basis vormt om de vragen van de 21ste eeuw te
beantwoorden”.
Een stevige basis is het allerminst. Hoewel de politici benadrukken dat
mensen zich steeds meer in snel wisselende netwerken bewegen en zich
minder ophouden in vaste gemeenschappen, laten ze het na hierop in te
spelen. Sterker nog, ze weigeren de samenleving ervan bewust te maken
dat na de ‘globalisering van de staat en de bedrijven, het nu de tijd
is van de globalisering van het individu’ (Thomas Friedman). Dat
gemeenschappelijke kaders geen veilige havens meer zijn voor het
individu, maar dat iedereen met iedereen op microniveau met elkaar zal
moeten concurreren.
Over de methode-Wijffels heb ik dus mijn twijfels. Het klassieke
polderen waarin de informateur zijn strepen heeft verdient, geeft geen
antwoord op de uitdagingen van de 21ste eeuw. Een echte ‘bondgenoot van
burgers’ is in deze tijd geen overheid die in overleg treedt met
maatschappelijke organisaties, vakbonden en kerken, maar een overheid
die individuen klaarstoomt voor het mondiale netwerk van kennis- en
dienstenuitwisseling. Terwijl ‘You’ door Time Magazine als ‘Person of
the Year’ is uitgeroepen, neemt het nieuwe kabinet afscheid van het
individu.
Bos, Balkenende en Rouvoet constateren dat het “met ieder van ons
individueel wel goed gaat, maar met ‘ons samen’ minder”. Maar eigenlijk
bedoelen ze: we zijn bang, hebben heimwee naar vroeger, dus als we
elkaar nu maar stevig vasthouden, dan komt het allemaal wel goed. Als
je het mij vraagt waren we met de slogan ‘Bemoei je met je eigen
zaken!’ beter af geweest. Want naast spelen, heeft een volk nog altijd
brood nodig.
Burgercentraal.nl, 1 februari 2007
Gemeente bestolen van rolstoel en gehandicaptenfiets
Enige tijd geleden was het gemeentehuis van Schouwen-Duiveland in rep
en roer. Alarmbellen rinkelden, want uit het Bevolkingsregister rolde
een verontrustende mededeling.
Door Steven de Jong
Een inwoonster had zich ingeschreven in Groningen, en was nu
automatisch geen Duivelander meer. Nu verhuisde er wel vaker iemand
naar een andere gemeente, maar dit keer was er toch echt stront aan de
knikker. Ze had haar aangepaste fiets en rolstoel, die ze in bruikleen
had van de gemeente, zomaar meegenomen. Onrechtmatig ontvreemd, zoals
dat in ambtenarenjargon heet.
Daar lieten de alerte ambtenaren geen gras over groeien. Al het werk
werd neergelegd, en binnen twee dagen stonden ze op de stoep bij de
inwoonster om de voorzieningen terug te vorderen. De Mobiele Eenheid
was nog net niet opgetrommeld.
Het bleek dat het om een meisje ging die vier dagen per week in
Groningen ging studeren, en de andere drie bij haar ouders bleef wonen.
Omdat ze in Groningen kamerbewoner werd, had ze zich daar netjes als
nieuwe inwoner opgegeven. Na een jaar zou ze zich weer inschrijven in
Schouwen-Duiveland.
Dat kon allemaal wel wezen, zeiden de ambtenaren van de gemeentelijke
afdeling Werk, Inkomen en Zorg (WIZ), maar volgens het computersysteem
waren hun gehandicaptenvoorzieningen toch echt met de noorderzon
vertrokken. De ambtenaren namen daarom, zonder pardon, de fiets en
rolstoel in en brachten het naar een gemeentelijk depot. De fiets, die
wegens een ouderdom van 10 jaar niet meer voor hergebruik in aanmerking
kwam, zou later naar het grof vuil worden gebracht.
Zonde natuurlijk, maar regels zijn nu eenmaal regels. Na vele malen
heen en weer bellen mocht het meisje haar gehandicaptenfiets en
rolstoel terug. Maar niet voordat ze duizend euro had afgerekend, want
alleen echte bewoners hebben recht op gratis voorzieningen.
In al hun barmhartigheid bleken de dienstdoende ambtenaren evenwel
bereid te zijn een oplossing te verzinnen voor het meisje. “Als je over
een jaar of zo weer terug bent op Schouwen-Duiveland, heb je volgens de
geldende normen gewoon weer recht op een nieuwe rolstoel plus
aangepaste fiets”, merkten ze op, alsof ze zojuist het wiel hadden
uitgevonden.
De bureaucraten adviseerden haar nieuwe voorzieningen in Groningen aan
te vragen voor de tijd dat ze daar is. Een aanvraag die weken, zo niet
maanden, in beslag neemt. In de tussentijd zou ze maar kruipend door
het leven moeten. Dat het meisje van plan is na haar studiejaar weer
permanent terug te keren naar Schouwen-Duiveland, doet er volgens de
gemeente niet toe. Het zal er dus op neerkomen dat Schouwen-Duiveland
bij haar terugkeer de voorzieningen opnieuw moet aanschaffen, en dat
haar nieuwe voorzieningen in Groningen aldaar naar het depot gaan.
Een meneer, die het meisje bijstond in de Duivelandse bureaucratie,
heeft verhaal gehaald bij de ambtenaren. Hoe kan dit meisje, met al die
goedbedoelde regelgeving, toch tussen wal en schip belanden? Het
antwoord van de gemeente luidde klip en klaar dat “wij gewoon de regels
hebben nageleefd.” En durf ze eens ongelijk te geven!
Onthutst door deze ambtelijke logica, vroeg meneer zich af of er nog
zoiets als gezond verstand bestaat: “Is de belangrijkste regel niet dat
iedereen in een nieuwe situatie eerst logisch moet nadenken?”
Organisatieactivist.nl, 29 januari 2007
De American Dream van de digitale revolutie
De ‘Person of the Year’, een jaarlijks verkiezingsgeintje van het
weekblad Time, is in 2006 gewonnen door niemand minder dan ‘You’.
Door Steven de Jong
Oftewel, de internetgebruiker van vandaag. Kunnen we als moderne
burgers nu de macht grijpen, of worden we voor de gek gehouden met een
virtuele ‘American Dream’?
“Voor het grijpen van de teugels van de media wereldwijd, voor het
oprichten en vorm geven aan de nieuwe digitale democratie, voor al het
gratis werk en het verslaan van de professionals op hun eigen terrein
ben jij de persoon van het jaar”, schreef het weekblad in december 2006.
Revolutie
U begrijpt, ik voel me vereerd, ondanks het feit dat ik het podium moet
delen met zo’n 1 miljard andere internetgebruikers. Journaals van over
de gehele wereld dichtten u en mij, als internetgebruikers, macht en
invloed toe. Dat is nogal wat! Er verschenen tal van analyses,
commentaren en debatten in de conventionele media. De teneur was deze:
de digitale informatierevolutie, waarin de burger en de consument de
stuurknuppel van ruimteschip Aarde hebben overgenomen, heeft voet aan
de grond gekregen.
Manifestaties
Journalisten, internetdeskundologen en cybergoeroes haalden tal van
voorbeelden aan die deze historische gebeurtenis moesten illustreren.
Een boze klant die met ronkende weblog-artikeltjes de multinational
Dell ernstige imagoschade had berokkend, een depressief meisje dat met
haar videoblogs op Youtube duizenden lotgenoten in haar verdriet liet
delen, een heimelijk opgenomen schoolpleingevecht dat een nationale
golf van verontwaardiging initieerde, twee Apeldoornse vriendinnen die
met een lollig amateur-clipje wereldsterren werden in Google Idols, een
Brit die met een internetactie landelijke aandacht genereerde voor het
lot van zijn buurthuis, een inwoner van Bagdad die de wereld
informeerde over de plaatselijke bommenregen, etcetera, etcetera. Stuk
voor stuk voorbeelden van mensen die dankzij internet een breed
publiek, op een laagdrempelige manier en buiten de gebaande paden,
aanspraken. Ze oefenden op een eigentijdse wijze een zekere vorm van
invloed uit op de samenleving.
Digitale platforms als Hyves.nl, Kieskeurig.nl, Wikipedia.org,
Ebay.com, Youtube.com en Blogger.com verschaffen de moderne burger een
podium; niet alleen om zichzelf te manifesteren, maar ook om kennis te
verspreiden, te handelen in producten en diensten, sociaal te
netwerken, de gevestigde orde het vuur aan de schenen te leggen of
zelfs, met behulp van het simulatiespel Second Life, een virtueel
bestaan te creëren waarin echt geld is te verdienen.
Success stories
Tot zover wil ik enthousiast meebrullen in de hype van Web 2.0. Want
alle invloed die Time u en mij toedicht, verdwijnt als sneeuw voor de
zon als we uit de context van het collectief getrokken worden. De echte
‘You’ is namelijk vooral Jan met de Pet die weblogt over de avonturen
van zijn goudvis, en daarmee nauwelijks een groter publiek aanspreekt
dan zijn moppentappende kameraad in het buurtcafé. ‘You’ is ook de
consument die een mp3-speler van Sony afkraakt op Kieskeurig.nl, en een
paar minuten later door een andere consument gecorrigeerd wordt. Niets
geen koersval, weglopende aandeelhouders of aftredende CEO’s, maar
slechts een roepende in een digitale woestijn van meningen.
De success stories van de ‘You’s’ die de media aanhalen, zijn in
principe vergelijkbaar met die van de BN’ers In Real Life. Mensen die
zich door talent onderscheiden van hun medeburgers. Wat het
toonaangevende weekblad dus eigenlijk heeft gedaan, is ons gek maken
met een virtuele ‘American Dream‘. Of om het oneerbiedig te zeggen; het
sprookje dat iedere randdebiel miljonair of president van de Verenigde
Staten kan worden. Definiëren we macht als de mate van invloed die een
persoon op een x-aantal personen kan hebben, dan heb je nog steeds niks
in de melk te brokkelen als je tot die x-aantal personen hoort.
Opgaan in de massa
De zogenaamde tsunamie van User Generated Content die nu over de wereld
raast, bestaat nog steeds uit druppels op een gloeiende plaat:
machtsbolwerken raken pas ontregeld als bepaalde druppels het
klaarspelen zich inventief en effectief te verenigen.
Neem bijvoorbeeld ‘Action Network‘, een e-democracy project van de BBC
waarin probleemeigenaren zich organiseren, oplossingen verzinnen en die
op de politieke agenda zetten. Ook hier worden de meest inventieve
ideeën en acties uitgelicht en gehyped, terwijl het gros ervan ongezien
in de vergetelheid raakt. Net als de talloze demonstraties in het echte
leven, die geen verslaggever de moeite waard acht om te verslaan.
We zullen ons daarom moeten neerleggen bij het feit dat we als de
‘You’s’ van nu en in de toekomst altijd moeten blijven concurreren
danwel samenwerken met medeburgers. Internet kan dan wel de wereld
reorganiseren (nationale grenzen vervagen, bewoners van
ontwikkelingslanden krijgen toegang tot kennis en markten,
internationale politiek wordt achtertuin politiek en machtsstructuren
globaliseren), maar de invloed van ‘You’ als individu of als
manifesterende menigte blijft beperkt. Zelfs al wordt de traditionele
gevestigde orde vervangen door een organische, meer gemeenschappelijke
en virtuele variant, dan nog worden we in ons doen en laten geremd door
het handelen van anderen.
Chung - Rockefeller
De omgang met en totstandkoming van wetten en regels gaan mogelijk
veranderen, zowel op schaalniveau als in de handhaving, maar we zullen
altijd geneigd zijn ze anderen voor te schrijven. De universele waarden
in de echte wereld zijn bijvoorbeeld niet anders dan die in Second
Life. Wie zich in de virtuele wereld van Second Life misdraagt, wordt
gecorrigeerd door het collectief. En wie als ‘You’ aldaar macht en
invloed wil, zal anderen moeten overstijgen.
Anshe Chung, de Chinese internetmiljonair die haar fortuin als speler
in Second Life verdiende met handel in digitale grond en huizen, wordt
daarom niet voor niets vergeleken met de tycoon John Davison
Rockefeller (1839-1937). Macht en invloed komt nog altijd met
individuele, uitmuntende capaciteiten – en niet met internetgereedschap
dat gemeengoed is geworden.
Link: 'De American Dream van de digitale revolutie'